BrutIS: Buitenruimte
Informatie Systeem
Een integraal rationeel beheersysteem voor de gehele
buiten ruimte.
BrutIS bevat alle mogelijkheden van het
wel bekende programma Kikker. Kikker blijft als apart programma bestaan voor
het beheer van de riolering.
De meest actuele versie is 6.3p van 1 oktober 2024.
Inhoud:
·
Paspoorten (de digitale formulieren)
BrutIS voor het
beheer van objecten en netwerken in de buitenruimte.
Waarbij een object
een punt, lijn of vlak geometrie kan zijn.
Een object kan zijn:
·
Een
groenvlak met verschillende populaties: zoals gras en bloembollen in een gazon,
of verschillende boomsoorten in een bosplantsoen;
·
Een
solitaire boom;
·
Een
wegbeheer: wegvakonderdeel;
·
Meubilair,
zoals een paal of een lichtmast met armaturen en borden;
·
Een
wateronderdeel, zoals een beschoeiing;
·
Een
kunstwerkonderdeel, zoals een steiger, gemaal of een nutsvoorziening (kast) met
een installatie;
·
Een
netwerk-object, zoals een rioolput die uit 1 of meer knopen kan bestaan;
·
Een
nader in te vullen iets, volgens de kwaliteitscatalogus openbare ruimte, zoals
bijvoorbeeld markering.
Een netwerk
is een geheel van met elkaar verbonden punten (de knopen). De verbindingen zijn
de strengen.
Een knoop
(punt of vlak geometrie) kan onderdeel zijn van een eerdergenoemd
netwerk-object. Bij het rioleringsbeheer
in BrutIS, is een knoop bijvoorbeeld een inspectieput, compartiment of een
T-stuk in rioolbuizen. Een knoop hoeft niet gekoppeld te zijn aan een
streng. Een knoop kan bijvoorbeeld ook
een losliggende kolk of infiltratieput zijn.
Een streng
(lijn geometrie) bestaat uit één of meer kabels of leidingen tussen twee
knopen. Een streng kan naast een drain, rioolbuis, persleiding ook bijvoorbeeld
een drinkwaterleiding, laagspanning of ander thema zijn volgens het IMKL
(Informatie Model Kabels en Leidingen).
Het welkomvenster bestaat uit 3 delen:
1.
Links
kunt u door op de foto’s te klikken kiezen uit de vakgebieden: Rioolbeheer, groenbeheer, wegbeheer en
waterbeheer. Per vakgebied/foto krijgt u een venster waarmee u een toepassing
kunt selecteren. De selectie is van invloed op:
o
benodigde
startopties voor de juiste werking van de geselecteerde toepassing;
o
het
menu
o
de
aanvang thema weergave van objecten en netwerken en.
Na opstart kunt u altijd
wisselen van menu via de meest rechter 3 knoppen in de knoppenbalk: ![]()
2.
Boven
kunt u kiezen vanuit welke bron u data wil weergeven. Uit de werkmap/Directory,
een Bestand op uw computer, Databank of Cloud protocol.
3.
Het startopties gedeelte, waarin is aangegeven
welke startopties actief zijn. Via de startopties
kunt u het gedrag van het programma op uw behoefte afstemmen. In het veld Afwijkend
gedrag opties zijn alle , ten opzichte van de standaard, gewijzigde opties
aangegeven. Belangrijke startopties zijn:
o
Het mutatiebestand:
waarmee zal worden gestart. In het mutatiebestand worden alle mutaties op de
data in de bron opgeslagen, om later in de bron door te voeren. Door met een
mutatiebestand te starten worden de mutatie menuopties actief. Standaard is
geen mutatiebestand aangegeven zodat deze optie niet actief is.
o
Het coördinatensysteem:
bepaalt welke achtergrondkaarten actief zijn en hoe de conversie van de
ingevoerde coördinaten naar WGS84 latitude en longitude zal plaatsvinden.
o
De medialocatie:
bepaalt welke map zal worden gebruikt om beeldmateriaal te tonen. Kies de
fotorolmap om foto’s gemaakt met uw computer op uw ingevoerde data te
registeren.
o
De
startdatum: van het
onderhanden project is belangrijk voor de weergave van de voortgang van de
registratie. Bijvoorbeeld voor de weergave welke kolken in de registratieronde
gereinigd zijn. De default is een datum in de toekomst, zodat deze optie niet
actief is.
Via de
[Startopties] knop kunt u een venster starten waarmee u de startopties kunt
wijzigen, zodat deze direct actief zijn.

Via de volgende startopties kunt u het gedrag van
het programma op uw wensen aanpassen. Standaard worden de startopties
opgeslagen in het bestand: init_brutis.xml. Als het programma wordt gestart met
het commando: BrutIS64.exe init=riodesk_init.xml, in het bestand:
riodesk_init.xml. Als gestart via het commando: init=%username%_init.xml, in
het bestand: arno_init.xml, als “arno” uw computer gebruikersnaam is.
De startopties kunt
u wijzigen via de knop: [Startopties], in het welkomvenster
en via menuoptie: Toepassingen -> Startopties.
Voorbeelden:
|
1 |
Voor de registratie van kolken:
|
kolkgps=1, zorgt
ervoor dat: ·
alleen de
voor de kolkenregistratie benodigde knoppen in de knoppenbalk worden
weergegeven; ·
legenda niet
is weergegeven, zodat het registratievenster zo groot mogelijk is; ·
automatisch
het kolkenregistratie venster wordt gestart. wijzig012=1, laat het kolkenregistratievenster in wijzig modus starten; slowtopo=1.000, geeft topografie alleen weer als dieper is ingezoomd dan zoomfactor:
1.000; letter=K, nieuwe
knoopnummers beginnen met de letter K; riovlgnr=1001, nieuwe knoopnummers krijgen een volgnummer na letter K met het eerst
beschikbare nummer na 1001; De tbbestand=0 en tbinspectie=1 worden
automatisch veranderd door optie kolkgps=1. Mutatiebestand=kolken_2024.mut: opent of maakt automatisch het mutatiebestand in
de werkmap. In dit bestand wordt de registratie automatisch opgeslagen. Coördinatenbestand=EPSG:28992, voor de juiste weergave van de achtergrondkaarten. Medialocatie=Camera Roll Folders, voor de overname van bestandsnamen van met de
webcam ingestelde camera gemaakte foto’s Startdatum=20240601, kleur alle kolken, knopen en strengen met een bezoekdatum na deze
startdatum als uitgevoerd/bezocht. |
|
|
|
|
Beschrijving van
alle mogelijke startopties:
·
de
grijs gemarkeerde startopties zijn in aparte velden in het welkom venster te
veranderen;
·
de
geel gemarkeerde startopties worden, als ze gewijzigd zijn, weergegeven in het
welkomvenster;
·
de
blauw gemarkeerde startopties a t/m c kunnen alleen in de startregel worden
meegegeven, zijn niet zichtbaar in het welkom venster en in het Startopties
venster onder de [Startopties] knop.
|
Nr: |
Startoptie: |
Gebruik: |
Resultaat: |
|
a |
address |
Achter deze optie geeft u de naam
op van een alternatieve werkmap. |
Dit is de werkmap actief onder
het tabblad: Directory, en de map waarin het programma het werkbestand
aanmaakt als verbinding wordt gemaakt met de databank of een service. |
|
b |
init |
Achter deze optie geeft u de
naam op van het te gebruiken startopties bestand. |
De naam van het bestand waarvan
de startopties worden ingelezen en waarin opgeslagen. Als alternatief van
brutis_init.xml Uit bestand: riodesk_init.xml,
als het programma wordt gestart met het commando: BrutIS64.exe
init=riodesk_init.xm Uit bestand: arno_init.xml, als
gestart via het commando: BrutIS64.exe
init=%username%_init.xml, en “arno” uw
computer gebruikersnaam is. Let op! Het wachtwoord horende
bij startoptie: password, wordt met de computer gebruikers naam versleuteld
opgeslagen in het startopties bestand en dus alleen te gebruiken door degene
die het wachtwoord heeft ingevoerd. |
|
c |
frq |
Achter deze optie geeft u een
frequentie in milliseconden op. |
De frequentie waarmee de
locatie van de GPS-antenne wordt opgehaald en het venster geactualiseerd als
de positie is veranderd. |
|
1 |
dbffield |
Achter deze optie kunt u de naam van een kolom in het ESHRI DBF bestand
opgeven. Bijvoorbeeld: dbffield=LAYER |
Hiermee geeft u de kolomnaam aan uit het SHP-Bestand (in feite het
bestand met extensie .dbf) waarin de laagnaam van de geometrie staat. Bij
importeren van topografie via het menu krijgt u een venster waarmee u de
kolom kan aangeven. In de gevallen dat de topografie wordt geladen via de
startoptie: dxf, of met een topografie uit de
werkbestanden: "brutis.shp, brutis.dbf en brutis.shx", registreert
BrutIS de tekst in de aangegeven kolom als laagnaam van de geometrie in de
ESRI SHP. Deze optie is belangrijk om bij starten van BrutIS direct vlakken
te kleuren. |
|
2 |
dbfactief |
De bronhoudercode van een beheerder/gemeente. Bijvoorbeeld: G0106. |
Op deze code wordt getoetst of de beheerder/gemeente bronhouder is van
topografie uit topografische bestanden. De beheerder kan hierdoor topografie
selecteren en de overname van objecten uit topografie waarvan de beheerder
geen bronhouder is aan- of uitzetten. |
|
3 |
coordsys |
De code van het
coördinatensysteem. Bijvoorbeeld: EPSG:28992 voor Nederland en EPSG:31370
voor Belgie. |
Het te gebruiken
coördinatensysteem voor de weergave van de XY-coördinaten. Het Nederlandse
coördinatensysteem gebruikt de Onze Lieve Vrouwetoren (Lange Jan) van
Amersfoort als centrale punt van het systeem met de coördinaten:
155000,463000. Hierdoor zijn alle coördinaten een positief getal. Het Belgische
coördinatensysteem gebruikt als technisch nulpunt de tuin van de Koninklijke
Sterrenwacht in Ukkel. Lambertcoördinaten: 649328,665262. Hierdoor zijn alle
coördinaten een positief getal. |
|
4 |
images |
Achter deze optie kunt u een
map locatie (adres) opgeven. Bijvoorbeeld: images=C:\Users\info\Pictures\Camera
Roll Ook kunt u in het pad opnemen,
de substitutie teksten: ·
%username%, om computer gebruikersnaam in het pad te
plaatsten; ·
\%mut% op het einde van het pad, om de naam van het
inspectie of mutatiebestand in het pad op te nemen. |
Indien geen map geregistreerd gebruikt
BrutIS de locaties van de inspectie- en mutatiebestanden. Indien map geregistreerd zoekt
BrutIS bestandsnamen van afbeeldingen op in deze map ongeacht de
geregistreerde map in de werkbestanden. Ook bestandsnamen van inspecties
worden in deze map gezocht, indien geregistreerd. In het welkomvenster. Via de keuzes in het veld:
Media Locatie, in het welkomvenster heeft u de mogelijkheid de Camera Roll
Folder, als map te registeren. Dit is de map waarin MS-Windows de foto’s
bewaard gemaakt met het fototoestel van de computer. Het is mogelijk in het pad een
variabele gebruikersnaam en mutatie/inspectie bestandnaam op te nemen.
Bijvoorbeeld: C:\Users\%username%\Pictures en
uw gebruikersnaam is: henk, dan wordt het pad: C:\Users\henk\Pictures,
gebruikt C:\BrutIS\Mutaties\%mut% en het
inspectiebestand is:UTR14-000815.ribx, dan wordt het pad:
C:\BrutIS\Mutaties\UTR14-000815, gebruikt. |
|
5 |
docu |
Achter deze optie kunt u een map locatie (adres) opgeven. Bijvoorbeeld: docu=c:\BrutIS\documenten |
BrutIS zoekt documenten van knopen, strengen of wegvakonderdelen in deze
map. Standaard is dit de map “riodesk” in de BrutIS werkmap. |
|
6 |
bmpmap |
Achter deze optie kunt u een map locatie opgeven. Bijvoorbeeld: bmpmap=c:\BrutIS\bmp |
BrutIS importeert alle bitmaps (.bmp bestanden) in deze map. BrutIS geeft de bitmaps in deze map weer ter plaatse van de knopen, waar
het knooptype hetzelfde is als de bitmap naam. Bijvoorbeeld: Indien
pompput.bmp aanwezig is worden deze bitmaps op alle locaties weergegeven bij
de knopen van het type: “pompput”. De bitmaps geeft BrutIS weer indien weergave optie: “knoop bitmaps” is
geactiveerd. |
|
7 |
rvvmap |
Achter deze optie kunt u een map locatie opgeven. Bijvoorbeeld: bmpmap=c:\BrutIS\rvv |
BrutIS gebruikt de bitmaps in de map voor de selectie en weergave van
verkeersborden, waar de code van het verkeersbord hetzelfde is als de bitmap
naam. De bitmaps geeft BrutIS weer indien weergave optie “object bitmaps” is
geactiveerd. |
|
8 |
ecwmap |
Achter deze optie kunt u een map locatie opgeven. Bijvoorbeeld: docu=c:\ecw |
BrutIS start het zoeken naar ECW luchtfoto bestanden in deze map. |
|
9 |
csvmap |
Achter deze optie kunt u een map locatie opgeven. |
BrutIS start het zoeken naar CSV bestanden in deze map. |
|
10 |
lstmap |
Achter deze optie kunt u een map locatie opgeven. |
BrutIS start het zoeken naar LST en XML
bestanden in deze map. |
|
11 |
dxfmap |
Achter deze optie kunt u een map locatie opgeven. |
BrutIS start het zoeken naar DXF en SHP bestanden in deze map. |
|
12 |
xmlmap |
Achter deze optie kunt u een map locatie opgeven. |
XML-Bestanden voor het BGT-berichtenverkeer worden in deze map
opgeslagen. En opgezocht voor het verzenden naar de BGT-Landmeter. |
|
13 |
bgtmap |
Achter deze optie kunt u een map locatie opgeven. |
Bij het importeren van BGT-mutatieberichten wordt de geometrie van
objecten in de berichten in deze map opgeslagen. Elk object aprta in een
bestand met een bestandnaam waarin de IMGEO-code van het object is verwerkt. |
|
14 |
revmap |
Achter deze optie kunt u een map locatie (adres) opgeven. |
BrutIS start het zoeken naar revisie/mutatie bestanden in deze map. |
|
15 |
tmpmap |
Achter deze optie kunt u een map locatie (adres) opgeven. |
BrutIS slaat tijdelijke (hulp) bestanden op deze map. Deze map moet
bestaan en er moeten rechten zijn om in deze map te schrijven. Indien de map
niet bestaat of geen rechten om te schrijven kan het programma stoppen. |
|
16 |
spot |
Achter deze optie zet u de naam van het CSV bestand waarin het
fotonummer,datum, lokatie en url van de cyclomedia spots zijn aangeven. Bijvoorbeeld: spot=c:\ gis_tbl_cyclo_2013.csv |
Bij opstarten van het programma BrutIS voegt BrutIS knop: BrutIS geeft de locaties met cirkeltjes weer. Na klikken in een cirkel
wordt deze groen gekleurd en wordt de cyclomedia suite gestart met het 360
graden panoramabeeld. |
|
17 |
Achter deze optie registreert u de bestandsnaam waarin de automatisch te
laden topografie uit SHP, GML of DXF is geregistreerd. Standaard is dit het bestand met de naam: topo.lst U registreert de te laden topografie via de [Opslaan] knop in de
topografiebalk. In het bestand worden dan alle bestanden geregistreerd die op
dat moment actief zijn. Met kleur, laagnaam kolom en of topografie ja/nee
altijd zichtbaar moet zijn, als gebruik wordt gemaakt van de slowtopo optie. Ook kunt u achter deze optie direct de naam en locatie van een DXF- of
SHP-bestand opgeven. Bijvoorbeeld:
|
BrutIS importeert bij het opstarten de geometrie uit de opgegeven
bestanden en geeft de topografie uit het bestand automatisch weer, als
startoptie: topodirect=1 |
|
|
18 |
rev |
Achter deze optie kunt u de naam en locatie van een mutatie bestand
opgeven. Bijvoorbeeld: rev=c:\BrutIS\rev\kolken01.rev |
Bij het starten:
Deze optie is niet meer beschikbaar in het startopties venster. De optie
is vervangen door startoptie: mutfile. Indien optie rev in een
startopties bestand is geregistreerd wordt deze wel gelezen en gebruikt. |
|
19 |
mutfile |
Achter deze optie kunt u de
naam en locatie van een mutatie bestand opgeven. Bijvoorbeeld: mutfile=c:\BrutIS\rev\kolken01.mut |
Bij het starten:
Maakt BrutIS de mutatie opties
in het menu en in de knoppenbalk beschikbaar en is het bestand gereed van
verwerking nieuwe mutaties. |
|
20 |
reusenr |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Als deze optie is ingeschakeld
kunt u nummers van vervallen knopen en vervallen objecten opnieuw gebruiken. |
|
21 |
ribdrive |
Achter deze optie kunt u een schijf/drive letter opgegeven. Bijvoorbeeld: ribdrive=e |
BrutIS zoekt beeldmateriaal en meetgegevens op de schijf/drive met de
aangegeven letter. Deze optie kunt u gebruiken als u een harddisk met
beeldmateriaal op uw computer aansluit en de door uw computer toegewezen
driveletter anders is dan in uw werkbestanden. |
|
22 |
usbdrive |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
BrutIS zoekt beeldmateriaal en
meetgegevens op de schijf/drive waarop het programma is gestart. Deze optie
kunt u gebruiken als u een harddisk met beeldmateriaal op uw computer
aansluit en U daarop het programma BrutIS start. En ook al het beeldmateriaal
op deze via deze driveletter beschikbaar is. |
|
23 |
vlc |
Achter deze optie zet u het commando voor het starten van de VLC Media
player. Bijvoorbeeld: vlc=C:\Program Files\VideoLAN\VLC\vlc.exe |
BrutIS start de aangegeven VLC mediaplayer voor de weergave van video
bestanden. |
|
24 |
zip |
Achter deze optie zet u het commando voor het starten van het programma
om bestanden te zippen. Voorbeelden:
|
BrutIS start het aangegeven zip-programma om bestanden te zippen. |
|
25 |
zip_options |
Achter deze optie zet u de startopties behorende bij het zip-programma. Voorbeelden:
|
BrutIS gebruikt de aangegeven startopties bij het zip-programma. |
|
26 |
reset |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
BrutIS zet bij inlezen kolken
uit werkbestand alle toestand aspecten, behalve aspect handkolk, op niet
geconstateerd. |
|
27 |
resetvt |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
BrutIS zet bij inlezen kolken
uit werkbestand alle voertuig op kolk toestand aspecten, op niet
geconstateerd. |
|
28 |
newcode |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
BrutIS staat het toevoegen van
domeinwaarden, zoals: straatnamen, gebieden en nieuwe object: soorten en
types, toe. |
|
29 |
draingps |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Geeft een vaste knoppenbalk met
de knoppen die nodig zijn voor de inspectie en reiniging van drainage. Indien actief krijgt
startoptie:
Start weergave is zonder
legenda. |
|
30 |
meldgps |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Geeft een vaste knoppenbalk met
de knoppen die nodig zijn om meldingen/werkzaamheden gemakkelijk af te
melden. Deze optie wordt veel gebruikt bij het afmelden van werkzaamheden uit
boom veiligheidscontroles. Indien actief krijgt
startoptie:
Start weergave is zonder
legenda. |
|
31 |
kolkgps |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
BrutIS geeft de speciale
knoppenbalk voor Kolkenzuiger registratie weer, start het kolkenregistratie
venster en zoekt verbinding met de GPS antenne. Als vakgebied=1 en en mutfile
is leeg, vraagt het programma bij opstart om een mutatiebestand te open. Bij importeren data uit
databank, cloud of werkbestand wordt de data overschreven. Start weergave is zonder
legenda. |
|
32 |
slibgps |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
BrutIS vult het
leidinginspectie venster automatisch met de toestandaspecten van de vorige
inspectie. Voegt knoppen toe aan de
knoppenbalk voor de registratie van inspectie en reiniging van drianage en
riolering. Als vakgebied=1 en en mutfile
is leeg, vraagt het programma bij opstart om een mutatiebestand te open. Bij importeren data uit
databank, cloud of werkbestand wordt de data overschreven. Start weergave is zonder
legenda. |
|
33 |
glbinsp |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Voor het wegbeheer. BrutIS vult het weginspectie
venster automatisch met de toestandaspecten van de vorige inspectie. Indien
geen vorige inspectie aanwezig met de globale weginspectie toestandaspecten. Verwijdert knoppen voor het
groenbeheer uit de knoppenbalk. Stelt het paspoort voor de
meldingenregistratie in, voor de registratie van het geconstateerde klein
onderhoud. Als vakgebied=2 of 3 en en
mutfile is leeg, vraagt het programma bij opstart om een mutatiebestand te
open. |
|
34 |
vta |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Voor de VTA (Virtual Tree
Assessment) ofwel BVC (Boom Veiligheid Controle). Kan alleen worden veranderd al
startoptie: glbinsp=0 BrutIS geeft de speciale
knoppenbalk voor VTA registratie weer. Stelt het paspoort voor de
boomregistratie en meldingen registratie in voor het doen van de VTA. Als vakgebied=2 of 3 en mutfile
is leeg, vraagt het programma bij opstart om een mutatiebestand te open. Start weergave is zonder
legenda. |
|
35 |
short |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Voor het verkorten van de
knopen en leidingen paspoort om de registratie van inspectie en reiniging van
drainage en riolering te versimpelen. |
|
36 |
large |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Maakt de knoppen in de
knoppenbalk 2x zo groot en maakt de vensters voor de registratie van kolken
en meldingen afmelden groter. |
|
37 |
keyenable |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Maakt de toetsten:
pijltjes, Enter, Tab en Shift Enter en
Tab actief bij het bewerken van paspoorten. Bij een tablet-pc adviseren wij
deze optie niet actief te maken. |
|
38 |
listenable |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Maakt het automatisch
uitklappen van de keuzelijstjes in de paspoorten actief. |
|
39 |
klikless |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
BrutIS geeft geen waarschuw
berichten meer bij tekenfuncties.
Bijvoorbeeld indien strengen niet meer aansluiten op knopen of dat een andere
topografie wordt overgenomen. Voor de ervaren gebruiker om
sneller gegevens in te voeren met minder muisklikken. In de BGT inbox: Worden verwerkte berichten niet
meer in de lijst weergegeven. Wat lucht geeft in de weergave van de niet
verwerkte berichten De knoppen [verwerkt] en
[nieuw] registeren direct in de databank. Het is wel belangrijk dat men een
verbinding heeft met de databank voordat de inbox wordt opent!!! Hierdoor kan
men niet meer vergeten op de [OK] knop te drukken want dat hoeft dan niet
meer. Knop [Verwerkt] registreert en knop [Nieuw] verwijdert het bericht uit
de databank en staat dan niet meer als verwerkt geregistreerd. Minder dialogboxen: Geen vraag
meer om in BGT map op te slaan en geen vraag meer om straatnaam uit PDPOK te
halen. |
|
40 |
wijzig012 |
Achter deze optie een 0, 1 of 2 |
0 indien u bij start
kolkenregistratie venster een dialoog wil krijgen waarin wordt gevraagd of u
het venster in wijzig- of in toevoeg modus wil starten; 1 start het
kolkenregistratievenster in wijzig modus. Waardoor bij klikken in het venster
kolken worden geselecteerd om te wijzigen. Het venster krijgt een [Toevoeg]
knop om kolken toe te voegen. 2 start het
kolkenregistratievenster in toevoeg modus. Waardoor bij klikken in het
venster een nieuwe kolken wordt geplaatst. Het venster heeft een [Wijzig]
knop om kolken te wijzigen. |
|
41 |
historie |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
BrutIS leest geen historische
gegevens van kolken uit werkbestand. |
|
42 |
special |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
BrutIS geeft knopen met pompen
en overstortdrempel met aparte licht blauw gekleurde cirkel en vierkant
symbooltjes weer. |
|
43 |
vuilgraad |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
BrutIS voegt de
vervuilingsgraad (L, M, E) toe aan de DXF export van kolken. |
|
44 |
black |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
BrutIS maakt de achtergrond zwart
in plaats van wit en geeft zwarte lijnen wit weer. Deze optie is o.a. nuttig
bij gebruik in het donker. |
|
45 |
slowtopo |
Achter deze optie zet u het
gewenste inzoomgetal waarbij BrutIS de topografie laat zien. Hoe lager het
getal hoe meer u moet inzoomen voordat BrutIS de topografie laat zien. Bijvoorbeeld: slowtopo=4. |
BrutIS geeft de locatie van de
topografie weer met een rechthoekig kader. Pas als u voldoende inzoomt laat
BrutIS de topografie zien. Deze optie is handig bij grote topografie
bestanden waarbij het enige tijd duurt voordat de gehele topografie is
getekend, als deze helemaal is uitgezoomd. |
|
46 |
matchdis |
Achter deze optie zet u een
afstand in meters. Bijvoorbeeld: matchdis=2. |
Standaard is deze afstand 0.81
m. BrutIS gebruikt deze afstand bij diverse functies om knopen en objecten op
coördinaat te zoeken. Als bijvoorbeeld een streng uit
topografie wordt toegevoegd, zoekt het programma knopen voor deze strengen op
deze afstand. Het kan zijn dat daardoor de coördinaten van knopen worden
aangepast op die van de begin- en eind-coördinaten van de strengen. Startoptie nomove=1 voorkomt dit! "Zoeken naar kromme
leidingen", waarbij BrutIS de ligging van strengen overneemt van lijnen
in een DXF bestand. De opgegeven afstand is de maximale afwijking tussen de
coördinaten van de lijn uit de DXF en knoop coördinaten van de streng. "Haal objecten uit
DXF", waarbij BrutIS met behulp van deze afstand controleert of een
knoop al aanwezig is. Indien knoop al aanwezig koppelt BrutIS de nieuwe
streng uit het DXF aan deze bestaande knoop. |
|
47 |
levensduur |
levensduur=60 |
BrutIS corrigeert de standaard
restlevensduurmodellen met de aangegeven waarde. Standaard zijn de modellen
gebaseerd op en restlevensduur van 70 jaar. Bij een waarde van:
"60" zet BrutIS een model met de stapjes: "25+20+15+10",
om naar: "22+18+12+8". |
|
48 |
gpsport |
Achter deze optie kunt u de
code van de poort aangeven waarmee een serieel aangelosten GPS antenne
communiceert. Vergeet hierbij niet de dubbele punt achter de poort code.
Alleen poort codes van COM1 tot COM9 zijn mogelijk. Bijvoorbeeld: gpsport=COM1: |
BrutIS leest de NMEA $GPGAA
regel die door de GPS antenne is verstuurd. |
|
49 |
baud |
Achter deze optie zet u de te
gebruiken baudrate voor de serieele COM poort. Bijvoorbeeld: baud=9600 |
BrutIS stelt de baudrate van
de: "gpsport=", COM poort in met de opgegeven waarde. Standaard
staat de baudrate op 4800. |
|
50 |
overlap |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
BrutIS zet de
"gpsport=", COM poort op OVERLAPPED toestand. De werking van deze
optie is twijfelachtig. |
|
51 |
location |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
BrutIS gebruikt de Windows
Locatie Service om doorlopend op de positie van de GPS sensor ingezoomd te
blijven. |
|
52 |
curl |
Achter deze optie zet u het commando voor het starten van CURL. Bijvoorbeeld: curl=C:\curl-7.74.0-win64-mingw\bin\curl.exe |
CURL is een apart programma waarmee BrutIS berichten met data naar een
Internetserver kan versturen. En waarmee BrutIS data van een Internetserver
kan ophalen. Het programma CURL wordt dan met een commando-regel vanuit
BrutIS gestart. |
|
53 |
action |
Achter deze optie zet u de actie voor de website die u met CURL wil
benaderen |
"SOAPAction: ACTION_YOU_WANT_TO_CALL" in CURL. |
|
54 |
cert |
De naam van het certificaat bestand (.pme/.crt) |
--cert optie in CURL. Voor het opbouwen van een veilige internet verbinding wordt het
berichtenverkeer met de certificaat encrypted. Dit certificaat wordt via het
https-protocol verstuurd. Er is een certificaat van de gemeente nodig om via
het https-protocol deze mee te verzenden naar de service bus. Met CURL voorziet deze optie in het vullen van de --cert optie |
|
55 |
key |
De naam van het key bestand (.key/.crt) behorende bij het
certificaatbestand. |
--key optie in CURL. Altijd in combinatie met startoptie: cert. Voor de encryptie is een sleutel nodig. Deze zit in het key-bestand. |
|
56 |
cacert |
De naam van het te vertrouwen certificaat bestand. |
--cacert optie in CURL. Voor het opbouwen van de beveiligde verbinding kan het certificaat van
der server nodig zijn. Zodat BrutIS de server kan vertrouwen. |
|
57 |
insecure |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Optie om de certificaat
validatie van CURL uit te schakelen |
|
58 |
endpoint |
URL |
Het internetadres ofwel URL van de Internet-site (ofwel andere computer)
waarmee BrutIS een verbinding moet opbouwen en berichten uitwisselen. |
|
59 |
bgtadmin |
Tekststring van maximaal 34 tekens. |
Naam van de ontvangende BGT administratie |
|
60 |
bgtapp |
Tekststring van maximaal 34 tekens. |
Naam van de ontvangende BGT applicatie |
|
61 |
puburl |
URL |
Het internetadres ofwel URL van de Internet-site van het gemalen ofwel
pompen beheersysteem, om vanuit BrutIS te raadplegen. |
|
62 |
way |
Achter deze optie kunt u de naam en locatie van een DXF bestand opgeven. Bijvoorbeeld:
Ook kunt u met deze optie per dag route bestanden maken in geoJSON Bijvoorbeeld: way=route%d.jsn Ter plaatse van "%d" zet BrutIS de datum. |
BrutIS opent het bestand en schrijft de afgelegde route in het bestand in
DXF. BrutIS doet dit alleen indien BrutIS contact heeft met een GPS antenne. Indien geoJSON: maakt BrutIS per dag een nieuw veegbestand aan met de gereden route.
Bijvoorbeeld route20160526.jsn, route20150527.jsn, etc… Met in dit veegbestand om de frq=2000 ( 2
seconden) een waypoint. Ook tekent BrutIS de gereden route op het venster. De gemaakte json veegbestanden bevatten het zogenaamde geoJSON. Deze zijn
via menuoptie “Importeren -> DXF of SHP topografie”, importeren waarna
BrutIS hiervan SHP bestanden maakt in het mapje waar het json veegbestand
staat.. Hierbij vraagt BrutIS of u
alleen de geveegde routes wil uitvoeren (alles onder 10 km/u). |
|
63 |
pdf |
Achter deze optie zet u het commando voor het starten van de PDF viewer
op uw computer. Bijvoorbeeld: pdf=C:\Program Files (x86)\PDF Architect\PDF Architect.exe |
BrutIS start het aangegeven PDF programma voor de weergave van PDF
bestanden. |
|
64 |
tile |
Achter deze optie kunt u een map locatie (adres) opgeven. |
BrutIS slaat streetmap bestanden op onder deze map. En laat streetmap
tiles afbeelden uit deze map indien aanwezig. |
|
65 |
discl |
Achter deze optie zet u een disclaimer tekst Bijvoorbeeld: discl=Aan deze tekening kunnen geen rechten worden ontleent |
BrutIS geeft deze tekst in de plot afdrukken weer. |
|
66 |
aansluit |
Achter deze optie zet u een percentage waarbij de waarde: "1."
100 procent is en "0.01" 1 procent. Bijvoorbeeld: aansluit=.5 |
Bij het bepalen van de vervangingskosten gaat BrutIS uit van het
opgegeven percentage van de aansluitingen. |
|
67 |
rbtype |
Achter deze optie kunt u een naam van een database opgeven. Bijvoorbeeld:
rbtype=views |
BrutIS verkent de database allereerst op de opgegeven databasenaam. Deze
optie kan nodig zijn indien een database meerdere structuren heeft, waarbij
de gewenste structuur als laatste in de zoeklijst van BrutIS staat. Standaard
selecteert BrutIS de gegevens uit de eerste bekende structuur in de
zoeklijst. |
|
68 |
proxy |
Achter deze optie zet u het uit te voeren protocol voor het maken van een
internet verbinding via FTP. De protocol moet het formaat:
""://"" hebben. Zoals in onderstaand voorbeeld waarbij
ftp_proxy_name de naam is van de FTP proxy en 21 het poortnummer te gebruiken
om toegang te krijgen tot de proxy. Bijvoorbeeld: proxy=""ftp=ftp://ftp_proxy_name:21"" |
BrutIS maakt gebruik van het opgegeven protocol bij het maken van een FTP
verbinding. |
|
69 |
sectie |
Achter deze optie kunt u een DG-Dialog (verouderd type Grontmij database)
rioleringsbeheer sectie code opgeven. Bijvoorbeeld: sectie=HA |
BrutIS selecteert alleen knopen en strengen uit DG-Dialog geregistreerd
onder de opgegeven sectie code en schrijft deze in de werkbestanden. Deze
optie is nodig indien de putnummering niet uniek is. Deze optie wordt niet bij RioGL: gebruikt! |
|
70 |
letter |
Achter deze optie zet u een letter. Bijvoorbeeld: letter=A |
Bij het automatisch aanmaken van knoopnummers gebruikt BrutIS de
opgegeven letter als eerste letter. In het voorbeeld hiernaast dus de letter:
"A". De optie gebruikt BrutIS niet bij het maken van
knoopnummers ten behoeve van uitwisselbestanden voor de WIBON. Bij de WIBON
is het eerste letter van het putnummer afhankelijk van het WIBON Thema. |
|
71 |
riovlgnr |
Achter deze optie een
volgnummer |
Bij automatische nummering van
knopen wordt vanaf dit nummer gezocht naar het eerste vrije knoopnummer. Bij
gebruik van startoptie letter het nummer startend met de letter(s). |
|
72 |
objvlgnr |
Achter deze optie een
volgnummer |
Bij automatische nummering van
objecten wordt vanaf dit nummer gezocht naar het eerste vrije objectnummer. Bij
gebruik van startoptie letter het nummer startend met de letter(s). |
|
73 |
timeout |
Achter deze optie kunt u een
wachttijd in seconden opgeven. Bijvoorbeeld: timeout=60 |
Het betreft hier een database
selectie en verbinding timout waarde. Indien BrutIS de wachttijd overschrijdt
stopt BrutIS de selectie of het verbinding maken. |
|
74 |
idinvg |
Achter deze optie plaatst u de
vervuilingsgraad van kolken. (1, 2, 3, 4 of 5). Bijvoorbeeld: idinvg=5 |
BrutIS registreert automatisch
deze vervuilingsgraad bij de registratie van kolken. |
|
75 |
revdat |
Achter deze optie zet u een
datum volgens het formaat: JJJJMMDD Bijvoorbeeld: revdat=20240130 |
De startdatum van een
registratie/project. Bij het registreren van kolken kleurt
BrutIS alle kolken en leidingen met een mutatiedatum nieuwer als deze datum
als gereinigd/gedaan. Overige kolken en leidingen kleurt BrutIS volgens de
datums in het revisiebestand. |
|
76 |
klicdat |
Achter deze optie zet u een
datum volgens het formaat: JJJJMMDD Bijvoorbeeld: klicdat=20110130 |
BrutIS laat alleen KLIC
graafbericht polygonen, later of gelijk aan deze datum, zien uit SHP bestand
met grondroerders informatie. |
|
77 |
kenteken |
Achter deze optie zet u een kentekennummer. Bijvoorbeeld: kenteken=40-35-JD |
BrutIS plaatst dit nummer, als invoerwaarde, in het SHP data
mutatievenster |
|
78 |
send |
Achter deze optie zet u de
gewenste Internet timeout waarde in milliseconden voor het verzenden van
data. Bijvoorbeeld: send=60000 |
Indien na de aangeven periode
het verzenden niet is gelukt onderbreekt BrutIS het verzenden en geeft BrutIS
de besturing terug aan de gebruiker. |
|
79 |
receive |
Achter deze optie zet u de
gewenste Internet timeout waarde in milliseconden voor het ontvangen van
data. Bijvoorbeeld: receive=60000 |
Indien na de aangeven periode
het ontvangen niet is gelukt onderbreekt BrutIS het ontvangen en geeft BrutIS
de besturing terug aan de gebruiker. |
|
80 |
dimnode |
Achter deze optie zet u de gewenste diameter van de knooppunten in het
DXF. Bijvoorbeeld: dimnode=1. |
BrutIS exporteert de knopen naar DXF met de aangegeven diameter. De
standaard diameter is 0.8 |
|
81 |
dimtxt1 |
Achter deze optie zet u de gewenste hoogte van de tekst boven de leiding
(afmeting en materiaalsoort). Bijvoorbeeld: dimtxt1=1.5 |
BrutIS exporteert de tekst naar DXF met de aangegeven hoogte. De
standaard hoogte is 1.3 |
|
82 |
dimtxt2 |
Achter deze optie zet u de gewenste hoogte van de tekst onder de leiding
(bob peilen). Bijvoorbeeld: dimtxt2=1.3 |
BrutIS exporteert de tekst naar DXF met de aangegeven hoogte. De
standaard hoogte is 1.2 |
|
83 |
dimtxt3 |
Achter deze optie zet u de gewenste hoogte van de knoopnummers. Bijvoorbeeld: dimtxt3=2.0 |
BrutIS exporteert de tekst naar DXF met de aangegeven hoogte. De
standaard hoogte is 1.8 |
|
84 |
dx |
Achter deze optie zet u een waarde in meters. |
BrutIS verplaatst de uit de GPS berekende X coördinaat met de aangegeven
waarde. |
|
85 |
dy |
Achter deze optie zet u een waarde in meters. |
BrutIS verplaatst de uit de GPS berekende Y coördinaat met de aangegeven
waarde. |
|
86 |
dijkstra |
Achter deze optie zet u een waarde in meters. |
Standaard de waarde: 1000 meter. Maximum zoek radius. Alleen knopen binnen de radius komen in aanmerking
bij het zoeken van de kortste afstand , om via strengen van knoop A naar B te
komen. |
|
87 |
finman |
Achter deze optie zet u een
vervangende waarde voor het minimum jaar bij een vervangingsjaar bandbreedte. Bijvoorbeeld: finman=1 |
Voor het wegbeheer: BrutIS
vervangt het minimum jaar van een planjaar bandbreedte indien dit minimumjaar
groter is dan de aangegeven waarde. Indien bandbreedte is binnen 5 en 10 jaar
uit te voeren dan wordt dit tussen de 1 en 10 jaar uit te voeren. Deze
mutatie voert BrutIS alleen uit bij cyclische maatregelen in een
meerjarenbegroting en waar verdeling van bedragen is toegestaan. |
|
88 |
nxtyear |
Achter deze optie zet u een
hoeveelheid jaren. |
Standaard de waarde 1, wat betekent
dat de begroting een jaar later dan het huidige jaar start. Gebruik de waarde
0 om de begroting het huidige jaar te starten. |
|
89 |
batchmode |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. BrutIS verwacht deze
optie samen met de optie: "datasource=" en indien bij de database
gebruikersnaam en wachtwoord vereist zijn, tevens: "username=" en
"password=". |
BrutIS maakt automatisch
verbinding met de database, selecteert de data, schrijft deze gegevens in de
werkbestanden en sluit de verbinding af. |
|
90 |
dghyd |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
BrutIS plaatst de DG-Dialog
compartiment code achter de knoopnummers. Alleen bij BrutIS programma's die
niet standaard de sectiecode voor het knoopnummer plaatsen. |
|
91 |
pasvftp |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
BrutIS gebruikt passive FTP
semantics |
|
92 |
nowrap |
Achter deze optie een 1 om de optie
aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Bij nowrap worden de knoppen
verdeeld over meerdere regels in de knoppenbalk. Indien niet actief staan
alle knoppen op 1 regel. |
|
93 |
stripnull |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
BrutIS verwijdert voorloop
nullen van knoopnummers bij het lezen van SUFRIB inspectie bestanden. GEBRUIK DEZE OPTIE NIET INDIEN U
(REVISIE) GEGEVENS IN DE DATABASE WILT DOORVOEREN! |
|
94 |
spurename |
Achter deze optie een 1 om de optie
aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Voor het rioleringsbeheer: BrutIS verandert de
knoopfunctie automatisch naar overstort of pompput indien er een pomp of
overstortdrempel aanwezig |
|
95 |
dxf2sty |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Bij "Objecten uit DXF
halen" is de laagnaam van het DXF object het stelseltype (ofwel type
afvoer). Standaard neemt BrutIS "strengfunctie" over uit de
laagnaam. |
|
96 |
norem |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Geen weergave van kolk
opmerkingen in het grafische venster. |
|
97 |
noblock |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
BrutIS geeft INSERT (of AutoCAD
BLOCK) gegevens niet weer bij de weergave van de topografie. |
|
98 |
dispspu |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
BrutIS geeft het knooptype of
beheergroep code weer in plaats van het knoopnummer |
|
99 |
dispnode |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
BrutIS geeft altijd het
knoopnummer weer. |
|
100 |
dispgully |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Bij waarde 1 geeft BrutIS na
opstart kolken weer. |
|
101 |
displateral |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Bij waarde 1 geeft BrutIS na
opstart de secundaire riolering weer. Dit is op het primaire riool aansluitende
riool. |
|
102 |
peil |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
BrutIS exporteert verzamelde
peilmaten naar het werkbestand en kan daarna deze peilmaten per knoop in de
treeview tonen. Het betreffen peilmaten van putbodems en binnenonderkantbuis
aangesloten op de knopen. |
|
103 |
insrdtab |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
BrutIS autoriseren om in een
database waar een concurrerende
tabelstructuur aanwezig is, de BrutIS tabellen te installeren. |
|
104 |
autonum |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
BrutIS vraagt niet meer om
knoopnummers indien een leiding volgens een polylijn is toegevoegd. Standaard
vraagt BrutIS wel naar knoopnummers. |
|
105 |
norepeat |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
BrutIS repeteert de menuopties
Zoom In, Zoom Out en Verplaats functies niet. Vergelijkbaar met het opstarten
van BrutIS met GPS antenne. |
|
106 |
sumcatch |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Voor het importeren van
verhardoppervlak gegevens reset BrutIS de bestaande gegeevns niet naar de
waarde: 0, waardoor BrutIS het verhard oppervlak bij de bestaande aantallen
optelt. |
|
107 |
markpoly |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
In de treeview markeert BrutIS
de wegvakken of leidingen met grafische informatie. Standaard markeert BrutIS
wegvakken of leidingen met inspectiegegevens. |
|
108 |
rbcheck |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Bij selectie uit de databank
controleert BrutIS het aantal, in de database aan inspectie gekoppelde:
objecten, toestandsaspecten en afbeeldingen en corrigeert deze in
inspectietabellen. |
|
1-9 |
nocodes |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Het importeren van straatnamen
en gebiedsnamen is uitgezet. Niet meer mogelijk. |
|
110 |
begend |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
BrutIS geeft geen waarschuwing
meer als de begin en/of eindpunt coördinaten van de streng niet overeenkomen
met de coördinaten van de knopen van de streng. |
|
111 |
async |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
BrutIS voert FTP opdrachten asynchroon
uit. BrutIS geeft de status van het exporteren en importeren naar een
internet adres in een apart venster weer. Standaard voert BrutIS FTP
opdrachten synchroon uit. |
|
112 |
mvhsnap |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
BrutIS muteert, via snappen, de
maaiveldhoogte van een knoop met de Z waarde van een cirkel middelpunt of GPS
positie. |
|
113 |
txtlv |
Achter deze optie zet u de
teksthoogte in pixels voor de paspoorten. |
Paspoort tekst hoogte.
Standaard: 10 pixels |
|
114 |
txtdef |
Achter deze optie zet u de
teksthoogte in pixels voor de legenda. |
Legenda tekst hoogte.
Standaard: 10 pixels |
|
115 |
txtadr |
Achter deze optie zet u de
teksthoogte in pixels voor de adres teksten. |
Adres tekst hoogte. Standaard:
10 pixels |
|
116 |
txtnod |
Achter deze optie zet u de
teksthoogte in pixels voor de knoopnummers. |
Knoopnummer en beheergroep code
tekst hoogte. Standaard: 10 pixels |
|
117 |
txtstr |
Achter deze optie zet u de teksthoogte
in pixels voor de afmetingen en peilen. |
Teksthoogte van afmetingen en
peilen. Standaard: 9 pixels |
|
118 |
txtdxf |
Achter deze optie zet u de
teksthoogte in pixels voor teksten in de topografie. |
Teksthoogte van topografie
tekst. Standaard: 10 pixels |
|
119 |
legenda |
Achter deze optie zet u de
breedte van de legenda in pixels. |
De legenda is standaard 300
pixels breed. |
|
120 |
nodethema |
Achter deze optie kunt u een
nummer uit onderstaande lijst opgeven: ·
1:
knooptype ·
2:
maaiveldhoogte ·
3: putdekseltype ·
4:
stroomprofieltype ·
5:
constructietype ·
6:
herkomst coördinaten ·
7:
herkomst maaiveldhoogte ·
22:
revisie/mutatie status ·
27:
wibon thema ·
30:
eigenschap A ·
31:
eigenschap B ·
32:
eigenschap C ·
33:
eigenschap D ·
34:
eigenschap E ·
35:
eigenschap F ·
36: eigenschap
G ·
37:
eigenschap H ·
38:
eigenschap I ·
39:
eigenschap J ·
42:
gebied ·
43:
leverancier ·
44:
eigenaar ·
45:
beheerder ·
46:
status functioneren Bijvoorbeeld: nodethema=1 |
BrutIS start op met een
weergave van de knopen volgens het aangegeven thema. De kleur
en dikte kunt u instellen via: beeld -> weergave opties. Tabblad:
“Knopen”, knop: [Kleuren en Klassen] Zonder deze optie:
|
|
121 |
linethema |
Achter deze optie kunt u een
nummer uit onderstaande lijst opgeven: ·
1:
maatregelprogramma ·
2:
afmetingen ·
3:
vorm/profiel ·
4:
diepte ·
5:
materiaal ·
6:
stelseltype ·
7:
streng functie ·
8:
bergingsverlies ·
9:
inspectie ·
10:
jaar van aanleg ·
11:
verhardingstype ·
12:
inrichting type boven de leiding ·
13:
fundatie type ·
14:
grondsoort ·
15:
bemalingsgebied ·
16:
plaatsnaam ·
17:
inspectiejaar ·
18: jaar
van vervanging ·
22:
revisie status ·
23:
eigen beoordeling ·
24:
beslismodel Bijvoorbeeld: linethema=1 |
BrutIS start op met een
weergave van de strengen volgens het aangegeven thema. De kleur
en dikte kunt u instellen via: beeld -> weergave opties. Tabblad:
“Strengen”, knop: [Kleuren en Klassen]. Zonder deze optie. Of andere
waarde dan hiernaast weergeven geeft BrutIS het “afvoertype” van de strengen
weer. |
|
123 |
objectthema |
Achter deze optie kunt u een
nummer uit onderstaande lijst opgeven: ·
1:
maatregelprogramma ·
2:
maatregelprogramma wegbeheer ·
8:
beheergroep ·
9:
inspectie ·
10:
jaar van aanleg ·
11:
weg verharding type ·
12:
plan thema ·
18:
jaar van vervanging ·
24:
beslismodel wegbeheer ·
30:
eigenschap A ·
31:
eigenschap B ·
32:
eigenschap C ·
33:
eigenschap D ·
34:
eigenschap E ·
35:
eigenschap F ·
36:
eigenschap G ·
37:
eigenschap H ·
38:
eigenschap I ·
39:
eigenschap J ·
40:
functie ·
41:
type ·
42:
gebied ·
43:
leverancier ·
44:
eigenaar ·
45:
beheerder ·
46:
status functioneren ·
47: Weg
onderdeeltype ·
48:
Weg verharding soort ·
49:
Weg type ·
50:
Weg functie ·
51:
Weg constructie ·
52:
Weg voegconstructie ·
53:
Groen standplaatstype ·
54:
Groen boomtype ·
55:
Groen kroonafmeting klasse ·
56:
Groen stamafmeting klasse ·
57:
Groen hoogte klasse ·
58:
Meubilair type mast ·
59:
Meubilair fabrikant ·
60:
Meubilair ontwerp ·
61:
Meubilair materiaal ·
62:
meubilair: type armatuur ·
63:
meubilair type lamp ·
64:
meubilair type dimmer ·
65:
meubilair type starter ·
66:
meubilair type voorschakel apparaat ·
67:
bord type ·
68: bebording
type bevestiging ·
69:
bebording: type reflectie ·
70
kunstwerk type ·
71:
kunstwerkonderdeel type ·
72:
water type ·
73:
wateronderdeel type ·
74:
melding onderdeel type ·
75:
melding type gebrek ·
76:
melding gebrek ·
77:
melding gevolg ·
78:
melding maatregel ·
79:
melding urgentie ·
80:
mutatie thema ·
81:afstroom
type inloop ·
82
afstroom type oppervlak Bijvoorbeeld: objectthema=11 |
BrutIS start op met een
weergave van de objecten volgens het aangegeven thema. De kleur
en dikte kunt u instellen via: beeld -> weergave opties. Tabbladen:
“Objecten”, “bomen”, “wegvakonderdelen”, knop: [Kleuren en Klassen] Zonder deze optie: Bij openen mutatiebestand bij
opstart, wordt de revisie/mutatie status weergegeven Zonder mutatiebestand, of
andere waarde dan hiernaast weergeven geeft BrutIS bij wegbeheer het
verhardingstype weer en bij de overige vakdisciplines de beheergroepen. |
|
124 |
fixpix |
Achter deze optie voert u de
gewenste pixel hoogte in voor de weergave van bitmaps uit het bmpmap mapje. Bijvoorbeeld: fixpix=14 |
Minimaal een hoogte van 6
pixels opgeven. Bij kleinere hoogtes geeft BrutIS de bitmaps weer met de
werkelijke pixelhoogte. |
|
125 |
minpix |
Achter deze optie voert u de
minimale pixel hoogte in voor de weergave van topografie object punten. Bijvoorbeeld: minpix=1 |
Minimaal een hoogte van 6
pixels opgeven. Maximum hoogte van de object punten zijn 10 pixels. |
|
126 |
noaddnmk |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
BrutIS staat het toevoegengen
van nieuwe straatnamen niet toe. |
|
127 |
online |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
BrutIS slaat de weergave van
het welkom venster over en geeft direct de kaartdata weer uit het beschikbare
werkbestand. |
|
128 |
tbbestand |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
BrutIS geeft bij opstart de
knopen van de functiegroep: "Bestand", weer. |
|
129 |
tbbeeld |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
BrutIS geeft bij opstart de
knopen van de functiegroep: "Beeld", weer. |
|
130 |
tbraadplegen |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
BrutIS geeft bij opstart de
knopen van de functiegroep: "Raadplegen", weer. |
|
131 |
tbselecteren |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
BrutIS geeft bij opstart de
knopen van de functiegroep: "Selecteren", weer. |
|
132 |
tbtoepassing |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
BrutIS geeft bij opstart de
knopen van de functiegroep: "Toepassingen", weer. |
|
133 |
tbplanning |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
BrutIS geeft bij opstart de
knopen van de functiegroep: "Planning", weer. |
|
134 |
tbtoevoegen |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
BrutIS geeft bij opstart de
knopen van de functiegroep: "Toevoegen", weer. |
|
135 |
tbwijzigen |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
BrutIS geeft bij opstart de
knopen van de functiegroep: "Wijzigen", weer. |
|
136 |
tbverwijder |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
BrutIS geeft bij opstart de
knopen van de functiegroep: "Verwijderen", weer. |
|
137 |
tbinspectie |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
BrutIS geeft bij opstart de
knopen van de functiegroep: "Reiniging en Inspectie", weer. |
|
138 |
video |
Achter deze optie voert u de extensie
van de gebruikte videobestanden (inclusief punt). Bijvoorbeeld: video=.mpg |
Vaak is de extensie van de videobestanden niet in in het RIB opgegeven.
Bij het zoeken naar videobestanden, voor weergave met de mediaplayer, zet
BrutIS deze extensie achter de videonaam. |
|
139 |
topolab |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Om sneller in en uit te zoomen
op een kaart met veel topografie en objecten. Door de kaart in het
achtergrondgeheugen te tekenen en als een bitmap op scherm te presenteren. Zo
zoomt men in op de bitmap. En wordt na inzoomen de nieuwe bitmap weergegeven
zodra deze gereed is. Op deze wijze kan men snel in- en uitzoomen zonder
afhankelijk te zijn van de tekensnelheid van de kaart. |
|
140 |
topodirect |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Standaard staat deze optie aan.
De achtergrond topografie uit SHP-, GML- en DXF-Bestand wordt bij opstart
direct weergegeven. Als de optie niet actief is wordt de topografie pas
weergegeven als deze in de topografie balk is aangevinkt. |
|
141 |
display_dev |
Achter de optie voert u de gewenste display device name in. |
BrutIS gebruikt de aangegeven display device om de interface weer te
geven. Via menuoptie: Info -> Computer informatie, krijgt u een overzicht
van beschikbare display devices. |
|
142 |
checkdate |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Alle mutatiedatums van objecten,
knopen en strengen krijgen bij inlezen de datum van vandaag. |
|
143 |
checkdata |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Standaard staat deze optie aan.
En worden bij inlezen data uit werkbestand gegevens gecontroleerd, zoals op
unieke nummering van knopen en objecten. Deze controle kan bij veel knopen en
objecten veel tijd kosten en dan kan men overwegen deze optie uit te zetten
om sneller op te starten. |
|
144 |
cleanup |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
BrutIS maakt na inlezen data
uit werkbestand de domeinwaarden uniek als blijkt dat deze dubbel zijn. En
verwijderd blanco domeinwaarden. Deze optie wordt automatisch
aangezet als het er te weinig geheugen is om domeinwaarden in te lezen. |
|
145 |
maxmem |
Een getal om een maximum aantal
op te geven |
Hiermee geeft u het maximaal
aantal te importeren domeinwaarden aan. Op basis van dit getal wordt het
hoeveelheid geheugen daarvoor gereserveerd. |
|
146 |
kleuren |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Bij opstart wordt alle vlak
geometrie gekleurd. |
|
147 |
plottitle |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Standaard staat deze optie aan.
En wordt de titel en schaal op plots weergegeven |
|
148 |
noordpijl |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Zorgt voor de weergave van de
noordpijl in de legenda van de plot. Optie kan er van de oorzaak zijn dat
foto’s niet meer op plots worden weergegeven.. |
|
149 |
punten |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Standaard staat deze optie aan.
Topografie punten uit GML-, SHP- of DXF-Bestanden worden weergeven. |
|
150 |
bitmaps |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Standaard staat deze optie aan.
Bij opstart worden bitmaps van objecten en knopen weergegeven. |
|
151 |
wms |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Standaard staat deze optie aan.
Bij opstart staat het ophalen en weergaven van Web Map Service achtergrondkaarten
aan. Als het programma traag start kan dit veroorzaakt worden doordat deze
optie aan staat en het downloaden van achtergrondkaarten niet is toegestaan.
Het programma wacht dan op een timeout om verder te gaan. Dus uit als er geen
rechten zijn om te downloaden van het Internet. |
|
152 |
pdoktile |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Deze optie is alleen actief bij
gebruik in Nederlandstalige versies, waarbij men kaarten van PDOK gebruikt.
Het ophalen van PDOK tiles met de BGT topografie kan erg traag verlopen. Als
de optie actief is gebruikt het programma deze tiles als er geen WMS
achtergrondkaarten in het WMS venster zijn aangevinkt. Als de optie niet
actief is wordt streetmap gebruikt voor achtergrondkaarten. |
|
153 |
expguid |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Zorgt ervoor dat bij export van
topografie naar SHP-Bestand ook de GUID van topografie wordt opgeslagen,
naast de laagnaam (Layer). |
|
154 |
einddatum |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Standaard staat deze optie aan.
Alleen actuele topografie wordt geladen uit de BGT. Als de optie uitstaat wordt ook de oude
topografie geladen en kan het programma deze ook weergegeven. |
|
155 |
arcgraad |
Achter deze optie een getal
groter dan 0. |
Bij inlezen van een boog of
cirkel topografie wil BrutIS deze omzetten naar lijnen, omdat het programma
geen boogstralen kan weergeven. Deze factor bepaald om hoeveel graden in een
boog een coördinaat geplaatst gaat worden voor deze lijnen. Bij waarde 4 (de
standaard waarde) wordt dit gedaan om de 4 graden. Bij waarde 2 is de
ervaring dat teveel coördinaten worden gemaakt waardoor het omzetten niet
meer efficiënt is. |
|
156 |
bgtberichten |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Standaard staat deze optie aan.
Zorgt ervoor dat geïmporteerde topografie wordt gekoppeld aan objecten,
knopen en strengen. |
|
157 |
replnr |
Achter deze optie een getal
groter dan 0 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Bepaalt hoeveel geheugen zal
worden gereserveerd voor de registratie oud- en nieuw-nummer van knopen en
objecten. Als geheugen beschikbaar wordt bij importeren van knopen en
objecten bepaalt of het nummer al in gebruik is bij een bestaande knoop of
object. Als de coördinaten niet meer afwijken dan 1 meter, wordt de
toevoeging omgezet naar een update opdracht om de gegevens van bestaande
knoop of object te vervangen met de nieuwe data. Als meer dan 1 meter afstand
en er is geheugen voor de opslag van oud en nieuw nummer wordt er een nieuw
nummer voor de toe te voegen knoop of object bepaalt en wordt knoop of object
alsnog toegevoegd. |
|
158 |
noinspdir |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Bij het opslaan van
inspectiedata in een werkbestand worden inspecties niet opgeslagen als er een
recenter ingelezen inspectiebestand is met dezelfde naam. Normaliter doet ook
de locatie ofwel het pad naar het bestand mee in de bepaling of een bestand
een identieke naam heeft. |
|
159 |
sqllog |
Achter deze optie een 1 om de optie
aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Deze optie werkt alleen bij OCI
(Oracle Call Interface) versies. Een venster wordt opgestart waarin alle
SQL-opdrachten van het programma naar de databank wordt weergeven. Het
venster geeft ook SQL foutmeldingen weer. |
|
160 |
vakgebied |
Achter deze optie het getal: 1,
2 of 3. |
Het vakgebied waarmee zal
worden opgestart. Het vakgebied bepaald welk menu en knoppenbalk zichtbaar
is:
|
|
161 |
starttab |
Achter deze optie het getal; 1,
2, 3 of 4 |
Het tabblad waarmee het welkom
venster opstart:
|
|
162 |
vlootnr |
Achter deze optie een client code van het voertuig of de computer waarmee
data wordt geregistreerd |
Deze optie werkt alleen bij speciale versies waarin een communicatie met
een Cloud/Internetserver is ingesteld. Een Cloud/Internetserver waarop men de
projecten beheerd. En waar vandaan de client projectbestanden (waaronder
werkbestanden) download en mutatiebestand upload. |
|
163 |
score |
score=200 |
Bij het maken van een
beoordelingsadvies voor rioolstrengen berekent BrutIS het kwaliteitscore
getal van een streng. Indien de score hoger is dan de aangegeven waarde en de
ingrijp- of waarschuwmaatstaf niet is bereikt, geeft BrutIS het advies de
schadebeelden in de rioolstreng in de gaten te houden. Standaard hanteert
BrutIS een minimum score van 150. |
|
164 |
replen |
Een leidinglengte percentage
tussen 1 en 99 % |
De leidinglengte percentage van
de ingrijpschade, waarop rioolstrengen met onbekende
kwaliteitsklasse, moeten worden gerepareerd of geheel vervangen/gerenoveerd.
Als percentage minder dan repareren. Als groter of gelijk vervangen De standaard waarde is 12 %.. |
|
165 |
replen_ap |
Een leidinglengte percentage
tussen 1 en 99 % |
De leidinglengte percentage van
de ingrijpschade, waarop rioolstrengen met A+ kwaliteitsklasse,
moeten worden gerepareerd of geheel vervangen/gerenoveerd. Als percentage
minder dan repareren. Als groter of gelijk vervangen De standaard waarde is 12 %.. |
|
166 |
replen_a |
Een leidinglengte percentage
tussen 1 en 99 % |
De leidinglengte percentage van
de ingrijpschade, waarop rioolstrengen met A kwaliteitsklasse,
moeten worden gerepareerd of geheel vervangen/gerenoveerd. Als percentage
minder dan repareren. Als groter of gelijk vervangen De standaard waarde is 12 %.. |
|
167 |
replen_b |
Een leidinglengte percentage
tussen 1 en 99 % |
De leidinglengte percentage van
de ingrijpschade, waarop rioolstrengen met B kwaliteitsklasse, moeten
worden gerepareerd of geheel vervangen/gerenoveerd. Als percentage minder dan
repareren. Als groter of gelijk vervangen De standaard waarde is 12 %.. |
|
168 |
replen_c |
Een leidinglengte percentage
tussen 1 en 99 % |
De leidinglengte percentage van
de ingrijpschade, waarop rioolstrengen met C kwaliteitsklasse,
moeten worden gerepareerd of geheel vervangen/gerenoveerd. Als percentage
minder dan repareren. Als groter of gelijk vervangen De standaard waarde is 12 %.. |
|
169 |
replen_d |
Een leidinglengte percentage tussen
1 en 99 % |
De leidinglengte percentage van
de ingrijpschade, waarop rioolstrengen met D kwaliteitsklasse,
moeten worden gerepareerd of geheel vervangen/gerenoveerd. Als percentage
minder dan repareren. Als groter of gelijk vervangen De standaard waarde is 12 %.. |
|
170 |
vlcfactor |
Een factor waarmee de video tellerstand wordt verbeterd. |
factor waarmee de geregistreerde video tellerstand moet worden
vermenigvuldigd om correct op te starten op het geselecteerde toestand
aspect. Standaard heeft deze factor de waarde 1. Als de tellerstand correct is heeft deze factor de waarde 1. Als
tellerstand te vroeg een waarde hoger dan 1. Als te laat dan lager dan 1
invoeren. |
|
171 |
extrageomdia |
Een leiding buiten diameter in meters. |
Toepassing voor het maken van een Informatie Model Kabels en Leidingen (IMKL). ten behoeve van de Wet Informatie
Bovengrondse en Ondergrondse Netwerken (WIBON). Leidingen met een buiten diameter groter dan de aangegeven waarde krijgen
extra geometrie uitgevoerd in het Informatie Model Kabels en Leidingen
(IMKL). Bij leidingen met een kleinere of gelijke buitendiameter wordt geen
extra geometrie uitgevoerd. De extrageometrie geeft de buiten contour aan van de leiding. Zodat de
grondroerder een juiste inschatting kan maken van de omvang van de leiding. |
|
172 |
klicdiepte |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Standaard staat deze optie aan
om ook in het IMKL objecten uit te voeren om de afstand weer te geven vanaf het maaiveld tot de bovenkant
van kabel of leiding, leidingcontainer, leidingelement of
containerleidingelement.. Toepassing voor het maken van
een Informatie Model Kabels en Leidingen (IMKL). ten behoeve van de Wet Informatie
Bovengrondse en Ondergrondse Netwerken (WIBON). |
|
173 |
bronhouder |
Bronhouder nummer. De
bronhoudercode voor de WIBON, zonder GM voorvoegsel |
BrutIS wordt bij een aantal
gebruikers geleverd met de mogelijkheid voor verschillende bronhouders het
IMKL te maken voor de WIBON. |
|
174 |
expribguid |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Standaard staat deze optie aan
om het leiding GUID als unieke identificatie naar het RioolInspectieBestand
RIBX uit te voeren en naar het GWSW TTL. Als optie is uitgeschakeld
wordt een unieke code uitgevoerd op basis van de knoopnummers en het
strengnummer. |
|
175 |
nomove |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Knoop en Object coördinaten
worden niet veranderd op basis van import van geometrie van bij-objecten en
waarnemingen, zoals: leidingen , kolken en inspecties. Bij uitvoer naar DXF plaatst
BrutIS het knoopnummer op de knoop coördinaat in plaats van lege hoek. |
|
176 |
kous |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Voor het rioleringsbeheer: BrutIS gaat in alle
kostenberekeningen uit van renovatiekosten in plaats van vervangingskosten.
Dus ook in de meerjarenbegroting. Voorwaarde is dat de streng is
geïnspecteerd, gefundeerd en nauwelijks gedeformeerd, radiaal verplaatst of
een lokale verdieping in waterstand heeft. Zie: Richtlijnen voor
advisering maatregel relining! |
|
177 |
instnaam |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Voor het rioleringsbeheer: BrutIS geeft bij installaties
de naam van de installatie weer in plaats van het knoopnummer. |
|
178 |
dubbel |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Voor het rioleringsbeheer: Bij dubbele knoopnummers, zoals
vaak uit DG Dialog zoekt BrutIS op basis van de kleinste afstand welke knopen
bij de streng horen. Maak deze optie actief indien
strengen kriskras door het venster lopen en de bron DG Dialog is. |
|
179 |
nobxa |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Voor het rioleringsbeheer: BrutIS importeert met deze
optie geen meetgevens uit RIBX of uit RMB bestanden bij het RIB bestand. |
|
180 |
karlabel |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Voor het rioleringsbeheer: Bij het weergeven van geselecteerde
toestandaspecten geeft BrutIS de bijbehorende karakterisering weer in plaats
van de classificering (klasse). |
|
181 |
ribkas |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Voor het rioleringsbeheer: Indien streng in RIB niet is
gevonden zoekt BrutIS opnieuw maar dan zonder de eerste 2 tekens inclusief
het streepje in het knoopnummer. Bijvoorbeeld: In plaats van
"KA-1567" in het RIB zoekt BrutIS op "1567". |
|
182 |
ontwerp |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Voor het rioleringsbeheer: In plaats van de actuele peilen
selecteert BrutIS de ontwerp peilen uit de databanken van GBI, XEIZ, DHV, en
DG-Dialog. |
|
183 |
wrap |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Voor het rioleringsbeheer: Aspecten die voorbij de
strenglengte zijn gemeten worden op het eindpunt van de streng geplaatst.
Indien wrap=0 wordt de lokatie van het toestandaspect geextrapoleerd naar een
positie voorbij de strenglengte. |
|
184 |
exclbput |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
voor het uitvoeren van
bergingsberekening zonder de berging in putten. Berging in strengen wordt dan
berekend over de gehele strenglengte. |
|
185 |
offset |
Achter deze optie zet u de gewenste breedte van de streng in de SHP
export. Bijvoorbeeld: offset=10. |
Voor het rioleringsbeheer: Bij exporteren strengen naar SHP-Bestand, exporteert BrutIS ter plaatse
van de streng een strook (vlak geometrie) over het hart van de streng met de
aangegeven breedte. |
|
186 |
dbtype |
Achter deze optie zet u de het databanktype uit de keuzelijst. |
Kies uit de lijst het type databank waarmee verbinding wordt gemaakt:
Indien niet uit de ODBC driver naam is te halen om wat voor databanktype
het betreft en er is geen dbtype aangegeven, kan BrutIS een waarschuwvenster
geven met de melding dat het databank type onbekend is. |
|
187 |
driver |
Achter deze optie zet u de naam van de ODBC driver |
Nodig als geen datasource/ ODBC Bronnaam beschikbaar is. Bij gebruik van Oracle en PostGreSQL is invullen van deze optie nodig:
|
|
188 |
tnsname |
Achter deze optie zet u de naam van Oracle tnsname |
Nodig als geen datasource/ ODBC Bronnaam beschikbaar is. De tnsname is te vinden in het bestand: tnsnames.ora, onder de
ORACLE_HOME map. Bij Oracle ook startoptie: driver, invullen |
|
189 |
server |
Achter deze optie zet u de naam van de databank server |
Nodig als geen datasource/ ODBC Bronnaam beschikbaar is. Bij gebruik van SQL-Server en PostgreSQL achter deze optie de databank
server naam invullen. |
|
190 |
dbport |
Achter deze optie zet u een poort nummer. |
Nodig als geen datasource/ ODBC Bronnaam beschikbaar is. Bij gebruik van PostGreSQL. Standaard poortnummer voor PostGreSQL is: 5432 |
|
191 |
database |
Achter deze optie zet u de naam van de databank |
Nodig als geen datasource/ ODBC Bronnaam beschikbaar is. Bij gebruik van SQL-Server en PostgreSQL achter deze optie de databank
naam. |
|
182 |
encrypt |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Optie bij SQL-Server om de
communicatie met de databank te versleutelen, op basis van het certificaat
van de SQL-Server. |
|
193 |
datasource |
Achter deze optie zet u de ODBC Bronnaam, indien beschikbaar |
Als gebruik wordt gemaakt van een ODBC Bronnaam, hoeven bovenstaande
databank opties niet te worden aangegeven. Alles is dan geconfigureerd onder
de bronnaam in de ODBC Administratie. |
|
194 |
cloudurl |
Achter deze optie zet u een URL voor de Clous-service |
Opslag van de Cloud service URL. Dit is de URL voor het maken van een
verbinding met de BrutIS revisie service in het Welkom venster, tabblad:
Protocol: HTTP(S), cloud , etc. |
|
195 |
username |
De gebruikersnaam |
De gebruikersnaam om toegang te krijgen toto de databank, Cloud-service
of opvragen token bij een API. |
|
196 |
password |
Het wachtwoord |
Het wachtwoord behorende bij de gebruikersnaam. Het wachtwoord wordt
versleuteld opgeslagen en is dus alleen beschikbaar voor degene die deze
heeft ingevoerd. |
|
197 |
owner |
De tabel eigenaar naam |
De naam (gebruikersnaam of schemanaam) waaronder tabellen zijn geïnstalleerd,
waarvan de gebruiker rechten heeft gekregen. BrutIS past deze toe bij het
maken van SQL op oude Antea Group (GBI) en DHV beheer databanken. |
|
198 |
stad |
De naam van stad of dorp |
Standaard vulling van de aspecten: AAN, CAN, EAN, GAN, QAN in het
inspectiebestand als naam van stad of dorp onbekend is. |
|
199 |
obsurv |
Het getal 1 , 2 of 3 |
Alleen bij versie met functie
om GWSW TTL om te zetten naar mutatiebestand. Code die aangeeft of het “/”
forward slash teken in het knoopnummer moet worden omgezet:
Aanleiding is dat in Obsurv
knoopnummers soms niet uniek zijn en het soms nodig is de groepnaam voor het
knoopnummer te plakken, met in het TTL een “/” als scheidingsteken. |
|
200 |
oudeprijzen |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Voor het aanzetten van maatwerk
tabellen met eenheidsprijzen. Als uitgeschakeld worden de standaard
eenheidsprijzen gebruikt. |
|
201 |
hondenhok |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Bij verplaatsen van knopen
wordt gecontroleerd of knoop op streng wordt geplaatst, waarna het programma
vraagt of het een tussenput ofwel hondenhok put betreft. Dit is een put die
de streng splitst. Deze optie heet hondenhok omdat deze (overzet)putten op
een hondenhok lijken. |
|
202 |
dwacalc |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Standaard staat deze optie aan
om bij opstart het drinkwaterverbruik per knoop te bereken als het
werkbestand adressen bevat met drinkwaterverbruik informatie. Het opstarten
kan hierdoor langer duren waardoor het mogelijk is gemaakt deze berekening
bij opstart uit te zetten. Onder het toepassingen menu kan men deze
berekening ook starten. |
|
203 |
samenvoeg |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Standaard staat deze optie aan
om bij importeren inspectiegegevens de inspecties op dezelfde leiding samen
te voegen tot 1 inspectie. Op deze wijze worden zogenaamde tegeninspecties
toegevoegd aan de eerste inspectie van de leiding. Op deze wijze wordt alle
inspectie informatie benut bij het beoordelen en plannen van maatregelen,
want daarbij wordt alleen de meest actuele inspectie gebruikt. |
|
204 |
stortbonnen |
Een getal om een maximum aantal
op te geven |
Hiermee geeft u het maximaal
aantal te importeren stortbonnen, uit RIBX inspectie- en reinigingsbestanden
aan. Op basis van dit getal wordt het hoeveelheid geheugen daarvoor
gereserveerd. |
|
205 |
calamiteiten |
Een getal om een maximum aantal
op te geven |
Hiermee geeft u het maximaal
aantal te importeren calamiteiten, uit RIBX inspectie- en reinigingsbestanden
aan. Op basis van dit getal wordt het hoeveelheid geheugen daarvoor
gereserveerd. |
|
206 |
stagnaties |
Een getal om een maximum aantal
op te geven |
Hiermee geeft u het maximaal
aantal te importeren stagnaties, uit RIBX inspectie- en reinigingsbestanden
aan. Op basis van dit getal wordt het hoeveelheid geheugen daarvoor
gereserveerd. |
|
207 |
gbistd |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Voor selectie gegevens uit GBI6
databanken. BrutIS gebruikt de kolomnamen die beginnen met de letters: STD_ ,
om zoveel mogelijk de GWSW domeinwaarden uit GBI6 over te nemen. |
|
208 |
gbiaansl |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Voor de selectie van de
aansluitleidingen uit GBI6 |
|
209 |
gbiinsp |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Voor selectie van de inspecties
uit GBI6 |
|
210 |
gbicat |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Voor selectie van de categorie
informatie uit GBI6. Vanaf GBI versie 6.3 deze startoptie uitschakelen:
gbicat=0, want in deze versie is deze informatie niet beschikbaar en werkt
het SQL niet meer. |
|
211 |
dagrapport |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Voor de versies met
dagrapportage functies, zet u de weergave van de “kolken dag rapportage
legenda” aan bij het selecteren op een inspectie datum in het kolkenfilter
venster |
|
212 |
wfstype |
Achter deze optie een nummer uit onderstaande lijst:
|
Het bij startoptie: wfsurl, in te lezen type object. |
|
213 |
wfs2type |
Zie startoptie: wfstype |
Het bij startoptie: wfs2url, in te lezen type object. |
|
214 |
wfs3type |
Zie startoptie: wfstype |
Het bij startoptie: wfs3url, in te lezen type object. |
|
215 |
wfs4type |
Zie startoptie: wfstype |
Het bij startoptie: wfs4url, in te lezen type object. |
|
216 |
wfs5type |
Zie startoptie: wfstype |
Het bij startoptie: wfs5url, in te lezen type object. |
|
217 |
wfsurl |
Een URL om data op te halen van een service |
Het eerste URL om data op te halen van een service. Kies het type object
waar naartoe de data van de service moet worden omgezet achter startoptie:
wfstype. |
|
218 |
wfs2url |
Een URL om data op te halen van een service |
De tweede URL om data op te halen van een service. Kies het type object
waar naartoe de data van de service moet worden omgezet achter startoptie:
wfs2type. |
|
219 |
wfs3url |
Een URL om data op te halen van een service |
De derde URL om data op te halen van een service. Kies het type object
waar naartoe de data van de service moet worden omgezet achter startoptie:
wfs3type. |
|
220 |
wfs4url |
Een URL om data op te halen van een service |
De vierde URL om data op te halen van een service. Kies het type object
waar naartoe de data van de service moet worden omgezet achter startoptie:
wfs4type. |
|
221 |
wfs5url |
Een URL om data op te halen van een service |
De vijfde URL om data op te halen van een service. Kies het type object
waar naartoe de data van de service moet worden omgezet achter startoptie:
wfs5type. |
|
222 |
wfslogin |
Een URL om een toegang token op te halen van een service |
De URL om het token op te halen. Deze is nodig als in de URL’s behorende
bij de startopties wfsurl t/m wfs5url een token nodig is om toegang te
krijgen tot de data. |
|
223 |
wfskey |
Een toegangscode |
De toegangscode voor het opvragen van het token bij startoptie: wfslogin. |
|
224 |
limit |
Een getal groter of gelijk aan
0 |
Als 0 is ingevoerd wordt er
geen limit meegegeven bij het opvragen van data van een service. Alles wordt
dan in 1 stap opgehaald. Bij GBI-World altijd 0 aangeven, omdat deze service
de parameter LIMIT niet kent! Als een andere waarde is
ingevoerd wordt het opvragen van de data verdeeld in stappen waarbij per stap
de door de startoptie aangegeven hoeveelheid data wordt opgehaald. Voer bij
GISIB bijvoorbeeld 500 in. Omdat bij GISIB anders de URL vastloopt op de
grote hoeveelheid data in 1 keer. |
|
225 |
upldendpoint |
Een URL van een endpoint/server waar naar toe data kan worden gestuurd. |
Als URL is aangegeven en ook startoptie: curl, is ingevuld geeft BrutIS,
na uitvoering van de menuopties: Exporteren -> SHP ZIP datadump en Exporteren
-> JSON ZIP datadump, een venster weer waarmee de datadump naar het
aangegeven endpoint wordt verstuurd. In het venster kan aanvullend
gebruikersnaam wachtwoord en ophalen token worden ingevuld om het verzenden
mogelijk te maken. |
|
226 |
imklendpoint |
Een URL van een endpoint/server waar naar toe data kan worden gestuurd. |
Als URL is aangegeven en ook startoptie: curl, is ingevuld geeft BrutIS,
na uitvoering van de menuopties: Exporteren -> IMKL Bestand tbv WIBON,
een venster weer waarmee het IMKL naar het aangegeven endpoint wordt
verstuurd. In het venster kan aanvullend gebruikersnaam wachtwoord en ophalen
token worden ingevuld om het verzenden mogelijk te maken. |
|
227 |
ibisendpoint |
Een URL van een endpoint/server waar naar toe data kan worden gestuurd. |
Als URL is aangegeven en ook startoptie: curl, is ingevuld geeft BrutIS,
na het maken van dagrapportages van de reiniging en inspectie in
JSON-formaat, een venster weer waarmee het JSON naar het aangegeven endpoint
wordt verstuurd. In het venster kan aanvullend gebruikersnaam wachtwoord en
ophalen token worden ingevuld om het verzenden mogelijk te maken. IBIS is
software van Brink, het bestekadministratie programma in gebruik bij heel
veel beheerders. |
|
228 |
ltmfac |
Achter deze optie zet u een factor waarmee u de perioden tussen
maatregelen in een cyclus groter of kleiner maakt. Bijvoorbeeld: ltmfac=1.5 |
Voor de wegbeheer basis- en budgetplanning: BrutIS vermenigvuldigt de perioden tussen maatregelen in een cyclus met
de aangegeven waarde. Bijvoorbeeld bij: "ltmfac=1.5", wordt een
periode van 10 jaar 15 jaar. Indien ltmfac groter is dan 1.1 plant BrutIS
zwaardere (duurdere) maatregelen volgens tabel B9 van CROW publicatie 147. |
|
229 |
norehab |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Voor de wegbeheer basis- en
budgetplanning: BrutIS vervangt de maatregel
rehabilitatie, in de maatregelcyclus, door maatregel lichter. Deze optie
heeft geen invloed op keuze maatregel uit kruisjestabel. |
|
230 |
cyclusplan |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Voor de wegbeheer basis- en
budgetplanning: Standaard staat deze optie aan
voor het maken van een planning volgens de maatregelen cyclus, na de eerste 5
jaar in de planning waarbij de maatregelen worden gepland die voortkomen uit
de weginspectie. Bij cyclusplannen gaat BrutIS
op basis van het laatste jaar van onderhoud, of als deze niet beschikbaar is
het jaar van aanleg, bepalen welke maatregel volgens de maatregelcyclussen
nodig zijn. De correctheid van deze
methode is sterk afhankelijk van de kwaliteit van de gegevens van het laatste
jaar van onderhoud. Het kan dat een weg die er nu heel goed uitziet over 6
jaar aan de beurt komt. |
|
|
skip |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Als startoptie: “skip=1”, is
opgegeven doen alleen maatregelgroepen, die onderdeel zijn van de
maatregelgroep cyclus, mee. De cyclus is afhankelijk van het wegtype. Als een
maatregelgroep niet in de cyclus zit streept BrutIS deze weg. |
|
231 |
duurzaamheid |
Achter deze optie kunt u een
prioriteitsgetal opgeven. (1 t/m 9 ) |
Voor de wegbeheer basis- en
budgetplanning: Prioriteit getal (1 t/m 9) voor
het beleidsthema: duurzaamheid. Hoe hoger het getal des te groter de
prioritiet. Zie CROW 147. Standaard heeft deze de waarde: 4 |
|
232 |
veiligheid |
Achter deze optie kunt u een
prioriteitsgetal opgeven. (1 t/m 9 ) |
Voor de wegbeheer basis- en
budgetplanning: Prioriteit getal (1 t/m 9) voor
het beleidsthema: veiligheid. Hoe hoger het getal des te groter de
prioritiet. Zie CROW 147. Standaard heeft deze de waarde:3 |
|
233 |
comfort |
Achter deze optie kunt u een
prioriteitsgetal opgeven. (1 t/m 9 ) |
Voor de wegbeheer basis- en
budgetplanning: Prioriteit getal (1 t/m 9) voor
het beleidsthema: comfort. Hoe hoger het getal des te groter de prioritiet.
Zie CROW 147.Standaard heeft deze de waarde: 2 |
|
234 |
aanzien |
Achter deze optie kunt u een
prioriteitsgetal opgeven. (1 t/m 9 ) |
Voor de wegbeheer basis- en
budgetplanning: Prioriteit getal (1 t/m 9) voor
het beleidsthema: aanzien. Hoe hoger het getal des te groter de prioritiet.
Zie CROW 147. Standaard heeft deze de waarde: 1 |
|
235 |
sufwegid |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Voor het inlezen van SUFWEG
wegbeheer inspectiebestanden: De waarde in het SUFWEG
<GID> veld wordt gebruikt om het juiste wegvakonderdeel te koppelen aan
de inspectie. In het GID kan het wegvakonderdeel nummer of het BOR-GUID
staan. Bij importeren gegevens uit
SUFWEG kopieert BrutIS de <KEY> waarde in het opmerkingen veld van het
wegvakonderdeel. |
|
236 |
sufwegwvnum |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Voor het inlezen van SUFWEG
wegbeheer inspectiebestanden: De waarde in de SUFWEG
<KEY> en <WVNUM> velden worden gebruikt om het juiste
wegvakonderdeel te koppelen aan de inspectie. |
|
237 |
sufwegkey |
Achter deze optie een 1 om de
optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. |
Voor het inlezen van SUFWEG
wegbeheer inspectiebestanden: De waarde in het SUFWEG
<KEY> veld wordt gebruikt om het juiste wegvakonderdeel te koppelen aan
de inspectie. |
|
238 |
eigenschap_a |
Paspoort tekst behorende bij deze vrije eigenschap. Vul voor het overnemen van gegevens uit Riool Inspectie Bestanden (RIB),
de volgende toverwoorden in:
|
BrutIS heeft 10 vrij eigenschappen velden, om domeindata waarin niet is
voorzien te koppelen aan objecten. De tekst achter deze startoptie wordt in de paspoorten en als kolomkop
getoond bij de export van de data. Gebruik voor de overname van data uit RIB, één de aangegeven
toverwoorden. Om de data in het vrij eigenschap veld over te nemen. |
|
239 |
eigenschap_b |
Zie eigenschap_a. |
Zie eigenschap_a. |
|
240 |
eigenschap_c |
Zie eigenschap_a. |
Zie eigenschap_a. |
|
241 |
eigenschap_d |
Zie eigenschap_a. |
Zie eigenschap_a. |
|
242 |
eigenschap_e |
Zie eigenschap_a. |
Zie eigenschap_a. |
|
243 |
eigenschap_f |
Zie eigenschap_a. |
Zie eigenschap_a. |
|
244 |
eigenschap_g |
Zie eigenschap_a. |
Zie eigenschap_a. |
|
245 |
eigenschap_h |
Zie eigenschap_a. |
Zie eigenschap_a. |
|
246 |
eigenschap_i |
Zie eigenschap_a. |
Zie eigenschap_a. |
|
247 |
eigenschap_j |
Zie eigenschap_a. |
Zie eigenschap_a. |
|
248 |
noinsert |
Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit
te schakelen. |
Als aan: is het kunnen toevoegen van data uitgeschakeld. |
|
249 |
doupdate |
Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit
te schakelen. |
Als aan: is de controle, op mutatiedatum bij het veranderen en
verwijderen van data,uitgeschakeld. |
|
250 |
updateplan |
Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit
te schakelen. |
Als aan: wordt bij verwerken mutatie in de databank de planning in de
databank bijgewerkt op basis van de planning data in het werkbestand.
Standaard uit, omdat de verwerking van mutaties hierdoor langer kan duren. |
|
251 |
line2pline |
Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit
te schakelen. |
Standaard staat deze optie aan om lijnen uit DXF om te zetten naar
Polylijnen. Alleen polylijnen worden gekleurd. |
|
252 |
xmin |
Achter deze optie een X-coördinaat |
Alleen data met een X-coördinaat groter dan de aangegeven waarde wordt
getoond en doet mee bij het bepalen van de zoom alles omvang. |
|
243 |
ymin |
Achter deze optie een Y-coördinaat |
Alleen data met een Y-coördinaat groter dan de aangegeven waarde wordt getoond
en doet mee bij het bepalen van de zoom alles omvang. |
|
254 |
Getwkt |
Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit
te schakelen. |
Deze optie is alleen actief bij Oracle als databank. Standaard staat deze
optie aan om de Otracle functie: get_wkt() te gebruiken om geometrie in één
keer per obejct te selecteren enin het werkbestand op te slaan. Als bij gebruik van Oracle deze functie niet goed werkt of niet is
geïnstalleerd wordt geen geometrie geselecteerd. Door de optie uit te schakelen
voert BrutIS een eigen functie uit om de geometrie op te halen, maar deze kan
langzamer werken. Als via OCI met de Oracle databank is gekoppeld wordt sowieso de eigen
(waarschijnlijk langzamere) functie gebruikt. |
Een paspoort is het
digitale formulier waarin de gegevens van objecten worden vastgelegd.
Om objecten te registeren en te inspecteren bevat BrutIS
paspoorten voor:
·
Objecten (volgens de objecten in de kwaliteitscatalogus
openbare ruimte 2018);
·
Een boom als object;
·
Een mast als object;
·
Een wegvakonderdeel als object;
·
Een wateronderdeel als object;
·
Een kunstwerkonderdeel als object;
·
Een technische installatie (kast) als onderdeel van
een object;
·
Eén
of meer:
o
Populaties op een object;
o
Kanten van een object;
o
Meldingen op een object;
o
Onderdelen van een object;
o
Armaturen op een mast;
o
Borden op een mast;
o
Afstromingen van een object.
Om knopen te registeren en te inspecteren bevat BrutIS
paspoorten voor:
·
Knopen (ook om aan te geven in welk object een knoop zit);
·
Kolk inspectie (in BrutIS is een kolk altijd een
knoop);
·
Stroomgebied van de knoop;
·
één
of meer fysieke:
o
Pompen;
o
Afsluiters;
o
Sensoren;
o
Overlaten;
o
Doorlaten.
Om strengen te registeren en te inspecteren bevat BrutIS
paspoorten voor:
·
Strengen
·
De
reiniging van drainage en riolering;
Volgens de
kwaliteitscatalogus openbare ruimte 2018:
|
Weergave |
Raadplegen |
Toevoegen |
Wijzigen |
Verwijderen |
Zoeken op nummer |
Inspecteren op beeldkwaliteit |
Selecteren |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Het “Weergave opties”,
venster met tabblad: Objecten, voor het instellen van de beeld-, thema- en
tekstweergave van objecten:
|
Klik vervolgens op een object. Hierna wordt het
onderstaande venster gestart |
Het onderstaande venster wordt gestart, om een object
toe te voegen. Klik daarna in de tekening om de coordinaat van het object aan
te geven. |
Klik vervolgens op een object. Hierna wordt onderstaand
venster gestart, om gegevens te wijzigen. Met de tekenknoppen kan men de geometrie
wijzigen. |
Klik vervolgens op het object, om deze te verwijderen. |
Een venst wordt getoond waarin u een nummer van object
kunt invoeren. Door op [OK] te klikken wordt op het o bject ingezoomt. |
Een venster wordt getoond om de beeldkwalitiet van het
object vast te leggen. Het venster is, op basis van functie en type van het
object, voor ingevuld met aspecten uit de kwaliteits catalogus openbare
ruimte 2018. |
Een venster wordt getoond met per eigenschap
verschillende tabbladen. Zodat u objecten op eigenschappen kan selecteren.
Geselecteerde objecten kleuren oranje en kunt u naar een nieuw venster
kopiëren voor verdere bewerking. |
|
Objectinfo: Bevat specifieke informatie. |
Algemeen: Bevat de algemene informatie. |
Inspectie: Uit de beeldkwaliteit
inspectie. |
Planning: Uit onderhoud en maatregel
planning. |
|
|
|
|
|
|
|
Via
de knop: [OK], kan men bij wijzigen of toevoegen de data opslaan.
Via
de knop: [Cancel], wordt het venster afgesloten.
Via
de knop: [logboek], start men een venster met de tabbladen:
·
Logboek
·
Documenten
·
Vlak
controle
·
Onderhoud
planning
·
Maatregel
planning
Met
extra informatie over het object:
|
Logboek: bevat historie inspectie resultaten |
Documenten: om object documenten te openen. |
Vlak controle: voor het verkrijgen van informatie over de geometrie van
het object. Via knop [Verbeter weergave] kan men fout getekende vlakken
automatisch verbeteren. |
Onderhoud planning: Voor de registratie van onderhoud/exploitatie maatregelen. |
Maatregel planning: Voor de registratie van herstel/investering maatregelen |
|
|
|
|
|
|
De soorten
waarmee een object is voorzien. Bijvoorbeeld de gras en bloemsoorten in een
gazon of de verschillende boomsoorten in een bosplantsoen.
|
Groenbeheer |
Raadplegen |
Toevoegen |
Wijzigen |
Verwijderen |
Selecteren |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Klik op deze knop, indien de groene knoppen hiernaast niet zichtbaar
zijn. Ook kan het
nodig zijn de juiste knoppenbalk te activeren. Bijvoorbeeld via menuoptie: Raadplegen
-> Knoppenbalk toevoegen. |
Klik vervolgens op een object met 1 of meer populatie symbolen. Meestal
een vlak. Hierna wordt het
onderstaande venster gestart. Het venster
toont de populatiegegevens van de 1e populatie. Door op een
andere populatie armatuur in de treeview te klikken verschijnt hiervan de
informatie. |
Het onderstaande venster wordt gestart, om een populatie toe te voegen. Klik daarna in de tekening op het object waarop de populatie moet worden
geregistreerd. |
Klik vervolgens op een object met populatie symbool. Hierna wordt
onderstaand venster gestart, om gegevens te wijzigen. |
Klik vervolgens op het object, om de populatie te verwijderen. Als er meer
populaties zijn geregistreerd op het object gebruikt u de treeview. U verwijdert
dan de juiste populatie door met de rechtermuisknop op de populatie te
klikken. Er verschijnt daarna een pop-up menu met een optie om de populatie
te verwijderen. |
Een venster wordt getoond met per eigenschap verschillende tabbladen.
Zodat u objecten op populatie eigenschappen kan selecteren. Geselecteerde objecten kleuren oranje en kunt u naar een nieuw venster
kopiëren voor verdere bewerking. Klik op deze knop nadat u eerst op object informatie heeft geselecteerd
via knop: |
|
|
Een object met
drie populaties en twee meldingen. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
De kanten rondom een object. Bijvoorbeeld de harde
en zachte kanten registratie rondom een gazon. Of een te maaien strook langs de
weg.
Een kant is een lijn langs de kant van een vlak
object. Bij het toevoegen of wijzigen van een kant kan men de lijn intekenen
door drie coördinaten van het vlak aan te wijzen. Een begin-, midden- en
eind-coördinaat. D lijn wordt dan vervolgens getekend over alle tussenliggende
coördinaten. De lengte wordt berekent en het oppervlak door de lengte met de
breedte te vermenigvuldigen. Het oppervlak is een berekende waarde en wordt
niet in de tabellen opgeslagen.
Het symbool van een kant geregistreerd op een vlak
(begroeid terreindeel): ![]()
|
Raadplegen object |
Raadplegen |
Toevoegen |
Wijzigen |
Verwijderen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Klik vervolgens op een object met 1 of
meer kant symbolen. Meestal een vlak. Hierna
wordt het onderstaande venster gestart. Het venster toont de object gegevens. En
daarboven in de treeview de geregistreerde kanten. |
Door in de treeview op een kantsymbool
te klikken |
Open het popupmenu, door in treeview met
de rechtermuisknop op het objectnummer te klikken. In het popupmenu kiest u voor: Plaats
kant. Het Snap Opties venster wordt getoond:
Klik op de “maak Polygoon”, knop: De lengte en het oppervlak vult het
programma automatisch in. En bij raadplegen wordt de lijn correct
weergegeven. |
Klik in de treeview op het symbool van
de kant die u wil wijzigen. Het paspoort wordt gevuld met de
gegevens van de kant en in het venster ziet u de kant getekend. Het snapopties venster wordt getoond. Wijzig vervolgens de gegevens, zoals bij
het toevoegen. En klik op [OK] om te bewaren. |
Op het popupmenu door met de
rechtermuisknop op het kant symbool in de treeview. te klikken. In het popupmenu zit een optie om de
kant te verwijderen. |
|
|
|
Een object met één populatie en twee
kanten. Populatietype ingevuld. |
Kanttype ingevuld |
Kant toevoegen |
Kant wijzigen |
Kant verwijderen |
|
|
|
|
|
|
Snap opties venster opent bij raadplegen, plaatsen
en wijzigen kantinformatie. Ingesteld om op de object coördinaten te klikken.

|
Mogelijke kanttypes: |
Mogelijke populatietypes: |
|
onbekend |
onbekend |
|
muur of kade |
bollen |
|
hek |
heesters niet vrij
groeiend |
|
harde kanten |
grasland beweid |
|
zachte kanten |
grasstenen |
|
waterkant |
maaistrook |
|
hachte kant-strook |
gaten beplanting inzaaien |
|
zachte kant-strook |
participatie groen |
|
waterkant-strook |
onderlaag bodembedekkers |
|
vrij liggende strook |
voet hek of muur |
|
goten en randstroken |
walbescherming |
|
pergola |
takvrije zone 2.5m |
|
takvrije zone 4.0m |
|
|
zoomvegetatie |
|
|
bvc-zone |
Een boom is een object met boom informatie. De vensters zijn ingericht om BVC-informatie in te
voeren volgens het handboekbomen. Defecten met een vervolgmaatregel via de
meldingen registratie toevoegen op de boom.
|
Groenbeheer |
Weergave |
Raadplegen |
Toevoegen |
Wijzigen |
Verwijderen |
Selecteren |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Klik op deze knop, indien de groene knoppen hiernaast niet zichtbaar
zijn. Ook kan het nodig
zijn de juiste knoppenbalk te activeren. Bijvoorbeeld via menuoptie: Raadplegen
-> Knoppenbalk toevoegen. |
Het “Weergave opties”,
venster met tabblad: Bomen, voor het instellen van de beeld-, thema- en
tekstweergave van bomen: |
Klik vervolgens op een boom. Hierna wordt het onderstaande venster
gestart |
Het onderstaande venster wordt gestart, om een boom toe te voegen. Klik
daarna in de tekening om de coordinaat van de boom aan te geven. |
Klik vervolgens op een boom. Hierna wordt onderstaand venster gestart,
om gegevens te wijzigen. Door de cursor in een X-Y coordinaat veld te
plaatsen kan men met een klik in het venster de positie van de boom wijzigen. |
Klik vervolgens op de boom, om deze te verwijderen. |
Een venster wordt getoond met per eigenschap verschillende tabbladen.
Zodat u bomen op eigenschappen kan selecteren. Geselecteerde boom kleuren
oranje en kunt u naar een nieuw venster kopiëren voor verdere bewerking. Klik op deze knop nadat u eerst op object informatie heeft geselecteerd
via de knop: |
|
|
Een boom met 2
meldingen |
Boominfo: Bevat
specifieke boom informatie. |
Algemeen: Bevat
de algemene informatie. |
Inspectie:
Formulier tbv Boom Veiligheid Controle (BVC). |
Planning: Uit
de onderhoud en maatregel planning. |
|
|
|
|
|
|
Een melding is de
registratie van een defect of gewenste maatregel op een object. Een melding
bestaat uit de registratie van:
·
Onderdeel
·
Type
gebrek (optioneel, deze is niet zichtbaar bij BVC)
·
Gebrek
·
Gevolg
·
Maatregel
·
Urgentie
Per object
functie: Bomen, Masten, Wegvakonderdelen, Kunstwerken, Wateronderdelen en
Riolering, is een voor invulling te maken van bovenstaande domeinwaarden,
waarbij u:
·
Bij
onderdeel kan aangeven wat automatisch als default gevolg moet worden ingevuld.
Bijvoorbeeld een gebrek in de kroon geeft vaak takbreuk.
·
Bij
gebrek kan aangeven wat de automatisch als default maatregel moet worden
ingevuld.
·
Bij
maatregel kan aangeven wat automatisch de default urgentie is.
|
Raadplegen |
Toevoegen |
Wijzigen |
Verwijderen |
Selecteren |
|
|
|
|
|
|
|
Klik vervolgens op een object met een melding. Hierna
wordt het onderstaande venster gestart. Het venster toont de informatie
van de 1e melding op het object. Om informatie van andere meldingen, op het
object, te tonen klikt u op de betreffende melding in de treeview. |
Het onderstaande venster wordt
gestart, om een melding toe te voegen. Klik daarna in de tekening op het
object waarop de melding moet worden geregistreerd. |
Klik vervolgens op een object
met een melding. Hierna wordt onderstaande venster gestart, om gegevens te
wijzigen. Het venster toont de informatie
van de 1e melding op het object. Om informatie van andere meldingen, op het
object, te wijzigen klikt u op de betreffende melding in de treeview |
Klik vervolgens op het object,
om de melding te verwijderen. Als er meer meldingen zijn geregistreerd op het
object gebruikt u de treeview. U verwijdert dan de juiste melding door met de
rechtermuisknop op de melding te klikken. Er verschijnt daarna een pop-up
menu met een optie om het defect te verwijderen. |
Een venster wordt getoond met
per eigenschap verschillende tabbladen. Zodat u meldingen op eigenschappen
kan selecteren. Objecten met geselecteerde meldingen kleuren oranje en kunt u
naar een nieuw venster kopiëren voor verdere bewerking. Klik op deze knop nadat u eerst
op object informatie heeft geselecteerd via de knop: |
|
Melding op een
bosperceel (object) van letterzetter in kroon bomen. Risico op takbreuk.
Binnen 6 maanden bomen vellen. Let op: Het
venster is in BVC-modus gestart (startoptie vta=1). Dus geen overbodige
velden bij de BVC-registratie buiten. |
Melding op een
boom van een afgestorven tak. Risico op takbreuk. Binnen 1 jaar grof dood
hout verwijderen. Let op het
venster is niet in BVC-modus gestart (startoptie: vta=0). Dus extra velden
voor type gebrek en registratie dat maatregel is uitgevoerd, zodat het defect
uit de grafische weergave en selectie vensters verdwijnt. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Een mast is een
object met mast/meubilair informatie. De vensters zijn ingericht voor het
beheer van openbare verlichting. Op een
object/mast kan men armaturen en borden registeren.
|
Wegbeheer |
Weergave |
Raadplegen |
Toevoegen |
Wijzigen |
Verwijderen |
Selecteren |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Klik op deze knop, indien de blauwe knoppen hiernaast niet zichtbaar
zijn. Ook kan het
nodig zijn de juiste knoppenbalk te activeren. Bijvoorbeeld via menuoptie: Raadplegen
-> Knoppenbalk toevoegen. |
Het “Weergave opties”,
venster met tabblad: Masten, voor het instellen van de beeld-, thema- en
tekstweergave van masten:
|
Klik vervolgens op een object van het type mast. Een mast wordt
weergeven met een vijfpunt-ster.
Hierna wordt het onderstaande venster gestart. Het venster
toont de objectgegevens. Door op de mast in de treeview te klikken verschijnt
de mast informatie. |
Het onderstaande venster wordt gestart, om een mast toe te voegen. Klik
daarna in de tekening om de coordinaat van de mast aan te geven. |
Klik vervolgens op een mast. Hierna wordt onderstaand venster gestart,
om gegevens te wijzigen. Door de cursor in een X-Y coordinaat veld te
plaatsen kan men met een klik in het venster de positie van de mast wijzigen. |
Klik vervolgens op de mast, om deze te verwijderen. |
Een venster wordt getoond met per eigenschap verschillende tabbladen.
Zodat u masten op eigenschappen kan selecteren. Geselecteerde masten kleuren
oranje en kunt u naar een nieuw venster kopiëren voor verdere bewerking. Klik op deze knop nadat u eerst op object informatie heeft geselecteerd
via de knop: |
|
Een mast
(vijfpunt-ster) met 1 armatuur. De ster heeft een vast e grote bij in en
uitzoomen, zoals bij de bomen. |
Objectinfo:
Bevat de object informatie. |
Mastinfo: Nadat
op de mast regel in de treeview is geklikt. Een object kan
niet meer dan 1 masten bevatten. |
Armatuurinfo:
Nadat op de armatuur regel in de treeview is geklikt. Een object kan
1 of meer armaturen geregistreerd hebben. |
|
|
|
|
|
|
|
Voor de
registratie van de openbare verlichting bevat een armatuur ook informatie over
de toegepaste lampen. Normaliter registreert men een armatuur op een
(lichtmast), maar het is ook mogelijk een armatuur op een ander type object te
registeren. Men kan bijvoorbeeld een armatuur aan een boom bevestigen.
|
Wegbeheer |
Raadplegen |
Toevoegen |
Wijzigen |
Verwijderen |
Selecteren |
|
|
|
|
|
|
|
|
Klik op deze knop, indien de blauwe knoppen hiernaast niet zichtbaar
zijn. Ook kan het
nodig zijn de juiste knoppenbalk te activeren. Bijvoorbeeld via menuoptie: Raadplegen
-> Knoppenbalk toevoegen. |
Klik vervolgens op een object met 1 of meer aramatuur symbolen. Meestal
bij een mast (vijfpunt-ster). Hierna
wordt het onderstaande venster gestart. Het venster
toont de objectgegevens. Door op de armatuur in de treeview te
klikken verschijnt de armatuur informatie. |
Het onderstaande venster wordt gestart, om een armatuur toe te voegen. Klik daarna in de tekening op het object waarop de armatuur moet worden
geregistreerd. |
Klik vervolgens op een object met armatuur symbool. Hierna wordt
onderstaand venster gestart, om gegevens te wijzigen. |
Klik vervolgens op het object, om de melding te verwijderen. Als er meer
armaturen zijn geregistreerd op het object gebruikt u de treeview. U verwijdert
dan de juiste armatuur door met de rechtermuisknop op de armatuur te klikken.
Er verschijnt daarna een pop-up menu met een optie om de armatuur te
verwijderen. |
Een venster wordt getoond met per eigenschap verschillende tabbladen.
Zodat u objecten/masten met armaturen op eigenschappen kan selecteren. Geselecteerde objecten/masten kleuren oranje en kunt u naar een nieuw
venster kopiëren voor verdere bewerking. Klik op deze knop nadat u eerst op object informatie heeft geselecteerd
via knop: |
|
Geklikt is op
een mast met een armatuur. In de treeview is op de armatuur geklikt, waarna
de armatuur gegevens worden getoond. |
Door te klikken
met de rechtermuisknop op een armatuur verschijnt een pop-up met met de
mogelijkheden de armatuur te kopiëren of te verwijderen. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Borden
registreert men volgens de zogenaamde RVV (Reglement verkeersregels en
verkeerstekens). Maar in principe mag
men alle code toepassen volgens de bitmaps in de rvvmap. De rvvmap is de
startoptie aanduiding van de map/directoriee waar de bitmaps van de borden
staan.
Normaliter
registreert men een bord op een paal, maar het is ook mogelijk een bord op een
ander type object te registeren. Men kan een bord aan een muur bevestigen
bijvoorbeeld.
|
Raadplegen |
Toevoegen |
Wijzigen |
Verwijderen |
Selecteren |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Klik op deze knop, indien de blauwe knoppen hiernaast niet zichtbaar
zijn. Ook kan het
nodig zijn de juiste knoppenbalk te activeren. Bijvoorbeeld via menuoptie: Raadplegen
-> Knoppenbalk toevoegen. |
Klik vervolgens op een object met 1 of meer bord symbolen. Hierna wordt het onderstaande venster gestart. Het venster
toont de objectgegevens. Klik op de
regel met het 50-km bord in de treeview voor weergave van de bord informatie. |
Het onderstaande venster wordt gestart, om een bord toe te voegen. Klik daarna in de tekening op het object waarop het bord moet worden
geregistreerd. |
Klik vervolgens op een object met 50-km bord symbool. Hierna wordt
onderstaand venster gestart, om gegevens te wijzigen. |
Klik vervolgens op het object, om het bord te verwijderen. Als er meer
borden zijn geregistreerd op het object gebruikt u de treeview. U verwijdert
dan het juiste bord door met de rechtermuisknop op de bord regel te klikken.
Er verschijnt daarna een pop-up menu met een optie om het bord te
verwijderen. |
Een venster wordt getoond met per eigenschap verschillende tabbladen.
Zodat u objecten met borden op eigenschappen kan selecteren. Geselecteerde
objecten kleuren oranje en kunt u naar een nieuw venster kopiëren voor
verdere bewerking. Klik op deze knop nadat u eerst op object informatie heeft geselecteerd
via knop: |
|
Geklikt is op een object met een bord.
In de treeview is op de bord regel geklikt, waarna de bord gegevens worden
getoond. |
Door met de rechtermuisknop op een regel
in de treeview te klikken, verschijnt een pop-up met opties voor het
verwijderen of toevoegen van gegevens. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Door wegen in lengterichting op te delen, worden
wegvakken verkregen. Deze wegvakken moeten homogeen zijn wat betreft het
wegtype, het dwarsprofiel en de verhardingsopbouw.
De indeling in wegvakonderdelen (stroken) ontstaat
door opsplitsing van wegvakken in dwarsrichting wat betreft het onderdeeltype
en het verhardingstype. Ook volgens de catalogus van de BGT (Basisregistratie
Grootschalige Topografie).
|
Weergave |
Raadplegen |
Toevoegen |
Wijzigen |
Verwijderen |
Inspecteren volgens Wegbeheer 2011 methodiek |
Selecteren |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Klik op deze knop, indien de bruine knoppen hiernaast
niet zichtbaar zijn. Ook kan het nodig zijn de juiste knoppenbalk te activeren. Bijvoorbeeld
via menuoptie: Raadplegen -> Knoppenbalk toevoegen. |
Het “Weergave opties”, venster met tabblad:
Wegvakonderdelen, voor het instellen van de beeld-, thema- en
tekstweergave van wegvakonderdelen:
|
Klik vervolgens op een wegvakonderdeel. Hierna wordt het
onderstaande venster gestart |
Het onderstaande venster wordt gestart, om een
wegvakonderdeel toe te voegen. Klik daarna in de tekening om de coordinaat
van het wegvakonderdeel aan te geven. |
Klik vervolgens op een wegvakonderdeel. Hierna wordt
onderstaand venster gestart, om gegevens te wijzigen. Met de tekenknoppen kan men de geometrie
wijzigen. |
Klik vervolgens op het wegvakonderdeel, om deze te
verwijderen. |
Een venster wordt getoond om het wegvakonderdeel volgens
de Wegbeheer 2011 methodiek te inspecteren. Op basis van deze inspectie volgt een basisplanning, budgetplannin g en
maatregelcyclus voor het wegvakonderdeel. |
Een venster wordt getoond met per eigenschap
verschillende tabbladen. Zodat u wegvakonderdelen op eigenschappen kan
selecteren. Geselecteerde wegvakonderdelen kleuren oranje en kunt u
naar een nieuw venster kopiëren voor verdere bewerking. U kunt ook eerst op object informatie selecteren via knop:
|
|
De grafische weergave van het
wegvakonderdeel nadat deze de focus heeft gekregen via bovenstaande knoppen. Let ook op de thematische “beslismodel”
weergave, waarbij de wegvakonderdelen worden gekleurd op basis van de
onderhoudstoestand uit inspectie. |
Het tabblad met wegvakonderdeel
informatie |
Het tabblad met de algemene object
informatie over het wegvakonderdeel. |
Het tabblad met de resultaten uit de
laatste inspectie. |
Het tabblad met planningsgegevens
waaronder de door het systeem voorgestelde maatregel uit de relatietabellen:
schade-maatregelgroepen. (kruisjestabel) |
|
|
|
|
|
|
Via de knop: [logboek], start men een venster met
de tabbladen:
·
Logboek
·
Documenten
·
Beoordeling
·
Maatregel
planning
·
Vlak
Controle
Met extra informatie over het wegvakonderdeel:
|
Logboek: bevat historie inspectie
resultaten |
Documenten: om object documenten te
openen. |
Beoordeling: voor het
toetsen van inspectieresultaten aan de richtlijnen, bepalen planjaar,
maatregelen en kosten. |
Maatregel
planning: Voor de registratie van
herstel/investering maatregelen |
Vlak controle: voor het verkrijgen van
informatie over de geometrie van het object. Via knop [Verbeter weergave] kan
men fout getekende vlakken automatisch verbeteren. |
|
|
|
|
|
|
Bouwkundige objecten:
·
Zoals: gemaal, hoogspanningsmast, perron, sluis, steiger,
strekdam, stuw. Die over het algemeen
uit 1 onderdeel bestaan
·
Zoals: brug, aquaduct, viaduct, ecoduct, fly-over. Die uit meerdere
verschillende onderdelen kunnen bestand zoals de onderdelen: dek, landhoofd,
pijler, sloof, pyloon
Volgens de kwaliteitscatalogus
openbare ruimte te onderscheiden in grote en kleine kunstwerken en “nuts en
schakelkasten”.
Het betreffen kunstwerken en
kunstwerkonderdelen. Bij nuts en
schakelkasten betreft het onderdeel ook gelijk het kunstwerk. Bruggen en viaducten zijn op te delen in dek, leuningen,
pijlers en landhoofden bijvoorbeeld. Het best is een indeling volgens de BGT.
De onderdelen hebben een eigen geometrie.
|
Wegbeheer |
Raadplegen |
Toevoegen |
Wijzigen |
Verwijderen |
Selecteren |
|
|
|
Menuoptie: Toevoegen
-> Plaats kunstwerk onderdeel. |
Menuoptie: Wijzigen
-> Wijzig kunstwerk onderdeel. |
Menuoptie: Verwijderen
-> Verwijder kunstwerk onderdeel. |
Menuoptie: Selecteren
-> Via filter -> Kunstwerk onderdelen. |
|
Klik op deze knop, indien de menuopties hiernaast niet zichtbaar zijn. Ook kan het
nodig zijn de juiste knoppenbalk te activeren. Bijvoorbeeld via menuoptie: Raadplegen
-> Knoppenbalk toevoegen. |
Klik vervolgens op een kunstwerkonderdeel object. Hierna wordt het onderstaande venster gestart. Het venster
toont de objectgegevens. Klik op de
kunstwerkonderdeel voor weergave van de kunstwerkonderdeel informatie. |
Het onderstaande venster wordt gestart, om een kunstwerk toe te voegen. Klik daarna in de tekening om de coordinaat van het kunstwerkonderdeel
aan te geven. |
Klik vervolgens op een kunstwerkonderdeel. Hierna wordt onderstaand
venster gestart, om gegevens te wijzigen. Met de tekenknoppen kan men de geometrie
wijzigen. |
Klik vervolgens op het kunstwerkonderdeel, om deze te verwijderen. |
Een venster wordt
getoond met per eigenschap verschillende tabbladen. Zodat u
kunstwerkonderdelenonderdelen op eigenschappen kan selecteren. Geselecteerde kunstwerkonderdelen kleuren oranje en kunt u naar een
nieuw venster kopiëren voor verdere bewerking. U kunt ook
eerst op object informatie selecteren via knop:
|
|
De grafische weergave van het
kunstwerkonderdeel nadat deze de focus heeft gekregen via bovenstaande
knoppen. |
Het tabblad met kunstwerkonderdeel
informatie |
Het tabblad met de algemene object
informatie over het kunstwerkonderdeel. |
Het tabblad met de resultaten uit de
laatste inspectie. |
Het tabblad met planningsgegevens. |
|
|
|
|
|
|
De onderdelen van een object. Bijvoorbeeld:
brugleuningen, harde en zachte kanten registratie rondom een gazon. Of een te
maaien strook langs de weg.
Een kant is een lijn langs de kant van een vlak
object. Bij het toevoegen of wijzigen van een kant kan men de lijn intekenen
door drie coördinaten van het vlak aan te wijzen. Een begin-, midden- en
eind-coördinaat. D lijn wordt dan vervolgens getekend over alle tussenliggende
coördinaten. De lengte wordt berekent en het oppervlak door de lengte met de
breedte te vermenigvuldigen. Het oppervlak is een berekende waarde en wordt
niet in de tabellen opgeslagen.
Het symbool van een onderdeel, geregistreerd op een
object (kunstwerk): ![]()
|
Raadplegen object |
Raadplegen |
Toevoegen |
Wijzigen |
Verwijderen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Klik vervolgens op een object met 1 of meer onderdeel symbolen. Meestal een kunstwerkonderdeel, die bestaat uit meer onderdelen. Hierna wordt het onderstaande venster gestart. Het venster toont de object gegevens. En daarboven in de treeview de
geregistreerde onderdelen. |
Door in de treeview op een onderdeelsymbool te klikken |
Open het popupmenu, door in treeview met de rechtermuisknop op het
objectnummer te klikken. In het popupmenu kiest u voor: Plaats onderdeel. Voer in het paspoort de gegevens in. En klik op [OK]. |
Klik in de treeview op het symbool van het onderdeel die u wil wijzigen. Het paspoort wordt gevuld met de gegevens van het onderdeel Wijzig vervolgens de gegevens. En klik op [OK] om te bewaren. |
Op het popupmenu door met de rechtermuisknop op het onderdeel symbool in
de treeview. te klikken. In het popupmenu zit een optie om het onderdeel te verwijderen. |
|
|
|
Een kunstwerkonderdeel-object met twee onderdelen: leuning 1 en 2. |
Onderdeel toevoegen |
Onderdeel wijzigen |
Onderdeel verwijderen |
|
|
|
|
|
De BGT deelt water op in de volgende types:
·
zee
·
waterloop,
met de plustypes:
o
beek
o
bron
o
gracht
o
kanaal
o
rivier
o
sloot
·
watervlakte,
met de plustypes:
o
haven
o
meer,
plas, ven, vijver
·
greppel,
droge sloot
Volgens de kwaliteitscatalogus openbare ruimte
kunnen bovenstaande BGT types, uit de volgende onderdelen bestaan:
·
oevers
·
kademuur
·
lichte
beschoeiing
·
zware
beschoeiing
·
bagger/slik
(niet in kwaliteitscatalogus)
|
Wegbeheer |
Raadplegen |
Toevoegen |
Wijzigen |
Verwijderen |
Selecteren |
|
|
|
Menuoptie: Toevoegen
-> Plaats water onderdeel. |
Menuoptie: Wijzigen
-> Wijzig water onderdeel. |
Menuoptie: Verwijderen
-> Verwijder water onderdeel. |
Menuoptie: Selecteren
-> Via filter -> Water onderdelen. |
|
Klik op deze knop, indien de menuopties hiernaast niet zichtbaar zijn. Ook kan het
nodig zijn de juiste knoppenbalk te activeren. Bijvoorbeeld via menuoptie: Raadplegen
-> Knoppenbalk toevoegen. |
Klik vervolgens op een wateronderdeel object. Hierna wordt het onderstaande venster gestart. Het venster
toont de objectgegevens. Klik op de
wateronderdeel voor weergave van de wateronderdeel informatie. |
Het onderstaande venster wordt gestart, om een water toe te voegen. Klik daarna in de tekening om de coordinaat van het wateronderdeel aan
te geven. |
Klik vervolgens op een wateronderdeel. Hierna wordt onderstaand venster
gestart, om gegevens te wijzigen. Met de tekenknoppen kan men de geometrie wijzigen. |
Klik vervolgens op het wateronderdeel, om deze te verwijderen. |
Een venster wordt
getoond met per eigenschap verschillende tabbladen. Zodat u
wateronderdelenonderdelen op eigenschappen kan selecteren. Geselecteerde wateronderdelen kleuren oranje en kunt u naar een nieuw
venster kopiëren voor verdere bewerking. U kunt ook
eerst op object informatie selecteren via knop:
|
|
De grafische weergave van het
wateronderdeel nadat deze de focus heeft gekregen om te raadplegen. |
Het tabblad met wateronderdeel
informatie |
Het tabblad met de algemene object
informatie over het wateronderdeel. |
Het tabblad met de resultaten uit de
laatste inspectie. |
Het tabblad met planningsgegevens. |
|
|
|
|
|
|
De afstroming van hemelwater is een essentieel
onderdeel van de modellering van een stedelijk watersysteem, dat beschrijft hoe
neerslag het systeem hydraulisch belast.
De BGT-inlooptabel is een uniforme methodiek voor
het koppelen en typeren van de, pand, wegvakonderdeel en onbegroeid
terreindeel, vlakken die zijn vastgelegd in de BGT met de bestemming van het
water: Van welke oppervlakken infiltreert het water ter plaatse, stroomt het
naar open water of stroomt het water het riool in?
BrutIS heeft een methodiek voor het
geautomatiseerd typeren van de vlakken die zijn vastgelegd in de
Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) met de bestemming van het
water: Van welke oppervlakken infiltreert het water ter plaatse, stroomt het
naar open water of stroomt het water het riool in? De typering en de bestemming
slaat BrutIS per object op in een paspoort volgens de BGT Inlooptabel. Per
object zijn één of meer typeringen en bestemmingen mogelijk.
Het
symbool van een afstroming geregistreerd op een vlak (pand, wegvakonderdeel
onbegroeid terreindeel): ![]()
Afstromingen zijn samen met stroomgebieden onderdeel van de afwateren
oppervlak bepaling
|
Wegbeheer |
Raadplegen |
Raadplegen |
Toevoegen |
Wijzigen |
Verwijderen |
|
|
|
|
|
|
|
|
Klik op deze knop, indien de knoppen hiernaast niet zichtbaar zijn. Ook kan het
nodig zijn de juiste knoppenbalk te activeren. Bijvoorbeeld via menuoptie: Raadplegen
-> Knoppenbalk toevoegen. |
Klik vervolgens op een object met 1 of meer afstroming symbolen. Hierna wordt het onderstaande venster gestart. Het venster
toont de objectgegevens. Klik op de
regel met de afstroming in de treeview voor weergave van de aftsroom
informatie. |
Klik vervolgens
op een object met een afstroming symbool. Hierna wordt
direct het venster met de afstroming informatie van het object getoond. |
Het onderstaande venster wordt gestart, om een afstroming toe te voegen.
Klik daarna in de tekening op het object waarop de afstroming moet
worden geregistreerd. |
Klik vervolgens op een afstroming symbool. Hierna wordt onderstaand
venster gestart, om gegevens te wijzigen. |
Klik vervolgens op het object, om de afstroming te verwijderen. Als er meer
afstromingen zijn geregistreerd op het object gebruikt u de treeview. U verwijdert
dan de afstroming door met de rechtermuisknop op afstroming regel te klikken.
Er verschijnt daarna een pop-up menu met een optie om de afstroming te
verwijderen. |
|
Geklikt is op een object met een
afstroming In de treeview is op de afstroming regel geklikt, waarna de
afstroming gegevens worden getoond. |
Door met de rechtermuisknop op een regel
in de treeview te klikken, verschijnt een pop-up met opties voor het verwijderen
of toevoegen van gegevens. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
De invoer en mutatie van afstroming kan gebeuren,
via:
·
Bovenstaande
functies;
·
Importeren
uit de topografie, via menufunctie: Mutatie -> Mutatie uit geselecteerde
geometrie overnemen -> Aanvullende data -> Afstromen
·
Berekening
op basis van de knoop stroomgebieden en de topografie, waarbij:
o
eerst
de afstromend objecten uit geselecteerde geometrie worden toegevoegd, via
menufunctie: Toepassingen -> Bepaal afstromend
oppervlak -> Maak nieuw afstroom/inloop model -> Omzetten
geselecteerde geometrie naar afwaterende objecten;
o
Daarna de afstrominggegevens toevoegen aan de
objecten via menufunctie: Toepassingen -> Bepaal afstromend oppervlak
-> Maak nieuw instroom/inloop model ->Registreer object afstroming.
De afstrominggegevens worden gebruikt:
·
Voor
de rapportages en overzichten van de hoeveelheid afwaterend oppervlak per
gebied
·
Bij
het berekenen van het afwaterende oppervlak van knoop stroomgebieden,
via menuoptie: Toepassingen -> Bepaal afstromend oppervlak -> Bepaal
het afstromende oppervlak per knoop stroomgebied...
o
Als
geen Knoopnr is aangegeven, wordt op basis van de knoop stroomgebieden het
oppervlak volgens typering en stelseltype percentage geregistreerd op het
betreffende knoop stroomgebied;
o
Als
alleen Knoopnr aangegeven, wordt oppervlak volgens typering en stelseltype
percentage geregistreerd op het betreffende knoop stroomgebied;
o
Als
Knoopnr, “Naar knoopnr” en Leidingnr aangegeven, wordt oppervlak volgens
typering en stelseltype percentage geregistreerd op het betreffende leiding
afwaterend oppervlak. Alleen als een leiding is geregistreerd in de afstroming
wordt afwaterend oppervlak aan een leiding worden toegekend;
o
Als
stroomgebieden niet overlappen is alleen de geometrie van het stroomgebied en
het object bepalend voor de berekening van de hoeveelheid oppervlak;
o
Als
stroomgebieden overlappen omdat stroomgebieden per stelseltype zijn bepaald is
ook het percentage per stelseltype een parameter bij de bepaling van de
hoeveelheid oppervlak, naast de geometrie.
Kies voor overlappende stroomgebieden als de
afstroming is geïmporteerd uit een inloopmodel, zoals bij Rioned gedefinieerd.
Eén of meer kabels of leidingen tussen twee
knopen. Een streng kan naast een drain, rioolbuis, persleiding ook bijvoorbeeld
een drinkwaterleiding, laagspanning of ander thema zijn volgens het IMKL
(Informatie Model Kabels en Leidingen).
Eerst de knopen toevoegen en daarna de
strengen!
Kabels en leidingen zijn onderdeel van een streng.
Of zijn een streng als er maar één is.
Het toepassingsgebied, in BrutIS, is met name het
rioleringsbeheer en het beheren en maken van bestanden ten behoeve van
hydraulische berekeningen.
|
Weergave |
Raadplegen |
Toevoegen |
Wijzigen |
Verwijderen |
Registratie inspectie riolering (volgens NEN-EN 13508-2): |
Registratie reiniging riolering: |
Registratie reiniging drainage: |
Selecteren op eigenschappen: |
Selecteren op toestandaspecten: |
Selecteren op maatregelen: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Klik op deze knop, indien de grijze knoppen hiernaast
niet zichtbaar zijn. Ook kan het nodig zijn de juiste knoppenbalk te activeren. Bijvoorbeeld
via menuoptie: Raadplegen -> Knoppenbalk toevoegen. |
Het “Weergave opties”, venster met tabblad: Strengen,
voor het instellen van de beeld-, thema- en tekstweergave van kabels en leidingen:
|
Klik vervolgens op een kabel of leiding. Hierna wordt
het onderstaande venster gestart |
Het onderstaande venster wordt gestart, om een kabel of
leiding toe te voegen. |
Klik vervolgens op een kabel of leiding. Hierna wordt
onderstaand venster gestart, om gegevens te wijzigen. Met de tekenknoppen kan men de geometrie
wijzigen. |
Klik vervolgens op de kabel of leiding, om deze te
verwijderen. |
Een venster wordt getoond om de leiding volgens de NEN-EN 13508-2 te inspecteren. Op basis van deze inspectie volgt een basisplanning, budgetplannin g en
maatregelcyclus voor de leiding. |
Een venster wordt getoond om de reiniging van een
leiding te registeren. Ook kunt u enkele vaste eigenschappen wijzigen. |
Een venster wordt getoond om de reiniging van een
drainage leiding te registeren. Ook kunt u enkele vaste eigenschappen wijzigen. |
Een venster wordt getoond met per eigenschap
verschillende tabbladen. Zodat u kabels en leidingen op eigenschappen kan
selecteren. Geselecteerde kabels en leidingen kleuren oranje en kunt
u naar een nieuw venster kopiëren voor verdere bewerking. |
Een venster wordt getoond met alle toesandaspecten uit inspectie. Na selectie van toestandaspecten worden deze in beeld gebracht, waarna u
deze bijvoorbeeld kan exporteren naar SHP-bestand of DXF-bestand. Ook worden de leidingen met geselecteerde toestadnaspecten geselecteerd. Geselecteerde kabels en leidingen kleuren oranje en kunt u naar een nieuw
venster kopiëren voor verdere bewerking. |
Een venster wordt getoond met alle geplande maatregelen. Na selectie van maatregelen worden deze in beeld gebracht, waarna u deze
bijvoorbeeld kan exporteren naar SHP-bestand of DXF-bestand. Ook worden de leidingen met geselecteerde maatregelen geselecteerd. Geselecteerde kabels en leidingen kleuren oranje en kunt u naar een nieuw
venster kopiëren voor verdere bewerking. |
|
De grafische weergave van een leiding
nadat deze de focus heeft gekregen via bovenstaande knoppen. Let ook op de thematische “beslismodel”
weergave, waarbij de leidingen worden gekleurd op basis van de
onderhoudstoestand uit inspectie. |
Het tabblad met de leiding informatie |
Het tabblad met de algemene leiding
informatie. |
Het tabblad met de resultaten uit de
hydraulische gegevens van de leiding. |
Het tabblad met planningsgegevens
waaronder de door het systeem voorgestelde maatregel. |
De registratie van de reiniging van een leiding,
via: Knop: En daarna op de leiding klikken. |
De registratie van de reiniging van een
drain, via: Knop: En daarna op de drain klikken. |
|
|
|
|
|
|
|
|
Via de knop: [logboek], start men een venster met
de tabbladen:
·
Logboek
·
Inspectie
·
Documenten
·
Beoordeling
·
Onderhoud
planning
·
Maatregel
planning
·
RWA
·
Vlak
Controle
Met extra informatie over de kabel of leiding:
|
Logboek: bevat historie inspectie
resultaten |
|
Documenten: om leiding of kabel
documenten te openen. |
Beoordeling: voor het
toetsen van inspectieresultaten aan de richtlijnen, bepalen planjaar,
maatregelen en kosten. Tevens registratie van
de tactische beoordeleing, door de leiding een kwaliteitscijfer te geven. |
Onderhoud
planning: Voor de registratie van inspectie en
reiniging maatregelen. |
Maatregel
planning: Voor de registratie van
herstel/investering maatregelen. |
RWA: Voor de weergave van het afwaterende
oppervlak naar de streng. |
Vlak controle: voor het verkrijgen van
informatie over de geometrie van de kabel of leiding. Via knop [Verbeter
weergave] kan men fout getekende vlakken automatisch verbeteren. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
De planning van onderhoudsmaatregelen is op de
toestandaspecten in het Logboek tabblad:
|
Door met de
rechtermuisknop op een toestandaspect te klikken wordt het venster hiermaast
weergeven, voor de registratie van een onsderhoudsmaatregel naar
aanleiding van het geconstateerde
aspect. (operationele beoordeling) Met de linkermuisknop
klikken op een toestandaspect geeft een venster met een foto van het
toestandaspect. |
Het venster voor
registratie van de onderhoudsmaatregel. Via de polygoon
teken knop: |
|
|
|
|
Knop: |
|
|
Een knoop is in principe onderdeel van een
netwerk. De punten waarop strengen beginnen en eindigen. Een knoop hoeft niet
op een streng/netwerk te zijn aangesloten. Het is dan een losliggende knoop
ofwel een (mini-)netwerk op zichzelf, zoals bij een peilbuis of infiltratieput.
Het is zelfs zo dat bij het invoeren van de
strengen eerst de knopen moeten worden ingevoerd. En zolang de streng niet is
ingevoerd liggen de knopen los. Bij
toevoegen van een streng registreert men een: van-knoop, en een: naar-knoop.
Een knoop heeft twee verschillende verschijningsvormen.
Fictief en niet fictief.
Niet fictief heeft de knoop de vorm van een put of
een compartiment. (Vandaar het symbool van een putdeksel bij knopen). Fictief
heeft de knoop geen vorm en wordt daarom alleen onder thema: Revisie, als punt
afgebeeld in de grafische weergave.
Een “inspectie-/ rioolput”, is een object volgens
definitie van de BGT. En kan men als object registreren in BrutIS.
In een object kunnen knopen zitten. Het is
mogelijk bij een knoop het object te registeren waarvan het deel uitmaakt. Is
niet verplicht.
|
Weergave |
Raadplegen |
Toevoegen |
Wijzigen |
Verwijderen |
Zoeken op knoopnummer |
Inspecteren (volgens NEN-EN 13508-2): |
Registratie reiniging knoop: |
Selecteren |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Klik op deze knop, indien de grijze knoppen hiernaast
niet zichtbaar zijn. Ook kan het nodig zijn de juiste knoppenbalk te activeren. Bijvoorbeeld
via menuoptie: Raadplegen -> Knoppenbalk toevoegen. |
Het “Weergave opties”, venster met tabblad: Knopen, voor het instellen
van de beeld-, thema- en tekstweergave van knopen: Door: “Speciale knopen”, aan te vinken wordt de weergave van objecten
aangezet. Objecten waarin knopen zijn geregistreerd.
|
Klik vervolgens op een knoop. Hierna wordt het
onderstaande venster gestart |
Het onderstaande venster wordt gestart, om een knoop toe
te voegen. Klik daarna in de tekening om de coordinaat van de knoop aan te
geven. |
Klik vervolgens op een knoop. Hierna wordt onderstaand
venster gestart, om gegevens te wijzigen. Met de tekenknoppen kan men de geometrie
wijzigen. |
Klik vervolgens op het knoop, om deze te verwijderen. |
Een venster wordt getoond waarin u een nummer van knoop
kunt invoeren. Door op [OK] te klikken wordt op het o bject ingezoomt . |
Een venster wordt getoond om de leiding volgens de NEN-EN 13508-2 te inspecteren. |
Een venster wordt getoond om de reiniging van een knoop
te registreren. |
Een venster wordt getoond met per eigenschap
verschillende tabbladen. Zodat u knopen op eigenschappen kan selecteren.
Geselecteerde knopen kleuren oranje en kunt u naar een nieuw venster kopiëren
voor verdere bewerking. Om knopen op basis van leiding eigenschappen te
selecteren gebruikt u eerst het selectie venster onder knop: |
|
De grafische weergave van een knoop
nadat deze de focus heeft gekregen via bovenstaande knoppen. De betreffende knoop heeft een eigen
geometrie. |
Het tabblad met de knoop informatie |
Het tabblad met de algemene knoop
informatie. |
Het tabblad met de resultaten uit de
hydraulische gegevens van de knoop. |
Het tabblad met planningsgegevens. |
|
|
|
|
|
|
|
|
Via de knop: [logboek],
start men een venster met de tabbladen:
·
Logboek
·
Documenten
·
DWA
·
Vlak
Controle
·
Onderhoud
planning
·
Maatregel
planning
Met extra informatie over de knoop:
|
Logboek: bevat historie inspectie
resultaten |
Documenten: om knoop documenten te
openen. |
DWA: Gegevens over het aantal
aansluitingen, inwoners en bedrijven die afvoeren door de knoop |
Vlak controle:
voor het verkrijgen van informatie over de geometrie van de knoop. Via knop
[Verbeter weergave] kan men fout getekende vlakken automatisch verbeteren. |
Onderhoud
planning: Voor de registratie van inspectie en
reiniging maatregelen. |
Maatregel
planning: Voor de registratie van
herstel/investering maatregelen. |
|
|
|
|
|
|
|
|
Start de registratie van de reiniging
van knopen en globale inspectie van de put , via knop: |
|
|
|
Via menuoptie: Beeld -> Weergave
opties, of knop: De knoop is daarna ook als object te
raadplegen, via knop: |
|
|
Een knoop kan een kolk zijn. Kolken worden regelmatig
bezocht om te reinigen. Tijdens deze bezoekmomenten wordt over het algemeen
vastgelegd:
·
De
toestand van de kolk en
·
Of de
reiniging ja/nee is uitgevoerd.
Het betreft de registratie van deze
bezoekmomenten.
Het toevoegen en verwijderen van kolken gebeurt
via de knoop knopen. Vervolgens kunt u via de treeview kolk bezoekmomenten
toevoegen en verwijderen. Waarna de knoop als een kolk wordt getoond.
Onderstaand venster wordt gestart (afhankelijk van
startoptie: wijzig012). Klik op [Yes] indien alle kolken al getekend zijn.
Klik op [No] indien u veel kolken moet toevoegen.

[Yes] geeft onderstaand venster waarmee u de
toestand van bestaande kolken registreert:

|
Rioleringsbeheer |
Weergave |
Raadplegen als knoop. |
Raadplegen als kolk. |
Toevoegen |
Verplaatsen. |
Verwijderen |
Kolk inspectie eenvoudig |
Kolk inspectie uitgebreid |
Selecteren |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Klik op deze knop,
indien de grijze knoppen hiernaast niet zichtbaar zijn. Ook kan het nodig zijn de juiste
knoppenbalk te activeren. Bijvoorbeeld via menuoptie: Raadplegen ->
Knoppenbalk toevoegen. |
Het “Weergave opties”, venster met
tabblad: Kolken, voor het instellen van de beeld-, thema- en tekstweergave
van kolken: Door: “Speciale knopen”, aan te vinken wordt
de weergave van objecten aangezet. Objecten waarin knopen zijn geregistreerd.
|
Klik vervolgens op een
knoop. Hierna wordt het onderstaande venster gestart. Klik vervolgens op de
bezoekmoment regel in de treeview om de informatie van het gewenste
bezoekmoment te raadplegen, te wijzigen of te verwijderen. |
Het onderstaande
venster wordt gestart, om een bezoekmoment te raadplegen. Standaard het laatste
moment. Klik op een bezoekmoment
in de treeview om een ander moment te raadplegen of te wijzigen. |
Om een knoop toe te voegen. Klik vervolgens op knop: |
Klik vervolgens op een kolk. De te verplaatsen kolk kleurt rood. Klik vervolgens in het venster voor de
nieuwe locatie. |
Klik vervolgens op de
knoop of kolk, om deze te verwijderen. |
Onderstaand
venster wordt gestart (afhankelijk van startoptie: wijzig012). Klik op [Yes]
indien alle kolken al getekend zijn. Klik op
[No] indien u veel kolken moet toevoegen.
[Yes] geeft
onderstaand venster waarmee u de toestand van bestaande kolken registreert:
|
Onderstaand
venster wordt gestart (afhankelijk van startoptie: wijzig012). Klik op [Yes]
indien alle kolken al getekend zijn. Klik op
[No] indien u veel kolken moet toevoegen.
[Yes] geeft
onderstaand venster waarmee u de toestand van bestaande kolken registreert:
|
Een venster wordt
getoond met per eigenschap verschillende tabbladen. Zodat u kolk knopen op eigenschappen kan selecteren.
Geselecteerde knopen kleuren oranje en kunt u naar een nieuw venster kopiëren
voor verdere bewerking. |
|
De grafische weergave van een kolk nadat
deze de focus heeft gekregen via bovenstaande knoppen. De betreffende kolk is een knoop en kan
een eigen geometrie hebben. |
Het tabblad met de kolk/knoop informatie |
Het tabblad met de algemene kolk/knoop
informatie. |
Het tabblad met de gegevens van het
bezoekmoment. |
Het tabblad
met de resultaten uit de hydraulische gegevens van de knoop. |
Het tabblad
met planningsgegevens. |
|
|
|
|
|
|
|
Een stroomgebied bevat de hoeveelheid afwateren oppervlak
per type oppervlak aangesloten op een knoop, volgens:
·
Leidraad
c2100
·
SWMM
specificatie
Ook bevat de data een polygoon van het
stroomgebied en een afvoertype code.
Het symbool van een stroomgebied: ![]()
Een stroomgebied kan handmatig ingevoerd of
automatisch bepaald worden met behulp van menufunctie: Toepassingen
-> Bepaal afstromend oppervlak -> Maak nieuw afstroom/inloop model ->
Toewijzen van stroomgebieden aan knopen mbv Thyssen polygoon.
Meestal worden eerst automatisch de stroomgebieden
bepaald, met behulp van de afstroming informatie
van objecten, en volgt dan een handmatige correctie op basis van kennis van het
gebied.
|
Rioleringsbeheer |
Raadplegen |
Toevoegen |
Wijzigen |
Verwijderen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Klik op deze knop, indien de grijze
knoppen hiernaast niet zichtbaar zijn. Ook kan het nodig zijn de juiste
knoppenbalk te activeren. Bijvoorbeeld via menuoptie: Raadplegen ->
Knoppenbalk toevoegen. |
Klik vervolgens op een knoop Hierna wordt het onderstaande venster gestart. Het venster
toont de knoop gegevens. Door op het stroomgebied in de treeview
te klikken verschijnt de stroomgebied informatie. |
Open het popupmenu, door in treeview met de rechtermuisknop op het
knoopnummer te klikken. In het popupmenu kiest u voor: Stroomgebied. Het paspoort om de gegevens van het stroomgebied in te voeren wordt
geopend. Klik op de “maak Polygoon”, knop: Voer vervolgens in het paspoort de
gegevens in. En klik op [OK].. |
Klik vervolgens op de
knoop waarvan u het stroomgebied wil wijzigen. Hierna wordt
onderstaand venster gestart. Klik op het
stroomgebied om gegevens te wijzigen. Gebruik de knopen links
om de polygoon opnieuw in te tekenen of de tekenfuncties
om de polygoon te wijzigen. |
Klik vervolgens op het knoop waarvan u het stroomgebied wil verwijderen. Hierna wordt onderstaand venster gestart. Klik met de rechtermuisknop op het stroomgebied. Er verschijnt daarna een pop-up menu met
een optie om het stroomgebied te verwijderen. |
|
|
Een knoop met de stroomgebied informatie
volgens de leidraad C2100: |
Volgens
SWMM specificatie |
Stroomgebied registeren: |
Stroomgebied wijzigen |
Stroomgebied verwijderen |
|
|
|
|
|
|
Naast bovenstaande handmatige procedure is het ook
mogelijk stroomgebieden automatisch toe te kennen. Dit gebeurt via menuoptie: Toepassingen
-> Bepaal afstromend oppervlak -> Maak nieuw afstroom/inloop model ->
Toewijzen van stroomgebieden aan knopen mbv Thyssen polygoon.
Via het onderstaande venster kan dan worden
aangegeven:
·
Voor
welke knoopfuncties de stroomgebieden worden toegekend;
·
Per
stelseltype welke maximale afmetingen de stroomgebieden mogen hebben. Invoer
van 0 m betekent dat het betreffende stelseltype niet mee doet bij de
toekenning van de stroomgebieden ;
·
Aanvinken
of reeds geregistreerde oppervlakken verwijderd mogen worden
·
En
tenslotte aanvinken of de stroomgebieden per stelseltype toegekend moeten
worden. Per stelseltype betekent dat stroomgebieden elkaar gaan overlappen.
Want per stelseltype worden dan de stroomgebieden via Thiessen toegekend. Vink
deze optie:
o
aan
als de afstroomgegevens van de objecten uit een Rioned BGT Inloopmodel zijn
geïmporteerd;
o
uit ,
in alle overige gevallen;

Een
pomp is een voorziening in een knoop. Een knoop kan 1 of meer pompen hebben.
Een
pomp pompt het water uit de knoop op basis van inslag- en uitstagpeilen en een
capaciteit. Indien een eindknoop is aangegeven wordt het water naar de
eindknoop gepompt.
|
Rioleringsbeheer |
Raadplegen |
Toevoegen |
Wijzigen |
Verwijderen |
Selecteren |
|
|
|
|
|
|
|
|
Klik op deze knop, indien de grijze knoppen hiernaast niet zichtbaar
zijn. Ook kan het nodig zijn de juiste knoppenbalk te activeren. Bijvoorbeeld
via menuoptie: Raadplegen -> Knoppenbalk toevoegen. |
Klik vervolgens op een knoop
met 1 of meer pomp symbolen. Hierna wordt het onderstaande venster gestart. Het venster toont de knoop gegevens. Door op de pomp in de treeview te klikken verschijnt de pomp informatie. |
Het onderstaande venster wordt
gestart, om een pomp toe te voegen. Klik daarna in de tekening op de knoop waarop de pomp
moet worden geregistreerd. |
Klik vervolgens op een knoop met pomp symbool. Hierna
wordt onderstaand venster gestart, om gegevens te wijzigen. |
Klik vervolgens op het knoop,
om de pomp te verwijderen. Als er meer pompen zijn geregistreerd op de
knoop gebruikt u de treeview. U verwijdert dan de juiste pomp door met de rechtermuisknop op de pomp te
klikken. Er verschijnt daarna een pop-up menu met een optie om de pomp te
verwijderen. |
Een venster wordt getoond met
per eigenschap verschillende tabbladen. Zodat u knopen met pompen op eigenschappen
kan selecteren. Geselecteerde knopen kleuren
oranje en kunt u naar een nieuw venster kopiëren voor verdere bewerking. Klik op deze knop nadat u eerst op knoop informatie
heeft geselecteerd via knop: |
|
De grafische weergave van een pomp in
een knoop kleurt rood, nadat deze de focus heeft gekregen via bovenstaande
knoppen. |
Het tabblad met de pomp informatie |
Het tabblad met de elektromechanische
informatie. |
Het tabblad met de pompcurve en geplande
capaciteiten. |
Klik met de rechtermuisknop op de pomp,
om te verwijderen of te kopiëren naar het clipboard. (Wel eerst revisie
starten) |
|
|
|
|
|
|
|
|
Een afsluiter is een voorziening in een knoop. Een
knoop kan 1 of meer afsluiters hebben.
Een afsluiter opent en sluit op basis van inslag-
en uitstagpeilen en een capaciteit. Indien een eindknoop is aangegeven wordt
het water naar de eindknoop afgevoerd.
|
Rioleringsbeheer |
Raadplegen |
Toevoegen |
Wijzigen |
Verwijderen |
Selecteren |
|
|
|
|
|
|
|
|
Klik op deze knop, indien de grijze
knoppen hiernaast niet zichtbaar zijn. Ook kan het nodig zijn de juiste knoppenbalk
te activeren. Bijvoorbeeld via menuoptie: Raadplegen -> Knoppenbalk
toevoegen. |
Klik vervolgens op een knoop met 1 of meer afsluiter symbolen. Hierna
wordt het onderstaande venster gestart. Het venster
toont de knoop gegevens. Door op de afsluiter in de treeview te
klikken verschijnt de afsluiter informatie. |
Het onderstaande venster wordt gestart, om een afsluiter toe te voegen. Klik daarna in de tekening
op de knoop waarop de afsluiter moet worden geregistreerd. |
Klik vervolgens op een
knoop met afsluiter symbool. Hierna wordt onderstaand venster gestart, om
gegevens te wijzigen. |
Klik vervolgens op het knoop, om de afsluiter te verwijderen. Als er meer
afsluiters zijn geregistreerd op de knoop gebruikt u de treeview. U verwijdert dan de juiste afsluiter
door met de rechtermuisknop op de afsluiter te klikken. Er verschijnt daarna
een pop-up menu met een optie om de afsluiter te verwijderen. |
Een venster wordt getoond met per eigenschap verschillende tabbladen.
Zodat u knopen met afsluiters op eigenschappen kan selecteren. Geselecteerde knopen kleuren oranje en kunt u naar een nieuw venster
kopiëren voor verdere bewerking. Klik op deze knop nadat
u eerst op knoop informatie heeft geselecteerd via knop: |
|
De grafische weergave van een afsluiter
in een knoop kleurt rood, nadat deze de focus heeft gekregen via bovenstaande
knoppen. |
Het tabblad met de afsluiter informatie |
Het tabblad met de elektromechanische
informatie. |
Klik met de rechtermuisknop op de
afsluiter, om te verwijderen of te kopiëren naar het clipboard. (Wel eerst revisie starten) |
|
|
|
|
|
|
|
Een sensor is een voorziening in een knoop. Een
knoop kan 1 of meer sensoren hebben.
Een sensor meet bijvoorbeeld het waterpeil in een
knoop. Indien een eindknoop is aangegeven hangt de sensor in de streng naar de
eindknoop.
|
Rioleringsbeheer |
Raadplegen |
Toevoegen |
Wijzigen |
Verwijderen |
Selecteren |
|
|
|
|
|
|
|
|
Klik op deze knop, indien de grijze
knoppen hiernaast niet zichtbaar zijn. Ook kan het nodig zijn de juiste
knoppenbalk te activeren. Bijvoorbeeld via menuoptie: Raadplegen -> Knoppenbalk
toevoegen. |
Klik vervolgens op een knoop met 1 of meer sensor symbolen. Hierna wordt
het onderstaande venster gestart. Het venster
toont de knoop gegevens. Door op de sensor in de treeview te
klikken verschijnt de sensor informatie. |
Het onderstaande venster wordt gestart, om een sensor toe te voegen. Klik daarna in de
tekening op de knoop waarop de sensor moet worden geregistreerd. |
Klik vervolgens op een
knoop met sensor symbool. Hierna wordt onderstaand venster gestart, om
gegevens te wijzigen. |
Klik vervolgens op het knoop, om de sensor te verwijderen. Als er meer
sensoren zijn geregistreerd op de knoop gebruikt u de treeview. U verwijdert dan de juiste sensor door met
de rechtermuisknop op de sensor te klikken. Er verschijnt daarna een pop-up
menu met een optie om de sensor te verwijderen. |
Een venster wordt getoond met per eigenschap verschillende tabbladen.
Zodat u knopen met sensoren op eigenschappen kan selecteren. Geselecteerde knopen kleuren oranje en kunt u naar een nieuw venster
kopiëren voor verdere bewerking. Klik op deze knop nadat
u eerst op knoop informatie heeft geselecteerd via knop: |
|
De grafische weergave van een sensor in
een knoop kleurt rood, nadat deze de focus heeft gekregen via bovenstaande
knoppen. |
Het tabblad met de sensor informatie |
Het tabblad met de elektromechanische
informatie. |
Klik met de rechtermuisknop op de
sensor, om te verwijderen of te kopiëren naar het clipboard. (Wel eerst revisie starten) |
|
|
|
|
|
Een overlaat is een voorziening in een knoop. Een
knoop kan 1 of meer overlaten hebben.
Een overlaat voert water af via een
overstortdrempel. Indien een eindknoop is aangegeven wordt het water naar de
eindknoop afgevoerd.
|
Rioleringsbeheer |
Raadplegen |
Toevoegen |
Wijzigen |
Verwijderen |
Selecteren |
|
|
|
|
|
|
|
|
Klik op deze knop, indien de grijze
knoppen hiernaast niet zichtbaar zijn. Ook kan het nodig zijn de juiste knoppenbalk
te activeren. Bijvoorbeeld via menuoptie: Raadplegen -> Knoppenbalk
toevoegen. |
Klik vervolgens op een knoop met 1 of meer overlaat symbolen. Hierna
wordt het onderstaande venster gestart. Het venster
toont de knoop gegevens. Door op de overlaat in de treeview te
klikken verschijnt de overlaat informatie. |
Het onderstaande venster wordt gestart, om een overlaat toe te voegen. Klik daarna in de
tekening op de knoop waarop de overlaat moet worden geregistreerd. |
Klik vervolgens op een
knoop met overlaat symbool. Hierna wordt onderstaand venster gestart, om
gegevens te wijzigen. |
Klik vervolgens op het knoop, om de overlaat te verwijderen. Als er meer
overlatenen zijn geregistreerd op de knoop gebruikt u de treeview. U verwijdert dan de juiste overlaat door
met de rechtermuisknop op de overlaat te klikken. Er verschijnt daarna een
pop-up menu met een optie om de overlaat te verwijderen. |
Een venster wordt getoond met per eigenschap verschillende tabbladen.
Zodat u knopen met overlaten op eigenschappen kan selecteren. Geselecteerde knopen kleuren oranje en kunt u naar een nieuw venster
kopiëren voor verdere bewerking. Klik op deze knop nadat
u eerst op knoop informatie heeft geselecteerd via knop: |
|
De grafische weergave van een overlaat
in een knoop, via bovenstaande knoppen. |
Het tabblad met de overlaat informatie |
Klik met de rechtermuisknop op de
overlaat, om te verwijderen of te kopiëren naar het clipboard. (Wel eerst revisie starten) |
|
|
|
|
Een doorlaat is een voorziening in een knoop. Een
knoop kan 1 of meer doorlaten hebben.
Een doorlaat voert water af via een opening in een
muur of drempel. Indien een eindknoop is aangegeven wordt het water naar de
eindknoop afgevoerd.
|
Rioleringsbeheer |
Raadplegen |
Toevoegen |
Wijzigen |
Verwijderen |
Selecteren |
|
|
|
|
|
|
|
|
Klik op deze knop, indien de grijze
knoppen hiernaast niet zichtbaar zijn. Ook kan het nodig zijn de juiste
knoppenbalk te activeren. Bijvoorbeeld via menuoptie: Raadplegen ->
Knoppenbalk toevoegen. |
Klik vervolgens op een knoop met 1 of meer doorlaat symbolen. Hierna
wordt het onderstaande venster gestart. Het venster
toont de knoop gegevens. Door op de doorlaat in de treeview te
klikken verschijnt de doorlaat informatie. |
Het onderstaande venster wordt gestart, om een doorlaat toe te voegen. Klik daarna in de
tekening op de knoop waarop de doorlaat moet worden geregistreerd. |
Klik vervolgens op een
knoop met doorlaat symbool. Hierna wordt onderstaand venster gestart, om
gegevens te wijzigen. |
Klik vervolgens op het knoop, om de doorlaat te verwijderen. Als er meer
doorlaten zijn geregistreerd op de knoop gebruikt u de treeview. U verwijdert dan de juiste doorlaat door
met de rechtermuisknop op de doorlaat te klikken. Er verschijnt daarna een
pop-up menu met een optie om de doorlaat te verwijderen. |
Een venster wordt getoond met per eigenschap verschillende tabbladen.
Zodat u knopen met doorlaten op eigenschappen kan selecteren. Geselecteerde knopen kleuren oranje en kunt u naar een nieuw venster
kopiëren voor verdere bewerking. Klik op deze knop nadat
u eerst op knoop informatie heeft geselecteerd via knop: |
|
De grafische weergave van een doorlaat in
een knoop, nadat deze de focus heeft gekregen via bovenstaande knoppen. |
Het tabblad met de doorlaat informatie |
Klik met de rechtermuisknop op de
doorlaat, om te verwijderen of te kopiëren naar het clipboard. (Wel eerst revisie starten) |
|
|
|
|
Een installatie is een voorziening in een object.
Een object kan 1 installatie hebben.
Voor registratie van een installatie op een knoop dus
eerst een object, met functie riolering, aanmaken en daarna het objectnummer in
de knoopinformatie registeren.
|
Rioleringsbeheer/Wegbeheer |
Raadplegen |
Toevoegen |
Wijzigen |
Verwijderen |
Selecteren |
|
|
|
|
|
|
|
|
Klik op 1 van deze knoppen, indien de
grijze knoppen hiernaast niet zichtbaar zijn. Ook kan het nodig zijn de juiste
knoppenbalk te activeren. Bijvoorbeeld via menuoptie: Raadplegen ->
Knoppenbalk toevoegen. |
Klik vervolgens op een object/knoop met een installatie symbool. Hierna
wordt het onderstaande venster gestart. Het venster
toont de knoop gegevens. Door op de installatie in de treeview te
klikken verschijnt de installatie informatie. |
Het onderstaande venster wordt gestart, om een installatie toe te voegen.
Klik daarna in de
tekening op het object waarop de installatie moet worden geregistreerd. |
Klik vervolgens op een
object met installatie symbool. Hierna wordt onderstaand venster gestart, om
gegevens te wijzigen. |
Klik vervolgens op het object, om de installatie te verwijderen. U verwijdert dan de installatie door met
de rechtermuisknop op de installatie te klikken. Er verschijnt daarna een
pop-up menu met een optie om de installatie te verwijderen. |
Een venster wordt getoond met per eigenschap verschillende tabbladen.
Zodat u objecten met installaties op eigenschappen kan selecteren. Geselecteerde objecten kleuren oranje en kunt u naar een nieuw venster
kopiëren voor verdere bewerking. |
|
De grafische weergave van een
installatie in een object, of via een object gekoppeld aan een knoop, nadat
deze de focus heeft gekregen via bovenstaande knoppen. |
Het tabblad met de installatie
informatie. |
Het tabblad met de groepen registratie. |
Het tabblad met de storingen
registratie. |
Klik met de rechtermuisknop op de
installatie, om te verwijderen. (Wel eerst revisie starten) |
|
|
|
|
|
|
In BrutIS zijn op
de volgende locaties teken functies beschikbaar om een vlak (polygoon) of lijn
(polylijn) in te tekenen, te verplaatsen, verschalen en te roteren:
·
In de
knoppenbalk
·
Onder
menuoptie: tekenen
Om een nieuwe
polygoon of polylijn in te tekenen:
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Start met
intekenen van een nieuwe polygoon of polylijn. Klik in het
venster om de lijn in te tekenen. Dubbelklik op het op een na laatste punt on
de polygoon netjes te sluiten. Of klik op de knop hiernaast |
Om de polygoon
netjes te sluiten op het start punt. |
Om het
intekenen van de polylijn te stoppen |
Neem een
polygoon over van een vlak in de topografie. Klik vervolgens
in het vlak van de topografie. |
Neem een
polygoon over van een object. Klik vervolgens
in het object vlak. |
Neem een
polygoon over van een knoop of streng. Klik vervolgens
in het knoop of streng vlak. |
Voeg de
getekende polygoon toe aan de getekende polygoon van object, knoop of streng. |
Verwijder de
geselecteerde polygoon van een object, knoop of streng. |
Om een bestaande
polygoon of polylijn te wijzigen:
|
|
|
|
|
|
|
|
Om een nieuwe
losse coördinaat aan de polygoon toe te voegen. Deze wordt pas bewaard als je
deze met een lijn koppelt aan de polygoon. |
Om een coördinaat
te verplaatsen. Klik hierbij op coördinaat en daarna op nieuwe positie. |
Om een
coördinaat te verwijderen. Klik hierbij op de betreffende coördinaat. |
Om een
coördinaat tussen te voegen in een lijnstuk. Klik op het lijnstuk ter plaatse
van nieuw locatie coördinaat. |
Om een lijnstuk
toe te voegen aan de polygoon. Klik op 1e coördinaat en daarna op 2e
coördinaat |
Om een lijnstuk
van de polygoon te verwijderen. Klik op het te verwijderen lijnstuk. |

De prijs voor een BrutIS-jaarabonnement is €
2.500, - exclusief BTW (prijs voor 2021)
Het abonnement is in 2 vormen te verkrijgen:
·
Voor het
beheren van data in eigendom van de abonnee. Abonnees mogen het programma dan
onbeperkt gebruiken voor het beheren van eigendommen. Dit abonnement is bedoeld
voor beheerders;
·
Voor
het doen van inventarisatie, inspectie, onderzoek, beoordeling en advies
werkzaamheden bij klanten. Dit
abonnement is bedoeld voor advies- en uitvoeringsbedrijven. Niet voor beheren
van data.
Naast het gebruikersrecht geeft een abonnement het
recht op:
·
Helpdesk;
·
Updates,
waarbij de updates via het programma zijn te downloaden, via menuoptie: Info
-> Download update.
Een abonnement en nadere informatie is aan te
vragen door een Email te sturen naar: hkingma@kikker.biz
Wij sturen u daarna een vrijblijvende offerte. Na
opdracht zenden of brengen wij u het programma afhankelijk van nader
afgesproken ondersteuning bij de installatie.
Overname objecten uit topografie van PDOK
Werkbestanden uit diverse bronnen
Werken met bestekposten
bij inspectie, reiniging en beoordeling
Beoordelen en plannen met
BrutIS (Engels)
Gebruikershandleiding (Engels)
|
Versie: |
Verbeteringen: |
|
6.3p |
Onder bewerking |
|
6.3a |
|
|
6.2kn |
Functie: Omnummeren van knoopnummers en objectnummers
verbeterd. De oude functie kan ook nummers
omnummeren die lijken op het om te nummeren nummer. Bijvoorbeeld bij om
nummeren: P1234 naar H50001 wordt niet alleen P1234 omgenummerd maar ook
1234. |