BrutIS: Buitenruimte Informatie Systeem

Een integraal rationeel beheersysteem voor de gehele buiten ruimte.

 

BrutIS bevat alle mogelijkheden van het wel bekende programma Kikker. Kikker blijft als apart programma bestaan voor het beheer van de riolering.

De meest actuele versie is 6.3p van 1 oktober 2024.

Inhoud:

·         Introductie

·         Het welkomvenster

·         Startopties

·         Paspoorten (de digitale formulieren)

·         Tekenen functies

·         Abonnement

·         Handleidingen

 

Introductie

 

BrutIS voor het beheer van objecten en netwerken in de buitenruimte.

Waarbij een object een punt, lijn of vlak geometrie kan zijn.  Een object kan zijn:

·         Een groenvlak met verschillende populaties: zoals gras en bloembollen in een gazon, of verschillende boomsoorten in een bosplantsoen;

·         Een solitaire boom;

·         Een wegbeheer: wegvakonderdeel;

·         Meubilair, zoals een paal of een lichtmast met armaturen en borden;

·         Een wateronderdeel, zoals een beschoeiing;

·         Een kunstwerkonderdeel, zoals een steiger, gemaal of een nutsvoorziening (kast) met een installatie;

·         Een netwerk-object, zoals een rioolput die uit 1 of meer knopen kan bestaan;

·         Een nader in te vullen iets, volgens de kwaliteitscatalogus openbare ruimte, zoals bijvoorbeeld markering.

Een netwerk is een geheel van met elkaar verbonden punten (de knopen). De verbindingen zijn de strengen.

Een knoop (punt of vlak geometrie) kan onderdeel zijn van een eerdergenoemd netwerk-object.  Bij het rioleringsbeheer in BrutIS, is een knoop bijvoorbeeld een inspectieput, compartiment of een T-stuk in rioolbuizen. Een knoop hoeft niet gekoppeld te zijn aan een streng.  Een knoop kan bijvoorbeeld ook een losliggende kolk of infiltratieput zijn.

Een streng (lijn geometrie) bestaat uit één of meer kabels of leidingen tussen twee knopen. Een streng kan naast een drain, rioolbuis, persleiding ook bijvoorbeeld een drinkwaterleiding, laagspanning of ander thema zijn volgens het IMKL (Informatie Model Kabels en Leidingen).


Het welkomvenster

 

Het welkomvenster bestaat uit 3 delen:

1.       Links kunt u door op de foto’s te klikken kiezen uit de vakgebieden:  Rioolbeheer, groenbeheer, wegbeheer en waterbeheer. Per vakgebied/foto krijgt u een venster waarmee u een toepassing kunt selecteren. De selectie is van invloed op:

o   benodigde startopties voor de juiste werking van de geselecteerde toepassing;

o   het menu

o   de aanvang thema weergave van objecten en netwerken en.

Na opstart kunt u altijd wisselen van menu via de meest rechter 3 knoppen in de knoppenbalk:

2.       Boven kunt u kiezen vanuit welke bron u data wil weergeven. Uit de werkmap/Directory, een Bestand op uw computer, Databank of Cloud protocol.

3.        Het startopties gedeelte, waarin is aangegeven welke startopties actief zijn. Via de startopties kunt u het gedrag van het programma op uw behoefte afstemmen. In het veld Afwijkend gedrag opties zijn alle , ten opzichte van de standaard, gewijzigde opties aangegeven. Belangrijke startopties zijn:

o   Het mutatiebestand: waarmee zal worden gestart. In het mutatiebestand worden alle mutaties op de data in de bron opgeslagen, om later in de bron door te voeren. Door met een mutatiebestand te starten worden de mutatie menuopties actief. Standaard is geen mutatiebestand aangegeven zodat deze optie niet actief is.

o   Het coördinatensysteem: bepaalt welke achtergrondkaarten actief zijn en hoe de conversie van de ingevoerde coördinaten naar WGS84 latitude en longitude zal plaatsvinden.

o   De medialocatie: bepaalt welke map zal worden gebruikt om beeldmateriaal te tonen. Kies de fotorolmap om foto’s gemaakt met uw computer op uw ingevoerde data te registeren.

o   De startdatum: van het onderhanden project is belangrijk voor de weergave van de voortgang van de registratie. Bijvoorbeeld voor de weergave welke kolken in de registratieronde gereinigd zijn. De default is een datum in de toekomst, zodat deze optie niet actief is.

Via de [Startopties] knop kunt u een venster starten waarmee u de startopties kunt wijzigen, zodat deze direct actief zijn.

 

A screenshot of a computer

Description automatically generated

 

 


Startopties

Via de volgende startopties kunt u het gedrag van het programma op uw wensen aanpassen. Standaard worden de startopties opgeslagen in het bestand: init_brutis.xml. Als het programma wordt gestart met het commando: BrutIS64.exe init=riodesk_init.xml, in het bestand: riodesk_init.xml. Als gestart via het commando: init=%username%_init.xml, in het bestand: arno_init.xml, als “arno” uw computer gebruikersnaam is.

 

De startopties kunt u wijzigen via de knop: [Startopties], in het welkomvenster en via menuoptie: Toepassingen -> Startopties.

Voorbeelden:

1

Voor de registratie van kolken:

kolkgps=1, zorgt ervoor dat:

·         alleen de voor de kolkenregistratie benodigde knoppen in de knoppenbalk worden weergegeven;

·         legenda niet is weergegeven, zodat het registratievenster zo groot mogelijk is;

·         automatisch het kolkenregistratie venster wordt gestart.

wijzig012=1, laat het kolkenregistratievenster in wijzig modus starten;

slowtopo=1.000, geeft topografie alleen weer als dieper is ingezoomd dan zoomfactor: 1.000;

letter=K, nieuwe knoopnummers beginnen met de letter K;

riovlgnr=1001, nieuwe knoopnummers krijgen een volgnummer na letter K met het eerst beschikbare nummer na 1001;

De tbbestand=0 en tbinspectie=1 worden automatisch veranderd door optie kolkgps=1.

 

Mutatiebestand=kolken_2024.mut: opent of maakt automatisch het mutatiebestand in de werkmap. In dit bestand wordt de registratie automatisch opgeslagen.

 

Coördinatenbestand=EPSG:28992, voor de juiste weergave van de achtergrondkaarten.

 

Medialocatie=Camera Roll Folders, voor de overname van bestandsnamen van met de webcam ingestelde camera gemaakte foto’s

 

Startdatum=20240601, kleur alle kolken, knopen en strengen met een bezoekdatum na deze startdatum als uitgevoerd/bezocht.

 

 

 

 

 

Beschrijving van alle mogelijke startopties:

·         de grijs gemarkeerde startopties zijn in aparte velden in het welkom venster te veranderen;

·         de geel gemarkeerde startopties worden, als ze gewijzigd zijn, weergegeven in het welkomvenster;

·         de blauw gemarkeerde startopties a t/m c kunnen alleen in de startregel worden meegegeven, zijn niet zichtbaar in het welkom venster en in het Startopties venster onder de [Startopties] knop.

 

Nr:

Startoptie:

Gebruik:

Resultaat:

a

address

Achter deze optie geeft u de naam op van een alternatieve werkmap.

Dit is de werkmap actief onder het tabblad: Directory, en de map waarin het programma het werkbestand aanmaakt als verbinding wordt gemaakt met de databank of een service.

b

init

Achter deze optie geeft u de naam op van het te gebruiken startopties bestand.

De naam van het bestand waarvan de startopties worden ingelezen en waarin opgeslagen. Als alternatief van brutis_init.xml

Uit bestand: riodesk_init.xml, als het programma wordt gestart met het commando:

BrutIS64.exe init=riodesk_init.xm

Uit bestand: arno_init.xml, als gestart via het commando:

BrutIS64.exe init=%username%_init.xml, en  “arno” uw computer gebruikersnaam is.

Let op! Het wachtwoord horende bij startoptie: password, wordt met de computer gebruikers naam versleuteld opgeslagen in het startopties bestand en dus alleen te gebruiken door degene die het wachtwoord heeft ingevoerd.

c

frq

Achter deze optie geeft u een frequentie in milliseconden op.

De frequentie waarmee de locatie van de GPS-antenne wordt opgehaald en het venster geactualiseerd als de positie is veranderd.

1

dbffield

Achter deze optie kunt u de naam van een kolom in het ESHRI DBF bestand opgeven.

Bijvoorbeeld:

dbffield=LAYER

Hiermee geeft u de kolomnaam aan uit het SHP-Bestand (in feite het bestand met extensie .dbf) waarin de laagnaam van de geometrie staat. Bij importeren van topografie via het menu krijgt u een venster waarmee u de kolom kan aangeven. In de gevallen dat de topografie wordt geladen via de startoptie: dxf, of met een topografie uit de werkbestanden: "brutis.shp, brutis.dbf en brutis.shx", registreert BrutIS de tekst in de aangegeven kolom als laagnaam van de geometrie in de ESRI SHP. Deze optie is belangrijk om bij starten van BrutIS direct vlakken te kleuren.

2

dbfactief

De bronhoudercode van een beheerder/gemeente. Bijvoorbeeld: G0106.

Op deze code wordt getoetst of de beheerder/gemeente bronhouder is van topografie uit topografische bestanden. De beheerder kan hierdoor topografie selecteren en de overname van objecten uit topografie waarvan de beheerder geen bronhouder is aan- of uitzetten.

3

coordsys

De code van het coördinatensysteem. Bijvoorbeeld: EPSG:28992 voor Nederland en EPSG:31370 voor Belgie.

Het te gebruiken coördinatensysteem voor de weergave van de XY-coördinaten.

Het Nederlandse coördinatensysteem gebruikt de Onze Lieve Vrouwetoren (Lange Jan) van Amersfoort als centrale punt van het systeem met de coördinaten: 155000,463000. Hierdoor zijn alle coördinaten een positief getal.

Het Belgische coördinatensysteem gebruikt als technisch nulpunt de tuin van de Koninklijke Sterrenwacht in Ukkel. Lambertcoördinaten: 649328,665262. Hierdoor zijn alle coördinaten een positief getal.

4

images

Achter deze optie kunt u een map locatie (adres) opgeven.

Bijvoorbeeld:

images=C:\Users\info\Pictures\Camera Roll

 

Ook kunt u in het pad opnemen, de substitutie teksten:

·         %username%, om computer gebruikersnaam in het pad te plaatsten;

·         \%mut% op het einde van het pad, om de naam van het inspectie of mutatiebestand in het pad op te nemen.

Indien geen map geregistreerd gebruikt BrutIS de locaties van de inspectie- en mutatiebestanden.

Indien map geregistreerd zoekt BrutIS bestandsnamen van afbeeldingen op in deze map ongeacht de geregistreerde map in de werkbestanden. Ook bestandsnamen van inspecties worden in deze map gezocht, indien geregistreerd. In het welkomvenster.

Via de keuzes in het veld: Media Locatie, in het welkomvenster heeft u de mogelijkheid de Camera Roll Folder, als map te registeren. Dit is de map waarin MS-Windows de foto’s bewaard gemaakt met het fototoestel van de computer.

Het is mogelijk in het pad een variabele gebruikersnaam en mutatie/inspectie bestandnaam op te nemen. Bijvoorbeeld:

 

C:\Users\%username%\Pictures en uw gebruikersnaam is: henk, dan wordt het pad: C:\Users\henk\Pictures, gebruikt

 

C:\BrutIS\Mutaties\%mut% en het inspectiebestand is:UTR14-000815.ribx, dan wordt het pad: C:\BrutIS\Mutaties\UTR14-000815, gebruikt.

5

docu

Achter deze optie kunt u een map locatie (adres) opgeven.

Bijvoorbeeld:

docu=c:\BrutIS\documenten

BrutIS zoekt documenten van knopen, strengen of wegvakonderdelen in deze map.

Standaard is dit de map “riodesk” in de BrutIS werkmap.

6

bmpmap

Achter deze optie kunt u een map locatie opgeven.

Bijvoorbeeld:

bmpmap=c:\BrutIS\bmp

BrutIS importeert alle bitmaps (.bmp bestanden) in deze map.

BrutIS geeft de bitmaps in deze map weer ter plaatse van de knopen, waar het knooptype hetzelfde is als de bitmap naam. Bijvoorbeeld: Indien pompput.bmp aanwezig is worden deze bitmaps op alle locaties weergegeven bij de knopen van het type: “pompput”.

De bitmaps geeft BrutIS weer indien weergave optie: “knoop bitmaps” is geactiveerd.

7

rvvmap

Achter deze optie kunt u een map locatie opgeven.

Bijvoorbeeld:

bmpmap=c:\BrutIS\rvv

BrutIS gebruikt de bitmaps in de map voor de selectie en weergave van verkeersborden, waar de code van het verkeersbord hetzelfde is als de bitmap naam.

De bitmaps geeft BrutIS weer indien weergave optie “object bitmaps” is geactiveerd.

8

ecwmap

Achter deze optie kunt u een map locatie opgeven.

Bijvoorbeeld:

docu=c:\ecw

BrutIS start het zoeken naar ECW luchtfoto bestanden in deze map.

9

csvmap

Achter deze optie kunt u een map locatie opgeven.

BrutIS start het zoeken naar CSV bestanden in deze map.

10

lstmap

Achter deze optie kunt u een map locatie opgeven.

BrutIS start het zoeken naar LST en XML  bestanden in deze map.

11

dxfmap

Achter deze optie kunt u een map locatie opgeven.

BrutIS start het zoeken naar DXF en SHP bestanden in deze map.

12

xmlmap

Achter deze optie kunt u een map locatie opgeven.

XML-Bestanden voor het BGT-berichtenverkeer worden in deze map opgeslagen. En opgezocht voor het verzenden naar de BGT-Landmeter.

13

bgtmap

Achter deze optie kunt u een map locatie opgeven.

Bij het importeren van BGT-mutatieberichten wordt de geometrie van objecten in de berichten in deze map opgeslagen. Elk object aprta in een bestand met een bestandnaam waarin de IMGEO-code van het object is verwerkt.

14

revmap

Achter deze optie kunt u een map locatie (adres) opgeven.

BrutIS start het zoeken naar revisie/mutatie bestanden in deze map.

15

tmpmap

Achter deze optie kunt u een map locatie (adres) opgeven.

BrutIS slaat tijdelijke (hulp) bestanden op deze map. Deze map moet bestaan en er moeten rechten zijn om in deze map te schrijven. Indien de map niet bestaat of geen rechten om te schrijven kan het programma stoppen.

16

spot

Achter deze optie zet u de naam van het CSV bestand waarin het fotonummer,datum, lokatie en url van de cyclomedia spots zijn aangeven.

Bijvoorbeeld:

spot=c:\ gis_tbl_cyclo_2013.csv

 

Bij opstarten van het programma BrutIS voegt BrutIS knop:  aan de knoppenbalk toe. Zodra u hierop klikt worden de locaties binnen de minimum en maximum coördinaten van het beheerareaal uit het aangegeven bestand ingelezen.

BrutIS geeft de locaties met cirkeltjes weer. Na klikken in een cirkel wordt deze groen gekleurd en wordt de cyclomedia suite gestart met het 360 graden panoramabeeld.

17

dxf

Achter deze optie registreert u de bestandsnaam waarin de automatisch te laden topografie uit SHP, GML of DXF is geregistreerd.

Standaard is dit het bestand met de naam: topo.lst

U registreert de te laden topografie via de [Opslaan] knop in de topografiebalk. In het bestand worden dan alle bestanden geregistreerd die op dat moment actief zijn. Met kleur, laagnaam kolom en of topografie ja/nee altijd zichtbaar moet zijn, als gebruik wordt gemaakt van de slowtopo optie.

Ook kunt u achter deze optie direct de naam en locatie van een DXF- of SHP-bestand  opgeven.

Bijvoorbeeld:

  • dxf=c:\BrutIS\dxf\topografie.dxf
  • dxf=c:\BrutIS\dxf\topografie.shp

 

BrutIS importeert bij het opstarten de geometrie uit de opgegeven bestanden en geeft de topografie uit het bestand automatisch weer, als startoptie: topodirect=1

18

rev

Achter deze optie kunt u de naam en locatie van een mutatie bestand opgeven.

Bijvoorbeeld:

rev=c:\BrutIS\rev\kolken01.rev

Bij het starten:

  1. opent BrutIS het opgegeven mutatie bestand;
  2. verwerkt BrutIS eventuele eerder geregistreerde mutaties op de gegevens uit de werkbestanden;
  3. Maakt BrutIS de mutatie opties in het menu en in de knoppenbalk beschikbaar en is het bestand gereed van verwerking nieuwe mutaties.

 

Deze optie is niet meer beschikbaar in het startopties venster. De optie is vervangen door startoptie: mutfile. Indien optie rev in een startopties bestand is geregistreerd wordt deze wel gelezen en gebruikt.

19

mutfile

Achter deze optie kunt u de naam en locatie van een mutatie bestand opgeven.

Bijvoorbeeld:

mutfile=c:\BrutIS\rev\kolken01.mut

Bij het starten:

  1. opent BrutIS het opgegeven mutatie bestand;
  2. verwerkt BrutIS eventuele eerder geregistreerde mutaties op de gegevens uit de werkbestanden;

Maakt BrutIS de mutatie opties in het menu en in de knoppenbalk beschikbaar en is het bestand gereed van verwerking nieuwe mutaties.

20

reusenr

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Als deze optie is ingeschakeld kunt u nummers van vervallen knopen en vervallen objecten opnieuw gebruiken.

21

ribdrive

Achter deze optie kunt u een schijf/drive letter opgegeven.

Bijvoorbeeld:

ribdrive=e

BrutIS zoekt beeldmateriaal en meetgegevens op de schijf/drive met de aangegeven letter. Deze optie kunt u gebruiken als u een harddisk met beeldmateriaal op uw computer aansluit en de door uw computer toegewezen driveletter anders is dan in uw werkbestanden.

22

usbdrive

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

BrutIS zoekt beeldmateriaal en meetgegevens op de schijf/drive waarop het programma is gestart. Deze optie kunt u gebruiken als u een harddisk met beeldmateriaal op uw computer aansluit en U daarop het programma BrutIS start. En ook al het beeldmateriaal op deze via deze driveletter beschikbaar is.

23

vlc

Achter deze optie zet u het commando voor het starten van de VLC Media player.

Bijvoorbeeld:

vlc=C:\Program Files\VideoLAN\VLC\vlc.exe

BrutIS start de aangegeven VLC mediaplayer voor de weergave van video bestanden.

24

zip

Achter deze optie zet u het commando voor het starten van het programma om bestanden te zippen.

Voorbeelden:

  • zip=zip.exe
  • zip=C:\Program files\7-zip\7z.exe

BrutIS start het aangegeven zip-programma om bestanden te zippen.

25

zip_options

Achter deze optie zet u de startopties behorende bij het zip-programma.

Voorbeelden:

  • -r (bij zip.exe)
  • a -tzip (bij 7z.exe)

BrutIS gebruikt de aangegeven startopties bij het zip-programma.

26

reset

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

BrutIS zet bij inlezen kolken uit werkbestand alle toestand aspecten, behalve aspect handkolk, op niet geconstateerd.

27

resetvt

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

BrutIS zet bij inlezen kolken uit werkbestand alle voertuig op kolk toestand aspecten, op niet geconstateerd.

28

newcode

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

BrutIS staat het toevoegen van domeinwaarden, zoals: straatnamen, gebieden en nieuwe object: soorten en types, toe.

29

draingps

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Geeft een vaste knoppenbalk met de knoppen die nodig zijn voor de inspectie en reiniging van drainage.

Indien actief krijgt startoptie:

  • vakgebied de waarde 1 (rioleringsbeheer);
  • slowtopo de waarde 1., als slowtopo is 0.;
  • themaweergave knopen is op knooptype.

Start weergave is zonder legenda.

30

meldgps

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Geeft een vaste knoppenbalk met de knoppen die nodig zijn om meldingen/werkzaamheden gemakkelijk af te melden. Deze optie wordt veel gebruikt bij het afmelden van werkzaamheden uit boom veiligheidscontroles.

Indien actief krijgt startoptie:

  • vakgebied de waarde 2 (groenbeheer);
  • slowtopo de waarde 1., als slowtopo is 0.;
  • themaweergave knopen is op knooptype.

Start weergave is zonder legenda.

31

kolkgps

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

BrutIS geeft de speciale knoppenbalk voor Kolkenzuiger registratie weer, start het kolkenregistratie venster en zoekt verbinding met de GPS antenne.

Als vakgebied=1 en en mutfile is leeg, vraagt het programma bij opstart om een mutatiebestand te open.

Bij importeren data uit databank, cloud of werkbestand wordt de data overschreven.

Start weergave is zonder legenda.

32

slibgps

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

BrutIS vult het leidinginspectie venster automatisch met de toestandaspecten van de vorige inspectie.

Voegt knoppen toe aan de knoppenbalk voor de registratie van inspectie en reiniging van drianage en riolering.

Als vakgebied=1 en en mutfile is leeg, vraagt het programma bij opstart om een mutatiebestand te open.

Bij importeren data uit databank, cloud of werkbestand wordt de data overschreven.

Start weergave is zonder legenda.

33

glbinsp

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Voor het wegbeheer.

BrutIS vult het weginspectie venster automatisch met de toestandaspecten van de vorige inspectie. Indien geen vorige inspectie aanwezig met de globale weginspectie toestandaspecten.

Verwijdert knoppen voor het groenbeheer uit de knoppenbalk.

Stelt het paspoort voor de meldingenregistratie in, voor de registratie van het geconstateerde klein onderhoud.

Als vakgebied=2 of 3 en en mutfile is leeg, vraagt het programma bij opstart om een mutatiebestand te open.

34

vta

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Voor de VTA (Virtual Tree Assessment) ofwel BVC (Boom Veiligheid Controle).

Kan alleen worden veranderd al startoptie: glbinsp=0

BrutIS geeft de speciale knoppenbalk voor VTA registratie weer. Stelt het paspoort voor de boomregistratie en meldingen registratie in voor het doen van de VTA.

Als vakgebied=2 of 3 en mutfile is leeg, vraagt het programma bij opstart om een mutatiebestand te open.

Start weergave is zonder legenda.

35

short

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Voor het verkorten van de knopen en leidingen paspoort om de registratie van inspectie en reiniging van drainage en riolering te versimpelen.

36

large

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Maakt de knoppen in de knoppenbalk 2x zo groot en maakt de vensters voor de registratie van kolken en meldingen afmelden groter.

37

keyenable

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Maakt de toetsten: pijltjes,  Enter, Tab en Shift Enter en Tab actief bij het bewerken van paspoorten.

Bij een tablet-pc adviseren wij deze optie niet actief te maken.

38

listenable

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Maakt het automatisch uitklappen van de keuzelijstjes in de paspoorten actief.

39

klikless

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

BrutIS geeft geen waarschuw berichten meer  bij tekenfuncties. Bijvoorbeeld indien strengen niet meer aansluiten op knopen of dat een andere topografie wordt overgenomen.

Voor de ervaren gebruiker om sneller gegevens in te voeren met minder muisklikken.

In de BGT inbox:

Worden verwerkte berichten niet meer in de lijst weergegeven. Wat lucht geeft in de weergave van de niet verwerkte berichten

De knoppen [verwerkt] en [nieuw] registeren direct in de databank. Het is wel belangrijk dat men een verbinding heeft met de databank voordat de inbox wordt opent!!! Hierdoor kan men niet meer vergeten op de [OK] knop te drukken want dat hoeft dan niet meer. Knop [Verwerkt] registreert en knop [Nieuw] verwijdert het bericht uit de databank en staat dan niet meer als verwerkt geregistreerd.

Minder dialogboxen: Geen vraag meer om in BGT map op te slaan en geen vraag meer om straatnaam uit PDPOK te halen.

40

wijzig012

Achter deze optie een 0, 1 of 2

 

0 indien u bij start kolkenregistratie venster een dialoog wil krijgen waarin wordt gevraagd of u het venster in wijzig- of in toevoeg modus wil starten;

1 start het kolkenregistratievenster in wijzig modus. Waardoor bij klikken in het venster kolken worden geselecteerd om te wijzigen. Het venster krijgt een [Toevoeg] knop om kolken toe te voegen.

2 start het kolkenregistratievenster in toevoeg modus. Waardoor bij klikken in het venster een nieuwe kolken wordt geplaatst. Het venster heeft een [Wijzig] knop om kolken te wijzigen.

41

historie

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

BrutIS leest geen historische gegevens van kolken uit werkbestand.

42

special

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

BrutIS geeft knopen met pompen en overstortdrempel met aparte licht blauw gekleurde cirkel en vierkant symbooltjes weer.

43

vuilgraad

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

BrutIS voegt de vervuilingsgraad (L, M, E) toe aan de DXF export van kolken.

44

black

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

BrutIS maakt de achtergrond zwart in plaats van wit en geeft zwarte lijnen wit weer. Deze optie is o.a. nuttig bij gebruik in het donker.

45

slowtopo

Achter deze optie zet u het gewenste inzoomgetal waarbij BrutIS de topografie laat zien. Hoe lager het getal hoe meer u moet inzoomen voordat BrutIS de topografie laat zien.

Bijvoorbeeld:

slowtopo=4.

BrutIS geeft de locatie van de topografie weer met een rechthoekig kader. Pas als u voldoende inzoomt laat BrutIS de topografie zien. Deze optie is handig bij grote topografie bestanden waarbij het enige tijd duurt voordat de gehele topografie is getekend, als deze helemaal is uitgezoomd.

46

matchdis

Achter deze optie zet u een afstand in meters.

Bijvoorbeeld:

matchdis=2.

Standaard is deze afstand 0.81 m. BrutIS gebruikt deze afstand bij diverse functies om knopen en objecten op coördinaat te zoeken.

Als bijvoorbeeld een streng uit topografie wordt toegevoegd, zoekt het programma knopen voor deze strengen op deze afstand. Het kan zijn dat daardoor de coördinaten van knopen worden aangepast op die van de begin- en eind-coördinaten van de  strengen. Startoptie nomove=1 voorkomt dit!

"Zoeken naar kromme leidingen", waarbij BrutIS de ligging van strengen overneemt van lijnen in een DXF bestand. De opgegeven afstand is de maximale afwijking tussen de coördinaten van de lijn uit de DXF en knoop coördinaten van de streng.

"Haal objecten uit DXF", waarbij BrutIS met behulp van deze afstand controleert of een knoop al aanwezig is. Indien knoop al aanwezig koppelt BrutIS de nieuwe streng uit het DXF aan deze bestaande knoop.

47

levensduur

  • Achter deze optie registreert u de gemiddelde levensduur van de rioolstrengen.
  • Bijvoorbeeld:

levensduur=60

BrutIS corrigeert de standaard restlevensduurmodellen met de aangegeven waarde. Standaard zijn de modellen gebaseerd op en restlevensduur van 70 jaar. Bij een waarde van: "60" zet BrutIS een model met de stapjes: "25+20+15+10", om naar: "22+18+12+8".

48

gpsport

Achter deze optie kunt u de code van de poort aangeven waarmee een serieel aangelosten GPS antenne communiceert. Vergeet hierbij niet de dubbele punt achter de poort code. Alleen poort codes van COM1 tot COM9 zijn mogelijk.

Bijvoorbeeld:

gpsport=COM1:

BrutIS leest de NMEA $GPGAA regel die door de GPS antenne is verstuurd.

49

baud

Achter deze optie zet u de te gebruiken baudrate voor de serieele COM poort.

Bijvoorbeeld:

baud=9600

BrutIS stelt de baudrate van de: "gpsport=", COM poort in met de opgegeven waarde. Standaard staat de baudrate op 4800.

50

overlap

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

BrutIS zet de "gpsport=", COM poort op OVERLAPPED toestand. De werking van deze optie is twijfelachtig.

51

location

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

BrutIS gebruikt de Windows Locatie Service om doorlopend op de positie van de GPS sensor ingezoomd te blijven.

52

curl

Achter deze optie zet u het commando voor het starten van CURL.

Bijvoorbeeld:

curl=C:\curl-7.74.0-win64-mingw\bin\curl.exe

CURL is een apart programma waarmee BrutIS berichten met data naar een Internetserver kan versturen. En waarmee BrutIS data van een Internetserver kan ophalen. Het programma CURL wordt dan met een commando-regel vanuit BrutIS gestart.

53

action

Achter deze optie zet u de actie voor de website die u met CURL wil benaderen

"SOAPAction: ACTION_YOU_WANT_TO_CALL" in CURL.

54

cert

De naam van het certificaat bestand (.pme/.crt)

--cert optie in CURL.

Voor het opbouwen van een veilige internet verbinding wordt het berichtenverkeer met de certificaat encrypted. Dit certificaat wordt via het https-protocol verstuurd. Er is een certificaat van de gemeente nodig om via het https-protocol deze mee te verzenden naar de service bus.

 

Met CURL voorziet deze optie in het vullen van de --cert  optie

55

key

De naam van het key bestand (.key/.crt) behorende bij het certificaatbestand.

--key optie in CURL.

Altijd in combinatie met startoptie: cert.

Voor de encryptie is een sleutel nodig. Deze zit in het key-bestand.

 

56

cacert

De naam van het te vertrouwen certificaat bestand.

--cacert optie in CURL.

Voor het opbouwen van de beveiligde verbinding kan het certificaat van der server nodig zijn. Zodat BrutIS de server kan vertrouwen.

57

insecure

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Optie om de certificaat validatie van CURL uit te schakelen

58

endpoint

URL

Het internetadres ofwel URL van de Internet-site (ofwel andere computer) waarmee BrutIS een verbinding moet opbouwen en berichten uitwisselen.

59

bgtadmin

Tekststring van maximaal 34 tekens.

Naam van de ontvangende BGT administratie

60

bgtapp

Tekststring van maximaal 34 tekens.

Naam van de ontvangende BGT applicatie

61

puburl

URL

Het internetadres ofwel URL van de Internet-site van het gemalen ofwel pompen beheersysteem, om vanuit BrutIS te raadplegen.

62

way

Achter deze optie kunt u de naam en locatie van een DXF bestand opgeven.

Bijvoorbeeld:

  • way=c:\BrutIS\dxf\ikwashier.dxf

 

Ook kunt u met deze optie per dag route bestanden maken in geoJSON

Bijvoorbeeld:

way=route%d.jsn

 

Ter plaatse van "%d" zet BrutIS de datum.

 

BrutIS opent het bestand en schrijft de afgelegde route in het bestand in DXF. BrutIS doet dit alleen indien BrutIS contact heeft met een GPS antenne.

 

Indien geoJSON:

maakt BrutIS per dag een nieuw veegbestand aan met de gereden route. Bijvoorbeeld route20160526.jsn, route20150527.jsn, etc…  Met in dit veegbestand om de frq=2000 ( 2 seconden) een waypoint.

 

Ook tekent BrutIS de gereden route op het venster.

 

De gemaakte json veegbestanden bevatten het zogenaamde geoJSON. Deze zijn via menuoptie “Importeren -> DXF of SHP topografie”, importeren waarna BrutIS hiervan SHP bestanden maakt in het mapje waar het json veegbestand staat..  Hierbij vraagt BrutIS of u alleen de geveegde routes wil uitvoeren (alles onder 10 km/u).

63

pdf

Achter deze optie zet u het commando voor het starten van de PDF viewer op uw computer. Bijvoorbeeld:

pdf=C:\Program Files (x86)\PDF Architect\PDF Architect.exe

BrutIS start het aangegeven PDF programma voor de weergave van PDF bestanden.

64

tile

Achter deze optie kunt u een map locatie (adres) opgeven.

BrutIS slaat streetmap bestanden op onder deze map. En laat streetmap tiles afbeelden uit deze map indien aanwezig.

65

discl

Achter deze optie zet u een disclaimer tekst

Bijvoorbeeld:

discl=Aan deze tekening kunnen geen rechten worden ontleent

BrutIS geeft deze tekst in de plot afdrukken weer.

66

aansluit

Achter deze optie zet u een percentage waarbij de waarde: "1." 100 procent is en "0.01" 1 procent.

Bijvoorbeeld:

aansluit=.5

Bij het bepalen van de vervangingskosten gaat BrutIS uit van het opgegeven percentage van de aansluitingen.

67

rbtype

Achter deze optie kunt u een naam van een database opgeven.

Bijvoorbeeld:

  • rbtype=BrutIS
  • rbtype=dhv
  • rbtype=d4a
  • rbtype=gbirio
  • rbtype=gbikenl
  • tbtype=gbidrain
  • rbtype=riob
  • rbtype=xeiz
  • rbtype=hasko
  • rbtype=bs8
  • rbtype=rioview
  • rbtype=viaview
  • rbtype=geovisia
  • rbtype=observ
  • rbtype=intwi

rbtype=views

BrutIS verkent de database allereerst op de opgegeven databasenaam. Deze optie kan nodig zijn indien een database meerdere structuren heeft, waarbij de gewenste structuur als laatste in de zoeklijst van BrutIS staat. Standaard selecteert BrutIS de gegevens uit de eerste bekende structuur in de zoeklijst.

 

68

proxy

Achter deze optie zet u het uit te voeren protocol voor het maken van een internet verbinding via FTP. De protocol moet het formaat: ""://"" hebben. Zoals in onderstaand voorbeeld waarbij ftp_proxy_name de naam is van de FTP proxy en 21 het poortnummer te gebruiken om toegang te krijgen tot de proxy.

Bijvoorbeeld:

proxy=""ftp=ftp://ftp_proxy_name:21""

BrutIS maakt gebruik van het opgegeven protocol bij het maken van een FTP verbinding.

69

sectie

Achter deze optie kunt u een DG-Dialog (verouderd type Grontmij database) rioleringsbeheer sectie code opgeven.

Bijvoorbeeld:

sectie=HA

BrutIS selecteert alleen knopen en strengen uit DG-Dialog geregistreerd onder de opgegeven sectie code en schrijft deze in de werkbestanden. Deze optie is nodig indien de putnummering niet uniek is.

Deze optie wordt niet bij RioGL: gebruikt!

70

letter

Achter deze optie zet u een letter.

Bijvoorbeeld:

letter=A

Bij het automatisch aanmaken van knoopnummers gebruikt BrutIS de opgegeven letter als eerste letter. In het voorbeeld hiernaast dus de letter: "A".

De optie gebruikt BrutIS niet bij het maken van knoopnummers ten behoeve van uitwisselbestanden voor de WIBON. Bij de WIBON is het eerste letter van het putnummer afhankelijk van het WIBON Thema.

71

riovlgnr

Achter deze optie een volgnummer

Bij automatische nummering van knopen wordt vanaf dit nummer gezocht naar het eerste vrije knoopnummer. Bij gebruik van startoptie letter het nummer startend met de letter(s).

72

objvlgnr

Achter deze optie een volgnummer

Bij automatische nummering van objecten wordt vanaf dit nummer gezocht naar het eerste vrije objectnummer. Bij gebruik van startoptie letter het nummer startend met de letter(s).

73

timeout

Achter deze optie kunt u een wachttijd in seconden opgeven.

Bijvoorbeeld:

timeout=60

Het betreft hier een database selectie en verbinding timout waarde. Indien BrutIS de wachttijd overschrijdt stopt BrutIS de selectie of het verbinding maken.

74

idinvg

Achter deze optie plaatst u de vervuilingsgraad van kolken. (1, 2, 3, 4 of 5).

Bijvoorbeeld:

idinvg=5

BrutIS registreert automatisch deze vervuilingsgraad bij de registratie van kolken.

75

revdat

Achter deze optie zet u een datum volgens het formaat: JJJJMMDD

Bijvoorbeeld:

revdat=20240130

De startdatum van een registratie/project.

Bij het registreren van kolken kleurt BrutIS alle kolken en leidingen met een mutatiedatum nieuwer als deze datum als gereinigd/gedaan. Overige kolken en leidingen kleurt BrutIS volgens de datums in het revisiebestand.

76

klicdat

Achter deze optie zet u een datum volgens het formaat: JJJJMMDD

Bijvoorbeeld:

klicdat=20110130

BrutIS laat alleen KLIC graafbericht polygonen, later of gelijk aan deze datum, zien uit SHP bestand met grondroerders informatie.

77

kenteken

Achter deze optie zet u een kentekennummer. Bijvoorbeeld:

kenteken=40-35-JD

BrutIS plaatst dit nummer, als invoerwaarde, in het SHP data mutatievenster

78

send

Achter deze optie zet u de gewenste Internet timeout waarde in milliseconden voor het verzenden van data.

Bijvoorbeeld:

send=60000

Indien na de aangeven periode het verzenden niet is gelukt onderbreekt BrutIS het verzenden en geeft BrutIS de besturing terug aan de gebruiker.

79

receive

Achter deze optie zet u de gewenste Internet timeout waarde in milliseconden voor het ontvangen van data.

Bijvoorbeeld:

receive=60000

Indien na de aangeven periode het ontvangen niet is gelukt onderbreekt BrutIS het ontvangen en geeft BrutIS de besturing terug aan de gebruiker.

80

dimnode

Achter deze optie zet u de gewenste diameter van de knooppunten in het DXF.

Bijvoorbeeld:

dimnode=1.

BrutIS exporteert de knopen naar DXF met de aangegeven diameter. De standaard diameter is 0.8

81

dimtxt1

Achter deze optie zet u de gewenste hoogte van de tekst boven de leiding (afmeting en materiaalsoort).

Bijvoorbeeld:

dimtxt1=1.5

BrutIS exporteert de tekst naar DXF met de aangegeven hoogte. De standaard hoogte is 1.3

82

dimtxt2

Achter deze optie zet u de gewenste hoogte van de tekst onder de leiding (bob peilen).

Bijvoorbeeld:

dimtxt2=1.3

BrutIS exporteert de tekst naar DXF met de aangegeven hoogte. De standaard hoogte is 1.2

83

dimtxt3

Achter deze optie zet u de gewenste hoogte van de knoopnummers.

Bijvoorbeeld:

dimtxt3=2.0

BrutIS exporteert de tekst naar DXF met de aangegeven hoogte. De standaard hoogte is 1.8

84

dx

Achter deze optie zet u een waarde in meters.

BrutIS verplaatst de uit de GPS berekende X coördinaat met de aangegeven waarde.

85

dy

Achter deze optie zet u een waarde in meters.

BrutIS verplaatst de uit de GPS berekende Y coördinaat met de aangegeven waarde.

86

dijkstra

Achter deze optie zet u een waarde in meters.

Standaard de waarde: 1000 meter.

Maximum zoek radius. Alleen knopen binnen de radius komen in aanmerking bij het zoeken van de kortste afstand , om via strengen van knoop A naar B te komen.

87

finman

Achter deze optie zet u een vervangende waarde voor het minimum jaar bij een vervangingsjaar bandbreedte.

Bijvoorbeeld:

finman=1

Voor het wegbeheer: BrutIS vervangt het minimum jaar van een planjaar bandbreedte indien dit minimumjaar groter is dan de aangegeven waarde. Indien bandbreedte is binnen 5 en 10 jaar uit te voeren dan wordt dit tussen de 1 en 10 jaar uit te voeren. Deze mutatie voert BrutIS alleen uit bij cyclische maatregelen in een meerjarenbegroting en waar verdeling van bedragen is toegestaan.

88

nxtyear

Achter deze optie zet u een hoeveelheid jaren.

Standaard de waarde 1, wat betekent dat de begroting een jaar later dan het huidige jaar start. Gebruik de waarde 0 om de begroting het huidige jaar te starten.

89

batchmode

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen. BrutIS verwacht deze optie samen met de optie: "datasource=" en indien bij de database gebruikersnaam en wachtwoord vereist zijn, tevens: "username=" en "password=".

BrutIS maakt automatisch verbinding met de database, selecteert de data, schrijft deze gegevens in de werkbestanden en sluit de verbinding af.

90

dghyd

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

BrutIS plaatst de DG-Dialog compartiment code achter de knoopnummers. Alleen bij BrutIS programma's die niet standaard de sectiecode voor het knoopnummer plaatsen.

91

pasvftp

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

BrutIS gebruikt passive FTP semantics

92

nowrap

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Bij nowrap worden de knoppen verdeeld over meerdere regels in de knoppenbalk. Indien niet actief staan alle knoppen op 1 regel.

93

stripnull

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

BrutIS verwijdert voorloop nullen van knoopnummers bij het lezen van SUFRIB inspectie bestanden. GEBRUIK DEZE OPTIE NIET INDIEN U (REVISIE) GEGEVENS IN DE DATABASE WILT DOORVOEREN!

94

spurename

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Voor het rioleringsbeheer:

BrutIS verandert de knoopfunctie automatisch naar overstort of pompput indien er een pomp of overstortdrempel aanwezig

95

dxf2sty

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Bij "Objecten uit DXF halen" is de laagnaam van het DXF object het stelseltype (ofwel type afvoer). Standaard neemt BrutIS "strengfunctie" over uit de laagnaam.

96

norem

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Geen weergave van kolk opmerkingen in het grafische venster.

97

noblock

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

BrutIS geeft INSERT (of AutoCAD BLOCK) gegevens niet weer bij de weergave van de topografie.

98

dispspu

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

BrutIS geeft het knooptype of beheergroep code weer in plaats van het knoopnummer

99

dispnode

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

BrutIS geeft altijd het knoopnummer weer.

100

dispgully

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Bij waarde 1 geeft BrutIS na opstart kolken weer.

101

displateral

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Bij waarde 1 geeft BrutIS na opstart de secundaire riolering weer. Dit is op het primaire riool aansluitende riool.

102

peil

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

BrutIS exporteert verzamelde peilmaten naar het werkbestand en kan daarna deze peilmaten per knoop in de treeview tonen. Het betreffen peilmaten van putbodems en binnenonderkantbuis aangesloten op de knopen.

103

insrdtab

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

BrutIS autoriseren om in een database waar een concurrerende  tabelstructuur aanwezig is, de BrutIS tabellen te installeren.

104

autonum

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

BrutIS vraagt niet meer om knoopnummers indien een leiding volgens een polylijn is toegevoegd. Standaard vraagt BrutIS wel naar knoopnummers.

105

norepeat

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

BrutIS repeteert de menuopties Zoom In, Zoom Out en Verplaats functies niet. Vergelijkbaar met het opstarten van BrutIS met GPS antenne.

106

sumcatch

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Voor het importeren van verhardoppervlak gegevens reset BrutIS de bestaande gegeevns niet naar de waarde: 0, waardoor BrutIS het verhard oppervlak bij de bestaande aantallen optelt.

107

markpoly

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

In de treeview markeert BrutIS de wegvakken of leidingen met grafische informatie. Standaard markeert BrutIS wegvakken of leidingen met inspectiegegevens.

108

rbcheck

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Bij selectie uit de databank controleert BrutIS het aantal, in de database aan inspectie gekoppelde: objecten, toestandsaspecten en afbeeldingen en corrigeert deze in inspectietabellen.

1-9

nocodes

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Het importeren van straatnamen en gebiedsnamen is uitgezet. Niet meer mogelijk.

110

begend

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

BrutIS geeft geen waarschuwing meer als de begin en/of eindpunt coördinaten van de streng niet overeenkomen met de coördinaten van de knopen van de streng.

111

async

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

BrutIS voert FTP opdrachten asynchroon uit. BrutIS geeft de status van het exporteren en importeren naar een internet adres in een apart venster weer. Standaard voert BrutIS FTP opdrachten synchroon uit.

112

mvhsnap

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

BrutIS muteert, via snappen, de maaiveldhoogte van een knoop met de Z waarde van een cirkel middelpunt of GPS positie.

113

txtlv

Achter deze optie zet u de teksthoogte in pixels voor de paspoorten.

Paspoort tekst hoogte. Standaard: 10 pixels

114

txtdef

Achter deze optie zet u de teksthoogte in pixels voor de legenda.

Legenda tekst hoogte. Standaard: 10 pixels

115

txtadr

Achter deze optie zet u de teksthoogte in pixels voor de adres teksten.

Adres tekst hoogte. Standaard: 10 pixels

116

txtnod

Achter deze optie zet u de teksthoogte in pixels voor de knoopnummers.

Knoopnummer en beheergroep code tekst hoogte. Standaard: 10 pixels

117

txtstr

Achter deze optie zet u de teksthoogte in pixels voor de afmetingen en peilen.

Teksthoogte van afmetingen en peilen. Standaard: 9 pixels

118

txtdxf

Achter deze optie zet u de teksthoogte in pixels voor teksten in de topografie.

Teksthoogte van topografie tekst. Standaard: 10 pixels

119

legenda

Achter deze optie zet u de breedte van de legenda in pixels.

De legenda is standaard 300 pixels breed.

120

nodethema

Achter deze optie kunt u een nummer uit onderstaande lijst opgeven:

·         1: knooptype

·         2: maaiveldhoogte

·         3: putdekseltype

·         4: stroomprofieltype

·         5: constructietype

·         6: herkomst coördinaten

·         7: herkomst maaiveldhoogte

·         22: revisie/mutatie status

·         27: wibon thema

·         30: eigenschap A

·         31: eigenschap B

·         32: eigenschap C

·         33: eigenschap D

·         34: eigenschap E

·         35: eigenschap F

·         36: eigenschap G

·         37: eigenschap H

·         38: eigenschap I

·         39: eigenschap J

·         42: gebied

·         43: leverancier

·         44: eigenaar

·         45: beheerder

·         46: status functioneren

 

Bijvoorbeeld:

nodethema=1

BrutIS start op met een weergave van de knopen volgens het aangegeven thema. De kleur en dikte kunt u instellen via: beeld -> weergave opties. Tabblad: “Knopen”, knop: [Kleuren en Klassen]

 

Zonder deze optie:

  • Bij openen mutatiebestand bij opstart, wordt de revisie/mutatie status weergegeven
  • Zonder mutatiebestand, of andere waarde dan hiernaast weergeven geeft BrutIS het knooptype weer (bij groenbeheer: de beheergroep).

121

linethema

Achter deze optie kunt u een nummer uit onderstaande lijst opgeven:

·         1: maatregelprogramma

·         2: afmetingen

·         3: vorm/profiel

·         4: diepte

·         5: materiaal

·         6: stelseltype

·         7: streng functie

·         8: bergingsverlies

·         9: inspectie

·         10: jaar van aanleg

·         11: verhardingstype

·         12: inrichting type boven de leiding

·         13: fundatie type

·         14: grondsoort

·         15: bemalingsgebied

·         16: plaatsnaam

·         17: inspectiejaar

·         18: jaar van vervanging

·         22: revisie status

·         23: eigen beoordeling

·         24: beslismodel

 

Bijvoorbeeld:

linethema=1

BrutIS start op met een weergave van de strengen volgens het aangegeven thema. De kleur en dikte kunt u instellen via: beeld -> weergave opties. Tabblad: “Strengen”, knop: [Kleuren en Klassen].

 

Zonder deze optie. Of andere waarde dan hiernaast weergeven geeft BrutIS het “afvoertype” van de strengen weer.

123

objectthema

Achter deze optie kunt u een nummer uit onderstaande lijst opgeven:

·         1: maatregelprogramma

·         2: maatregelprogramma wegbeheer

·         8: beheergroep

·         9: inspectie

·         10: jaar van aanleg

·         11: weg verharding type

·         12: plan thema

·         18: jaar van vervanging

·         24: beslismodel wegbeheer

·         30: eigenschap A

·         31: eigenschap B

·         32: eigenschap C

·         33: eigenschap D

·         34: eigenschap E

·         35: eigenschap F

·         36: eigenschap G

·         37: eigenschap H

·         38: eigenschap I

·         39: eigenschap J

·         40: functie

·         41: type

·         42: gebied

·         43: leverancier

·         44: eigenaar

·         45: beheerder

·         46: status functioneren

·         47: Weg onderdeeltype

·         48: Weg verharding soort

·         49: Weg type

·         50: Weg functie

·         51: Weg constructie

·         52: Weg voegconstructie

·         53: Groen standplaatstype

·         54: Groen boomtype

·         55: Groen kroonafmeting klasse

·         56: Groen stamafmeting klasse

·         57: Groen hoogte klasse

·         58: Meubilair type mast

·         59: Meubilair fabrikant

·         60: Meubilair ontwerp

·         61: Meubilair materiaal

·         62: meubilair: type armatuur

·         63: meubilair type lamp

·         64: meubilair type dimmer

·         65: meubilair type starter

·         66: meubilair type voorschakel apparaat

·         67: bord type

·         68: bebording type bevestiging

·         69: bebording: type reflectie

·         70 kunstwerk type

·         71: kunstwerkonderdeel type

·         72: water type

·         73: wateronderdeel type

·         74: melding onderdeel type

·         75: melding type gebrek

·         76: melding gebrek

·         77: melding gevolg

·         78: melding maatregel

·         79: melding urgentie

·         80: mutatie thema

·         81:afstroom type inloop

·         82 afstroom type oppervlak

 

Bijvoorbeeld:

objectthema=11

BrutIS start op met een weergave van de objecten volgens het aangegeven thema. De kleur en dikte kunt u instellen via: beeld -> weergave opties. Tabbladen: “Objecten”, “bomen”, “wegvakonderdelen”, knop: [Kleuren en Klassen]

 

Zonder deze optie:

Bij openen mutatiebestand bij opstart, wordt de revisie/mutatie status weergegeven

Zonder mutatiebestand, of andere waarde dan hiernaast weergeven geeft BrutIS bij wegbeheer het verhardingstype weer en bij de overige vakdisciplines de beheergroepen.

124

fixpix

Achter deze optie voert u de gewenste pixel hoogte in voor de weergave van bitmaps uit het bmpmap mapje.

Bijvoorbeeld:

fixpix=14

Minimaal een hoogte van 6 pixels opgeven. Bij kleinere hoogtes geeft BrutIS de bitmaps weer met de werkelijke pixelhoogte.

125

minpix

Achter deze optie voert u de minimale pixel hoogte in voor de weergave van topografie object punten.

Bijvoorbeeld:

minpix=1

Minimaal een hoogte van 6 pixels opgeven. Maximum hoogte van de object punten zijn 10 pixels.

126

noaddnmk

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

BrutIS staat het toevoegengen van nieuwe straatnamen niet toe.

127

online

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

BrutIS slaat de weergave van het welkom venster over en geeft direct de kaartdata weer uit het beschikbare werkbestand.

128

tbbestand

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

BrutIS geeft bij opstart de knopen van de functiegroep: "Bestand", weer.

129

tbbeeld

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

BrutIS geeft bij opstart de knopen van de functiegroep: "Beeld", weer.

130

tbraadplegen

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

BrutIS geeft bij opstart de knopen van de functiegroep: "Raadplegen", weer.

131

tbselecteren

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

BrutIS geeft bij opstart de knopen van de functiegroep: "Selecteren", weer.

132

tbtoepassing

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

BrutIS geeft bij opstart de knopen van de functiegroep: "Toepassingen", weer.

133

tbplanning

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

BrutIS geeft bij opstart de knopen van de functiegroep: "Planning", weer.

134

tbtoevoegen

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

BrutIS geeft bij opstart de knopen van de functiegroep: "Toevoegen", weer.

135

tbwijzigen

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

BrutIS geeft bij opstart de knopen van de functiegroep: "Wijzigen", weer.

136

tbverwijder

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

BrutIS geeft bij opstart de knopen van de functiegroep: "Verwijderen", weer.

137

tbinspectie

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

BrutIS geeft bij opstart de knopen van de functiegroep: "Reiniging en Inspectie", weer.

138

video

Achter deze optie  voert u de extensie van de gebruikte videobestanden (inclusief punt).

Bijvoorbeeld:

video=.mpg

Vaak is de extensie van de videobestanden niet in in het RIB opgegeven. Bij het zoeken naar videobestanden, voor weergave met de mediaplayer, zet BrutIS deze extensie achter de videonaam.

139

topolab

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Om sneller in en uit te zoomen op een kaart met veel topografie en objecten. Door de kaart in het achtergrondgeheugen te tekenen en als een bitmap op scherm te presenteren. Zo zoomt men in op de bitmap. En wordt na inzoomen de nieuwe bitmap weergegeven zodra deze gereed is. Op deze wijze kan men snel in- en uitzoomen zonder afhankelijk te zijn van de tekensnelheid van de kaart.

140

topodirect

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Standaard staat deze optie aan. De achtergrond topografie uit SHP-, GML- en DXF-Bestand wordt bij opstart direct weergegeven. Als de optie niet actief is wordt de topografie pas weergegeven als deze in de topografie balk is aangevinkt.

141

display_dev

Achter de optie voert u de gewenste display device name in.

BrutIS gebruikt de aangegeven display device om de interface weer te geven. Via menuoptie: Info -> Computer informatie, krijgt u een overzicht van beschikbare display devices.

142

checkdate

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Alle mutatiedatums van objecten, knopen en strengen krijgen bij inlezen de datum van vandaag.

143

checkdata

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Standaard staat deze optie aan. En worden bij inlezen data uit werkbestand gegevens gecontroleerd, zoals op unieke nummering van knopen en objecten. Deze controle kan bij veel knopen en objecten veel tijd kosten en dan kan men overwegen deze optie uit te zetten om sneller op te starten.

144

cleanup

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

BrutIS maakt na inlezen data uit werkbestand de domeinwaarden uniek als blijkt dat deze dubbel zijn. En verwijderd blanco domeinwaarden.

Deze optie wordt automatisch aangezet als het er te weinig geheugen is om domeinwaarden in te lezen.

145

maxmem

Een getal om een maximum aantal op te geven

Hiermee geeft u het maximaal aantal te importeren domeinwaarden aan. Op basis van dit getal wordt het hoeveelheid geheugen daarvoor gereserveerd.

146

kleuren

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Bij opstart wordt alle vlak geometrie gekleurd.

147

plottitle

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Standaard staat deze optie aan. En wordt de titel en schaal op plots weergegeven

148

noordpijl

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Zorgt voor de weergave van de noordpijl in de legenda van de plot. Optie kan er van de oorzaak zijn dat foto’s niet meer op plots worden weergegeven..

149

punten

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Standaard staat deze optie aan. Topografie punten uit GML-, SHP- of DXF-Bestanden worden weergeven.

150

bitmaps

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Standaard staat deze optie aan. Bij opstart worden bitmaps van objecten en knopen weergegeven.

151

wms

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Standaard staat deze optie aan. Bij opstart staat het ophalen en weergaven van Web Map Service achtergrondkaarten aan. Als het programma traag start kan dit veroorzaakt worden doordat deze optie aan staat en het downloaden van achtergrondkaarten niet is toegestaan. Het programma wacht dan op een timeout om verder te gaan. Dus uit als er geen rechten zijn om te downloaden van het Internet.

152

pdoktile

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Deze optie is alleen actief bij gebruik in Nederlandstalige versies, waarbij men kaarten van PDOK gebruikt. Het ophalen van PDOK tiles met de BGT topografie kan erg traag verlopen. Als de optie actief is gebruikt het programma deze tiles als er geen WMS achtergrondkaarten in het WMS venster zijn aangevinkt. Als de optie niet actief is wordt streetmap gebruikt voor achtergrondkaarten.

153

expguid

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Zorgt ervoor dat bij export van topografie naar SHP-Bestand ook de GUID van topografie wordt opgeslagen, naast de laagnaam (Layer).

154

einddatum

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Standaard staat deze optie aan. Alleen actuele topografie wordt geladen uit de BGT.  Als de optie uitstaat wordt ook de oude topografie geladen en kan het programma deze ook weergegeven.

155

arcgraad

Achter deze optie een getal groter dan 0.

Bij inlezen van een boog of cirkel topografie wil BrutIS deze omzetten naar lijnen, omdat het programma geen boogstralen kan weergeven. Deze factor bepaald om hoeveel graden in een boog een coördinaat geplaatst gaat worden voor deze lijnen. Bij waarde 4 (de standaard waarde) wordt dit gedaan om de 4 graden. Bij waarde 2 is de ervaring dat teveel coördinaten worden gemaakt waardoor het omzetten niet meer efficiënt is.

156

bgtberichten

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Standaard staat deze optie aan. Zorgt ervoor dat geïmporteerde topografie wordt gekoppeld aan objecten, knopen en strengen.

157

replnr

Achter deze optie een getal groter dan 0 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Bepaalt hoeveel geheugen zal worden gereserveerd voor de registratie oud- en nieuw-nummer van knopen en objecten. Als geheugen beschikbaar wordt bij importeren van knopen en objecten bepaalt of het nummer al in gebruik is bij een bestaande knoop of object. Als de coördinaten niet meer afwijken dan 1 meter, wordt de toevoeging omgezet naar een update opdracht om de gegevens van bestaande knoop of object te vervangen met de nieuwe data. Als meer dan 1 meter afstand en er is geheugen voor de opslag van oud en nieuw nummer wordt er een nieuw nummer voor de toe te voegen knoop of object bepaalt en wordt knoop of object alsnog toegevoegd.

158

noinspdir

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Bij het opslaan van inspectiedata in een werkbestand worden inspecties niet opgeslagen als er een recenter ingelezen inspectiebestand is met dezelfde naam. Normaliter doet ook de locatie ofwel het pad naar het bestand mee in de bepaling of een bestand een identieke naam heeft.

159

sqllog

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Deze optie werkt alleen bij OCI (Oracle Call Interface) versies. Een venster wordt opgestart waarin alle SQL-opdrachten van het programma naar de databank wordt weergeven. Het venster geeft ook SQL foutmeldingen weer.

160

vakgebied

Achter deze optie het getal: 1, 2 of 3.

Het vakgebied waarmee zal worden opgestart. Het vakgebied bepaald welk menu en knoppenbalk zichtbaar is:

  1. Rioleringsbeheer of stedelijkwaterbeheer
  2. Beheer van objecten, groen, bomen
  3. Beheer van wegvakonderdelen, verhardingen, masten en borden.

161

starttab

Achter deze optie het getal; 1, 2, 3 of 4

Het tabblad waarmee het welkom venster opstart:

  1. Directory
  2. Bestand
  3. Databank
  4. Cloud / Internetserver

162

vlootnr

Achter deze optie een client code van het voertuig of de computer waarmee data wordt geregistreerd

Deze optie werkt alleen bij speciale versies waarin een communicatie met een Cloud/Internetserver is ingesteld. Een Cloud/Internetserver waarop men de projecten beheerd. En waar vandaan de client projectbestanden (waaronder werkbestanden) download en mutatiebestand upload.

163

score

  • Achter deze optie zet u de minimale kwaliteitsscore waarbij een rioolstreng persoonlijke beoordeling behoeft.
  • Bijvoorbeeld:

score=200

Bij het maken van een beoordelingsadvies voor rioolstrengen berekent BrutIS het kwaliteitscore getal van een streng. Indien de score hoger is dan de aangegeven waarde en de ingrijp- of waarschuwmaatstaf niet is bereikt, geeft BrutIS het advies de schadebeelden in de rioolstreng in de gaten te houden. Standaard hanteert BrutIS een minimum score van 150.

164

replen

Een leidinglengte percentage tussen 1 en 99 %

De leidinglengte percentage van de ingrijpschade, waarop rioolstrengen met onbekende kwaliteitsklasse, moeten worden gerepareerd of geheel vervangen/gerenoveerd. Als percentage minder dan repareren. Als groter of gelijk vervangen

De standaard waarde is 12 %..

165

replen_ap

Een leidinglengte percentage tussen 1 en 99 %

De leidinglengte percentage van de ingrijpschade, waarop rioolstrengen met A+ kwaliteitsklasse, moeten worden gerepareerd of geheel vervangen/gerenoveerd. Als percentage minder dan repareren. Als groter of gelijk vervangen

De standaard waarde is 12 %..

166

replen_a

Een leidinglengte percentage tussen 1 en 99 %

De leidinglengte percentage van de ingrijpschade, waarop rioolstrengen met A kwaliteitsklasse, moeten worden gerepareerd of geheel vervangen/gerenoveerd. Als percentage minder dan repareren. Als groter of gelijk vervangen

De standaard waarde is 12 %..

167

replen_b

Een leidinglengte percentage tussen 1 en 99 %

De leidinglengte percentage van de ingrijpschade, waarop rioolstrengen met B kwaliteitsklasse, moeten worden gerepareerd of geheel vervangen/gerenoveerd. Als percentage minder dan repareren. Als groter of gelijk vervangen

De standaard waarde is 12 %..

168

replen_c

Een leidinglengte percentage tussen 1 en 99 %

De leidinglengte percentage van de ingrijpschade, waarop rioolstrengen met C kwaliteitsklasse, moeten worden gerepareerd of geheel vervangen/gerenoveerd. Als percentage minder dan repareren. Als groter of gelijk vervangen

De standaard waarde is 12 %..

169

replen_d

Een leidinglengte percentage tussen 1 en 99 %

De leidinglengte percentage van de ingrijpschade, waarop rioolstrengen met D kwaliteitsklasse, moeten worden gerepareerd of geheel vervangen/gerenoveerd. Als percentage minder dan repareren. Als groter of gelijk vervangen

De standaard waarde is 12 %..

170

vlcfactor

Een factor waarmee de video tellerstand wordt verbeterd.

factor waarmee de geregistreerde video tellerstand moet worden vermenigvuldigd om correct op te starten op het geselecteerde toestand aspect. Standaard heeft deze factor de waarde 1.

Als de tellerstand correct is heeft deze factor de waarde 1. Als tellerstand te vroeg een waarde hoger dan 1. Als te laat dan lager dan 1 invoeren.

171

extrageomdia

Een leiding buiten diameter in meters.

Toepassing voor het maken van een Informatie Model Kabels en Leidingen (IMKL).  ten behoeve van de Wet Informatie Bovengrondse en Ondergrondse Netwerken (WIBON).

Leidingen met een buiten diameter groter dan de aangegeven waarde krijgen extra geometrie uitgevoerd in het Informatie Model Kabels en Leidingen (IMKL). Bij leidingen met een kleinere of gelijke buitendiameter wordt geen extra geometrie uitgevoerd.

De extrageometrie geeft de buiten contour aan van de leiding. Zodat de grondroerder een juiste inschatting kan maken van de omvang van de leiding.

172

klicdiepte

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Standaard staat deze optie aan om ook in het IMKL objecten uit te voeren om de afstand weer te geven vanaf het maaiveld tot de bovenkant van kabel of leiding, leidingcontainer, leidingelement of containerleidingelement..

Toepassing voor het maken van een Informatie Model Kabels en Leidingen (IMKL).  ten behoeve van de Wet Informatie Bovengrondse en Ondergrondse Netwerken (WIBON).

173

bronhouder

Bronhouder nummer. De bronhoudercode voor de WIBON, zonder GM voorvoegsel

BrutIS wordt bij een aantal gebruikers geleverd met de mogelijkheid voor verschillende bronhouders het IMKL te maken voor de WIBON.

174

expribguid

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Standaard staat deze optie aan om het leiding GUID als unieke identificatie naar het RioolInspectieBestand RIBX uit te voeren en naar het GWSW TTL.

Als optie is uitgeschakeld wordt een unieke code uitgevoerd op basis van de knoopnummers en het strengnummer.

175

nomove

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Knoop en Object coördinaten worden niet veranderd op basis van import van geometrie van bij-objecten en waarnemingen, zoals: leidingen , kolken en inspecties.

Bij uitvoer naar DXF plaatst BrutIS het knoopnummer op de knoop coördinaat in plaats van lege hoek.

176

kous

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Voor het rioleringsbeheer:

BrutIS gaat in alle kostenberekeningen uit van renovatiekosten in plaats van vervangingskosten. Dus ook in de meerjarenbegroting.

Voorwaarde is dat de streng is geïnspecteerd, gefundeerd en nauwelijks gedeformeerd, radiaal verplaatst of een lokale verdieping in waterstand heeft.

Zie: Richtlijnen voor advisering maatregel relining!

177

instnaam

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Voor het rioleringsbeheer:

BrutIS geeft bij installaties de naam van de installatie weer in plaats van het knoopnummer.

178

dubbel

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Voor het rioleringsbeheer:

Bij dubbele knoopnummers, zoals vaak uit DG Dialog zoekt BrutIS op basis van de kleinste afstand welke knopen bij de streng horen.

Maak deze optie actief indien strengen kriskras door het venster lopen en de bron DG Dialog is.

179

nobxa

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Voor het rioleringsbeheer:

BrutIS importeert met deze optie geen meetgevens uit RIBX of uit RMB bestanden bij het RIB bestand.

180

karlabel

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Voor het rioleringsbeheer:

Bij het weergeven van geselecteerde toestandaspecten geeft BrutIS de bijbehorende karakterisering weer in plaats van de classificering (klasse).

181

ribkas

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Voor het rioleringsbeheer:

Indien streng in RIB niet is gevonden zoekt BrutIS opnieuw maar dan zonder de eerste 2 tekens inclusief het streepje in het knoopnummer. Bijvoorbeeld: In plaats van "KA-1567" in het RIB zoekt BrutIS op "1567".

182

ontwerp

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Voor het rioleringsbeheer:

In plaats van de actuele peilen selecteert BrutIS de ontwerp peilen uit de databanken van GBI, XEIZ, DHV, en DG-Dialog.

183

wrap

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Voor het rioleringsbeheer:

Aspecten die voorbij de strenglengte zijn gemeten worden op het eindpunt van de streng geplaatst. Indien wrap=0 wordt de lokatie van het toestandaspect geextrapoleerd naar een positie voorbij de strenglengte.

184

exclbput

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

voor het uitvoeren van bergingsberekening zonder de berging in putten. Berging in strengen wordt dan berekend over de gehele strenglengte.

185

offset

Achter deze optie zet u de gewenste breedte van de streng in de SHP export. Bijvoorbeeld:

offset=10.

Voor het rioleringsbeheer:

Bij exporteren strengen naar SHP-Bestand, exporteert BrutIS ter plaatse van de streng een strook (vlak geometrie) over het hart van de streng met de aangegeven breedte.

186

dbtype

Achter deze optie zet u de het databanktype uit de keuzelijst.

Kies uit de lijst het type databank waarmee verbinding wordt gemaakt:

  • Oracle
  • PostGreSQL
  • MSAccess
  • SQL Server

Indien niet uit de ODBC driver naam is te halen om wat voor databanktype het betreft en er is geen dbtype aangegeven, kan BrutIS een waarschuwvenster geven met de melding dat het databank type onbekend is.

187

driver

Achter deze optie zet u de naam van de ODBC driver

Nodig als geen datasource/ ODBC Bronnaam beschikbaar is.

Bij gebruik van Oracle en PostGreSQL is invullen van deze optie nodig:

  • Oracle ook startoptie: tnsname, invullen
  • PostGreSQL ook de startopties: database, server en dbport invullen

188

tnsname

Achter deze optie zet u de naam van Oracle tnsname

Nodig als geen datasource/ ODBC Bronnaam beschikbaar is.

De tnsname is te vinden in het bestand: tnsnames.ora, onder de ORACLE_HOME map.

Bij Oracle ook startoptie: driver, invullen

189

server

Achter deze optie zet u de naam van de databank server

Nodig als geen datasource/ ODBC Bronnaam beschikbaar is.

Bij gebruik van SQL-Server en PostgreSQL achter deze optie de databank server naam invullen.

190

dbport

Achter deze optie zet u een poort nummer.

Nodig als geen datasource/ ODBC Bronnaam beschikbaar is.

Bij gebruik van PostGreSQL. Standaard poortnummer voor PostGreSQL  is: 5432

191

database

Achter deze optie zet u de naam van de databank

Nodig als geen datasource/ ODBC Bronnaam beschikbaar is.

Bij gebruik van SQL-Server en PostgreSQL achter deze optie de databank naam.

182

encrypt

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Optie bij SQL-Server om de communicatie met de databank te versleutelen, op basis van het certificaat van de SQL-Server.

193

datasource

Achter deze optie zet u de ODBC Bronnaam, indien beschikbaar

Als gebruik wordt gemaakt van een ODBC Bronnaam, hoeven bovenstaande databank opties niet te worden aangegeven. Alles is dan geconfigureerd onder de bronnaam in de ODBC Administratie.

194

cloudurl

Achter deze optie zet u een URL voor de Clous-service

Opslag van de Cloud service URL. Dit is de URL voor het maken van een verbinding met de BrutIS revisie service in het Welkom venster, tabblad: Protocol: HTTP(S), cloud , etc.

195

username

De gebruikersnaam

De gebruikersnaam om toegang te krijgen toto de databank, Cloud-service of opvragen token bij een API.

196

password

Het wachtwoord

Het wachtwoord behorende bij de gebruikersnaam. Het wachtwoord wordt versleuteld opgeslagen en is dus alleen beschikbaar voor degene die deze heeft ingevoerd.

197

owner

De tabel eigenaar naam

De naam (gebruikersnaam of schemanaam) waaronder tabellen zijn geïnstalleerd, waarvan de gebruiker rechten heeft gekregen. BrutIS past deze toe bij het maken van SQL op oude Antea Group (GBI) en DHV beheer databanken.

198

stad

De naam van stad of dorp

Standaard vulling van de aspecten: AAN, CAN, EAN, GAN, QAN in het inspectiebestand als naam van stad of dorp onbekend is.

199

obsurv

Het getal 1 , 2 of 3

Alleen bij versie met functie om GWSW TTL om te zetten naar mutatiebestand. Code die aangeeft of het “/” forward slash teken in het knoopnummer moet worden omgezet:

  1. Vervang “/” door streepje
  2. Verwijder “/”
  3. Verwijder “/” en alles daarvoor

Aanleiding is dat in Obsurv knoopnummers soms niet uniek zijn en het soms nodig is de groepnaam voor het knoopnummer te plakken, met in het TTL een “/” als scheidingsteken.

200

oudeprijzen

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Voor het aanzetten van maatwerk tabellen met eenheidsprijzen. Als uitgeschakeld worden de standaard eenheidsprijzen gebruikt.

201

hondenhok

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Bij verplaatsen van knopen wordt gecontroleerd of knoop op streng wordt geplaatst, waarna het programma vraagt of het een tussenput ofwel hondenhok put betreft. Dit is een put die de streng splitst. Deze optie heet hondenhok omdat deze (overzet)putten op een hondenhok lijken.

202

dwacalc

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Standaard staat deze optie aan om bij opstart het drinkwaterverbruik per knoop te bereken als het werkbestand adressen bevat met drinkwaterverbruik informatie. Het opstarten kan hierdoor langer duren waardoor het mogelijk is gemaakt deze berekening bij opstart uit te zetten. Onder het toepassingen menu kan men deze berekening ook starten.

203

samenvoeg

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Standaard staat deze optie aan om bij importeren inspectiegegevens de inspecties op dezelfde leiding samen te voegen tot 1 inspectie. Op deze wijze worden zogenaamde tegeninspecties toegevoegd aan de eerste inspectie van de leiding. Op deze wijze wordt alle inspectie informatie benut bij het beoordelen en plannen van maatregelen, want daarbij wordt alleen de meest actuele inspectie gebruikt.

204

stortbonnen

Een getal om een maximum aantal op te geven

Hiermee geeft u het maximaal aantal te importeren stortbonnen, uit RIBX inspectie- en reinigingsbestanden aan. Op basis van dit getal wordt het hoeveelheid geheugen daarvoor gereserveerd.

205

calamiteiten

Een getal om een maximum aantal op te geven

Hiermee geeft u het maximaal aantal te importeren calamiteiten, uit RIBX inspectie- en reinigingsbestanden aan. Op basis van dit getal wordt het hoeveelheid geheugen daarvoor gereserveerd.

206

stagnaties

Een getal om een maximum aantal op te geven

Hiermee geeft u het maximaal aantal te importeren stagnaties, uit RIBX inspectie- en reinigingsbestanden aan. Op basis van dit getal wordt het hoeveelheid geheugen daarvoor gereserveerd.

207

gbistd

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Voor selectie gegevens uit GBI6 databanken. BrutIS gebruikt de kolomnamen die beginnen met de letters: STD_ , om zoveel mogelijk de GWSW domeinwaarden uit GBI6 over te nemen.

208

gbiaansl

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Voor de selectie van de aansluitleidingen uit GBI6

209

gbiinsp

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Voor selectie van de inspecties uit GBI6

210

gbicat

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Voor selectie van de categorie informatie uit GBI6. Vanaf GBI versie 6.3 deze startoptie uitschakelen: gbicat=0, want in deze versie is deze informatie niet beschikbaar en werkt het SQL niet meer.

211

dagrapport

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Voor de versies met dagrapportage functies, zet u de weergave van de “kolken dag rapportage legenda” aan bij het selecteren op een inspectie datum in het kolkenfilter venster

212

wfstype

Achter deze optie een nummer uit onderstaande lijst:

  • 10: objecten
  • 11: bomen
  • 3: masten
  • 31: armaturen
  • 32: borden
  • 51: populaties
  • 66: installaties
  • 5: wegvakonderdelen
  • 6: wateronderdelen
  • 2: kunstwerkonderdelen
  • 8: knopen
  • 25: kolken
  • 7: Leidingen
  • 61: pompen
  • 62: afsluiters
  • 63: sensoren
  • 64: overlaten
  • 65: doorlaten
  • 41: meldingen

Het bij startoptie: wfsurl, in te lezen type object.

213

wfs2type

Zie startoptie: wfstype

Het bij startoptie: wfs2url, in te lezen type object.

214

wfs3type

Zie startoptie: wfstype

Het bij startoptie: wfs3url, in te lezen type object.

215

wfs4type

Zie startoptie: wfstype

Het bij startoptie: wfs4url, in te lezen type object.

216

wfs5type

Zie startoptie: wfstype

Het bij startoptie: wfs5url, in te lezen type object.

217

wfsurl

Een URL om data op te halen van een service

Het eerste URL om data op te halen van een service. Kies het type object waar naartoe de data van de service moet worden omgezet achter startoptie: wfstype.

218

wfs2url

Een URL om data op te halen van een service

De tweede URL om data op te halen van een service. Kies het type object waar naartoe de data van de service moet worden omgezet achter startoptie: wfs2type.

219

wfs3url

Een URL om data op te halen van een service

De derde URL om data op te halen van een service. Kies het type object waar naartoe de data van de service moet worden omgezet achter startoptie: wfs3type.

220

wfs4url

Een URL om data op te halen van een service

De vierde URL om data op te halen van een service. Kies het type object waar naartoe de data van de service moet worden omgezet achter startoptie: wfs4type.

221

wfs5url

Een URL om data op te halen van een service

De vijfde URL om data op te halen van een service. Kies het type object waar naartoe de data van de service moet worden omgezet achter startoptie: wfs5type.

222

wfslogin

Een URL om een toegang token op te halen van een service

De URL om het token op te halen. Deze is nodig als in de URL’s behorende bij de startopties wfsurl t/m wfs5url een token nodig is om toegang te krijgen tot de data.

223

wfskey

Een toegangscode

De toegangscode voor het opvragen van het token bij startoptie: wfslogin.

224

limit

Een getal groter of gelijk aan 0

Als 0 is ingevoerd wordt er geen limit meegegeven bij het opvragen van data van een service. Alles wordt dan in 1 stap opgehaald. Bij GBI-World altijd 0 aangeven, omdat deze service de parameter LIMIT niet kent!

Als een andere waarde is ingevoerd wordt het opvragen van de data verdeeld in stappen waarbij per stap de door de startoptie aangegeven hoeveelheid data wordt opgehaald. Voer bij GISIB bijvoorbeeld 500 in. Omdat bij GISIB anders de URL vastloopt op de grote hoeveelheid data in 1 keer.

225

upldendpoint

Een URL van een endpoint/server waar naar toe data kan worden gestuurd.

Als URL is aangegeven en ook startoptie: curl, is ingevuld geeft BrutIS, na uitvoering van de menuopties: Exporteren -> SHP ZIP datadump en Exporteren -> JSON ZIP datadump, een venster weer waarmee de datadump naar het aangegeven endpoint wordt verstuurd. In het venster kan aanvullend gebruikersnaam wachtwoord en ophalen token worden ingevuld om het verzenden mogelijk te maken.

226

imklendpoint

Een URL van een endpoint/server waar naar toe data kan worden gestuurd.

Als URL is aangegeven en ook startoptie: curl, is ingevuld geeft BrutIS, na uitvoering van de menuopties: Exporteren -> IMKL Bestand tbv WIBON, een venster weer waarmee het IMKL naar het aangegeven endpoint wordt verstuurd. In het venster kan aanvullend gebruikersnaam wachtwoord en ophalen token worden ingevuld om het verzenden mogelijk te maken.

227

ibisendpoint

Een URL van een endpoint/server waar naar toe data kan worden gestuurd.

Als URL is aangegeven en ook startoptie: curl, is ingevuld geeft BrutIS, na het maken van dagrapportages van de reiniging en inspectie in JSON-formaat, een venster weer waarmee het JSON naar het aangegeven endpoint wordt verstuurd. In het venster kan aanvullend gebruikersnaam wachtwoord en ophalen token worden ingevuld om het verzenden mogelijk te maken. IBIS is software van Brink, het bestekadministratie programma in gebruik bij heel veel beheerders.

228

ltmfac

Achter deze optie zet u een factor waarmee u de perioden tussen maatregelen in een cyclus groter of kleiner maakt.

Bijvoorbeeld:

ltmfac=1.5

Voor de wegbeheer basis- en budgetplanning:

BrutIS vermenigvuldigt de perioden tussen maatregelen in een cyclus met de aangegeven waarde. Bijvoorbeeld bij: "ltmfac=1.5", wordt een periode van 10 jaar 15 jaar. Indien ltmfac groter is dan 1.1 plant BrutIS zwaardere (duurdere) maatregelen volgens tabel B9 van CROW publicatie 147.

229

norehab

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Voor de wegbeheer basis- en budgetplanning:

BrutIS vervangt de maatregel rehabilitatie, in de maatregelcyclus, door maatregel lichter. Deze optie heeft geen invloed op keuze maatregel uit kruisjestabel.

230

cyclusplan

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Voor de wegbeheer basis- en budgetplanning:

Standaard staat deze optie aan voor het maken van een planning volgens de maatregelen cyclus, na de eerste 5 jaar in de planning waarbij de maatregelen worden gepland die voortkomen uit de weginspectie.

Bij cyclusplannen gaat BrutIS op basis van het laatste jaar van onderhoud, of als deze niet beschikbaar is het jaar van aanleg, bepalen welke maatregel volgens de maatregelcyclussen nodig zijn.  De correctheid van deze methode is sterk afhankelijk van de kwaliteit van de gegevens van het laatste jaar van onderhoud. Het kan dat een weg die er nu heel goed uitziet over 6 jaar aan de beurt komt.

 

skip

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Als startoptie: “skip=1”, is opgegeven doen alleen maatregelgroepen, die onderdeel zijn van de maatregelgroep cyclus, mee. De cyclus is afhankelijk van het wegtype. Als een maatregelgroep niet in de cyclus zit streept BrutIS deze weg.

231

duurzaamheid

Achter deze optie kunt u een prioriteitsgetal opgeven. (1 t/m 9 )

Voor de wegbeheer basis- en budgetplanning:

Prioriteit getal (1 t/m 9) voor het beleidsthema: duurzaamheid. Hoe hoger het getal des te groter de prioritiet. Zie CROW 147. Standaard heeft deze de waarde: 4

232

veiligheid

Achter deze optie kunt u een prioriteitsgetal opgeven. (1 t/m 9 )

Voor de wegbeheer basis- en budgetplanning:

Prioriteit getal (1 t/m 9) voor het beleidsthema: veiligheid. Hoe hoger het getal des te groter de prioritiet. Zie CROW 147. Standaard heeft deze de waarde:3

233

comfort

Achter deze optie kunt u een prioriteitsgetal opgeven. (1 t/m 9 )

Voor de wegbeheer basis- en budgetplanning:

Prioriteit getal (1 t/m 9) voor het beleidsthema: comfort. Hoe hoger het getal des te groter de prioritiet. Zie CROW 147.Standaard heeft deze de waarde: 2

234

aanzien

Achter deze optie kunt u een prioriteitsgetal opgeven. (1 t/m 9 )

Voor de wegbeheer basis- en budgetplanning:

Prioriteit getal (1 t/m 9) voor het beleidsthema: aanzien. Hoe hoger het getal des te groter de prioritiet. Zie CROW 147. Standaard heeft deze de waarde: 1

235

sufwegid

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Voor het inlezen van SUFWEG wegbeheer inspectiebestanden:

De waarde in het SUFWEG <GID> veld wordt gebruikt om het juiste wegvakonderdeel te koppelen aan de inspectie. In het GID kan het wegvakonderdeel nummer of het BOR-GUID staan.

Bij importeren gegevens uit SUFWEG kopieert BrutIS de <KEY> waarde in het opmerkingen veld van het wegvakonderdeel.

236

sufwegwvnum

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Voor het inlezen van SUFWEG wegbeheer inspectiebestanden:

De waarde in de SUFWEG <KEY> en <WVNUM> velden worden gebruikt om het juiste wegvakonderdeel te koppelen aan de inspectie.

237

sufwegkey

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Voor het inlezen van SUFWEG wegbeheer inspectiebestanden:

De waarde in het SUFWEG <KEY> veld wordt gebruikt om het juiste wegvakonderdeel te koppelen aan de inspectie.

238

eigenschap_a

Paspoort tekst behorende bij deze vrije eigenschap.

Vul voor het overnemen van gegevens uit Riool Inspectie Bestanden (RIB), de volgende toverwoorden in:

  • RIB_materiaal
  • RIB_breedte
  • RIB_hoogte
  • RIB_vorm
  • RIB_verbinding
  • RIB_soortstreng
  • RIB_stelseltype
  • RIB_verharding
  • RIB_gebruikboven

BrutIS heeft 10 vrij eigenschappen velden, om domeindata waarin niet is voorzien te koppelen aan objecten.

De tekst achter deze startoptie wordt in de paspoorten en als kolomkop getoond bij de export van de data.

Gebruik voor de overname van data uit RIB, één de aangegeven toverwoorden. Om de data in het vrij eigenschap veld over te nemen.

239

eigenschap_b

Zie eigenschap_a.

Zie eigenschap_a.

240

eigenschap_c

Zie eigenschap_a.

Zie eigenschap_a.

241

eigenschap_d

Zie eigenschap_a.

Zie eigenschap_a.

242

eigenschap_e

Zie eigenschap_a.

Zie eigenschap_a.

243

eigenschap_f

Zie eigenschap_a.

Zie eigenschap_a.

244

eigenschap_g

Zie eigenschap_a.

Zie eigenschap_a.

245

eigenschap_h

Zie eigenschap_a.

Zie eigenschap_a.

246

eigenschap_i

Zie eigenschap_a.

Zie eigenschap_a.

247

eigenschap_j

Zie eigenschap_a.

Zie eigenschap_a.

248

noinsert

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Als aan: is het kunnen toevoegen van data uitgeschakeld.

249

doupdate

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Als aan: is de controle, op mutatiedatum bij het veranderen en verwijderen van data,uitgeschakeld.

250

updateplan

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Als aan: wordt bij verwerken mutatie in de databank de planning in de databank bijgewerkt op basis van de planning data in het werkbestand. Standaard uit, omdat de verwerking van mutaties hierdoor langer kan duren.

251

line2pline

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Standaard staat deze optie aan om lijnen uit DXF om te zetten naar Polylijnen. Alleen polylijnen worden gekleurd.

252

xmin

Achter deze optie een X-coördinaat

Alleen data met een X-coördinaat groter dan de aangegeven waarde wordt getoond en doet mee bij het bepalen van de zoom alles omvang.

243

ymin

Achter deze optie een Y-coördinaat

Alleen data met een Y-coördinaat groter dan de aangegeven waarde wordt getoond en doet mee bij het bepalen van de zoom alles omvang.

254

Getwkt

Achter deze optie een 1 om de optie aan te zetten. Een 0 om de optie uit te schakelen.

Deze optie is alleen actief bij Oracle als databank. Standaard staat deze optie aan om de Otracle functie: get_wkt() te gebruiken om geometrie in één keer per obejct te selecteren enin het werkbestand op te slaan.

Als bij gebruik van Oracle deze functie niet goed werkt of niet is geïnstalleerd wordt geen geometrie geselecteerd. Door de optie uit te schakelen voert BrutIS een eigen functie uit om de geometrie op te halen, maar deze kan langzamer werken.

Als via OCI met de Oracle databank is gekoppeld wordt sowieso de eigen (waarschijnlijk langzamere) functie gebruikt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

De paspoorten

 

Een paspoort is het digitale formulier waarin de gegevens van objecten worden vastgelegd.

Om objecten te registeren en te inspecteren bevat BrutIS paspoorten voor:

·         Objecten (volgens de objecten in de kwaliteitscatalogus openbare ruimte 2018);

·         Een boom als object;

·         Een mast als object;

·         Een wegvakonderdeel als object;

·         Een wateronderdeel als object;

·         Een kunstwerkonderdeel als object;

·         Een technische installatie (kast) als onderdeel van een object;

·         Eén of meer:

o   Populaties op een object;

o   Kanten van een object;

o   Meldingen op een object;

o   Onderdelen van een object;

o   Armaturen op een mast;

o   Borden op een mast;

o   Afstromingen van een object.

Om knopen te registeren en te inspecteren bevat BrutIS paspoorten voor:

·         Knopen (ook om aan te geven in welk object een knoop zit);

·         Kolk inspectie (in BrutIS is een kolk altijd een knoop);

·         Stroomgebied van de knoop;

·         één of meer fysieke:

o   Pompen;

o   Afsluiters;

o   Sensoren;

o   Overlaten;

o   Doorlaten.

Om strengen te registeren en te inspecteren bevat BrutIS paspoorten voor:

·         Strengen

·         De reiniging van drainage en riolering;

 


 

Objecten

 

Volgens de kwaliteitscatalogus openbare ruimte 2018:

Weergave

Raadplegen

Toevoegen

Wijzigen

Verwijderen

Zoeken op nummer

Inspecteren op beeldkwaliteit

Selecteren

Het “Weergave opties”, venster met tabblad: Objecten, voor het instellen van de beeld-, thema- en tekstweergave  van objecten:

 

Klik vervolgens op een object. Hierna wordt het onderstaande venster gestart

Het onderstaande venster wordt gestart, om een object toe te voegen. Klik daarna in de tekening om de coordinaat van het object aan te geven.

Klik vervolgens op een object. Hierna wordt onderstaand venster gestart, om gegevens te wijzigen. Met de tekenknoppen kan men de geometrie wijzigen.

Klik vervolgens op het object, om deze te verwijderen.

Een venst wordt getoond waarin u een nummer van object kunt invoeren. Door op [OK] te klikken wordt op het o bject ingezoomt.

Een venster wordt getoond om de beeldkwalitiet van het object vast te leggen. Het venster is, op basis van functie en type van het object, voor ingevuld met aspecten uit de kwaliteits catalogus openbare ruimte 2018.

Een venster wordt getoond met per eigenschap verschillende tabbladen. Zodat u objecten op eigenschappen kan selecteren. Geselecteerde objecten kleuren oranje en kunt u naar een nieuw venster kopiëren voor verdere bewerking.

 

Voorbeeld van object: In dit geval markering.

Objectinfo: Bevat specifieke informatie.

Algemeen: Bevat de algemene informatie.

Inspectie: Uit de beeldkwaliteit inspectie.

Planning: Uit onderhoud en maatregel planning.

 

Via de knop: [OK], kan men bij wijzigen of toevoegen de data opslaan.

Via de knop: [Cancel], wordt het venster afgesloten.

Via de knop: [logboek], start men een venster met de tabbladen:

·         Logboek

·         Documenten

·         Vlak controle

·         Onderhoud planning

·         Maatregel planning

Met extra informatie over het object:

Logboek: bevat historie inspectie resultaten

Documenten: om object documenten te openen.

Vlak controle: voor het verkrijgen van informatie over de geometrie van het object. Via knop [Verbeter weergave] kan men fout getekende vlakken automatisch verbeteren.

Onderhoud planning:

Voor de registratie van onderhoud/exploitatie maatregelen.

 

Maatregel planning:

Voor de registratie van herstel/investering maatregelen

 

 

 

 


 

Populaties

 

De soorten waarmee een object is voorzien. Bijvoorbeeld de gras en bloemsoorten in een gazon of de verschillende boomsoorten in een bosplantsoen.

Groenbeheer

Raadplegen

Toevoegen

Wijzigen

Verwijderen

Selecteren

 

 

Klik op deze knop, indien de groene knoppen hiernaast niet zichtbaar zijn.

Ook kan het nodig zijn de juiste knoppenbalk te activeren. Bijvoorbeeld via menuoptie: Raadplegen -> Knoppenbalk toevoegen.

Klik vervolgens op een object met 1 of meer populatie symbolen. Meestal een vlak.  Hierna wordt het onderstaande venster gestart.

Het venster toont de populatiegegevens van de 1e populatie.

Door op een andere populatie armatuur in de treeview te klikken verschijnt hiervan de informatie.

Het onderstaande venster wordt gestart, om een populatie toe te voegen.

Klik daarna in de tekening op het object waarop de populatie moet worden geregistreerd.

Klik vervolgens op een object met populatie symbool. Hierna wordt onderstaand venster gestart, om gegevens te wijzigen.

Klik vervolgens op het object, om de populatie te verwijderen.

Als er meer populaties zijn geregistreerd op het object gebruikt u de treeview.

U verwijdert dan de juiste populatie door met de rechtermuisknop op de populatie te klikken. Er verschijnt daarna een pop-up menu met een optie om de populatie te verwijderen.

Een venster wordt getoond met per eigenschap verschillende tabbladen. Zodat u objecten op populatie eigenschappen kan selecteren.

Geselecteerde objecten kleuren oranje en kunt u naar een nieuw venster kopiëren voor verdere bewerking.

Klik op deze knop nadat u eerst op object informatie heeft geselecteerd via knop:

 

 

Een object met drie populaties en twee meldingen.

 

 

 

 

 

 

 

 


Kanten

 

De kanten rondom een object. Bijvoorbeeld de harde en zachte kanten registratie rondom een gazon. Of een te maaien strook langs de weg.

 

Een kant is een lijn langs de kant van een vlak object. Bij het toevoegen of wijzigen van een kant kan men de lijn intekenen door drie coördinaten van het vlak aan te wijzen. Een begin-, midden- en eind-coördinaat. D lijn wordt dan vervolgens getekend over alle tussenliggende coördinaten. De lengte wordt berekent en het oppervlak door de lengte met de breedte te vermenigvuldigen. Het oppervlak is een berekende waarde en wordt niet in de tabellen opgeslagen.

Het symbool van een kant geregistreerd op een vlak (begroeid terreindeel):

 

Raadplegen object

Raadplegen

Toevoegen

Wijzigen

Verwijderen

 

 

Klik vervolgens op een object met 1 of meer kant symbolen. Meestal een vlak.  Hierna wordt het onderstaande venster gestart.

Het venster toont de object gegevens. En daarboven in de treeview de geregistreerde kanten.

 

Door in de treeview op een kantsymbool te klikken

Open het popupmenu, door in treeview met de rechtermuisknop op het objectnummer te klikken.

 

In het popupmenu kiest u voor: Plaats kant.

 

Het Snap Opties venster wordt getoond:

A screenshot of a computer

Description automatically generated

 

Klik op de “maak Polygoon”, knop: , klik achter een volgens op de begin-, tussen- en eind-coördinaat (polygoon hoewft hierbij nog niet de lijn te volgen). Voer in het paspoort de gegevens in. En klik op [OK].

 

De lengte en het oppervlak vult het programma automatisch in. En bij raadplegen wordt de lijn correct weergegeven.

Klik in de treeview op het symbool van de kant die u wil wijzigen.

 

Het paspoort wordt gevuld met de gegevens van de kant en in het venster ziet u de kant getekend.

 

Het snapopties venster wordt getoond.

 

Wijzig vervolgens de gegevens, zoals bij het toevoegen.

 

En klik op [OK] om te bewaren.

 

Op het popupmenu door met de rechtermuisknop op het kant symbool in de treeview. te klikken.

 

In het popupmenu zit een optie om de kant te verwijderen.

 

 

 

Een object met één populatie en twee kanten. Populatietype ingevuld.

Kanttype ingevuld

Kant toevoegen

Kant wijzigen

Kant verwijderen

 

Snap opties venster opent bij raadplegen, plaatsen en wijzigen kantinformatie. Ingesteld om op de object coördinaten te klikken.

A screenshot of a computer

Description automatically generated

 

 

Mogelijke kanttypes:

Mogelijke populatietypes:

onbekend

onbekend

muur of kade

bollen

hek

heesters niet vrij groeiend

harde kanten

grasland beweid

zachte kanten

grasstenen

waterkant

maaistrook

hachte kant-strook

gaten beplanting inzaaien

zachte kant-strook

participatie groen

waterkant-strook

onderlaag bodembedekkers

vrij liggende strook

voet hek of muur

goten en randstroken

walbescherming

pergola

takvrije zone 2.5m

takvrije zone 4.0m

zoomvegetatie

bvc-zone

 

 

 

 


 

Bomen

 

Een boom is een object met boom informatie. De vensters zijn ingericht om BVC-informatie in te voeren volgens het handboekbomen. Defecten met een vervolgmaatregel via de meldingen registratie toevoegen op de boom.

Groenbeheer

Weergave

Raadplegen

Toevoegen

Wijzigen

Verwijderen

Selecteren

 

 

Klik op deze knop, indien de groene knoppen hiernaast niet zichtbaar zijn.

Ook kan het nodig zijn de juiste knoppenbalk te activeren. Bijvoorbeeld via menuoptie: Raadplegen -> Knoppenbalk toevoegen.

Het “Weergave opties”, venster met tabblad: Bomen, voor het instellen van de beeld-, thema- en tekstweergave  van bomen:

 

Klik vervolgens op een boom. Hierna wordt het onderstaande venster gestart

Het onderstaande venster wordt gestart, om een boom toe te voegen. Klik daarna in de tekening om de coordinaat van de boom aan te geven.

Klik vervolgens op een boom. Hierna wordt onderstaand venster gestart, om gegevens te wijzigen. Door de cursor in een X-Y coordinaat veld te plaatsen kan men met een klik in het venster de positie van de boom wijzigen.

Klik vervolgens op de boom, om deze te verwijderen.

Een venster wordt getoond met per eigenschap verschillende tabbladen. Zodat u bomen op eigenschappen kan selecteren. Geselecteerde boom kleuren oranje en kunt u naar een nieuw venster kopiëren voor verdere bewerking.

Klik op deze knop nadat u eerst op object informatie heeft geselecteerd via de knop:

 

 

Een boom met 2 meldingen

Boominfo: Bevat specifieke boom informatie.

Algemeen: Bevat de algemene informatie.

Inspectie: Formulier tbv Boom Veiligheid Controle (BVC).

Planning: Uit de onderhoud en maatregel planning.

 

 

Meldingen

 

Een melding is de registratie van een defect of gewenste maatregel op een object. Een melding bestaat uit de registratie van:

·         Onderdeel

·         Type gebrek (optioneel, deze is niet zichtbaar bij BVC)

·         Gebrek

·         Gevolg

·         Maatregel

·         Urgentie

Per object functie: Bomen, Masten, Wegvakonderdelen, Kunstwerken, Wateronderdelen en Riolering, is een voor invulling te maken van bovenstaande domeinwaarden, waarbij u:

·         Bij onderdeel kan aangeven wat automatisch als default gevolg moet worden ingevuld. Bijvoorbeeld een gebrek in de kroon geeft vaak takbreuk.

·         Bij gebrek kan aangeven wat de automatisch als default maatregel moet worden ingevuld.

·         Bij maatregel kan aangeven wat automatisch de default urgentie is.

 

Raadplegen

Toevoegen

Wijzigen

Verwijderen

Selecteren

Klik vervolgens op een object met een melding. Hierna wordt het onderstaande venster gestart.

Het venster toont de informatie van de 1e melding op het object.

Om informatie van andere meldingen, op het object, te tonen klikt u op de betreffende melding in de treeview. 

Het onderstaande venster wordt gestart, om een melding toe te voegen. Klik daarna in de tekening op het object waarop de melding moet worden geregistreerd.

Klik vervolgens op een object met een melding. Hierna wordt onderstaande venster gestart, om gegevens te wijzigen.

Het venster toont de informatie van de 1e melding op het object.

Om informatie van andere meldingen, op het object, te wijzigen klikt u op de betreffende melding in de treeview 

Klik vervolgens op het object, om de melding te verwijderen.

Als er meer meldingen zijn geregistreerd op het object gebruikt u de treeview.

U verwijdert dan de juiste melding door met de rechtermuisknop op de melding te klikken. Er verschijnt daarna een pop-up menu met een optie om het defect te verwijderen.

Een venster wordt getoond met per eigenschap verschillende tabbladen. Zodat u meldingen op eigenschappen kan selecteren. Objecten met geselecteerde meldingen kleuren oranje en kunt u naar een nieuw venster kopiëren voor verdere bewerking.

Klik op deze knop nadat u eerst op object informatie heeft geselecteerd via de knop:

 

 

 

Melding op een bosperceel (object) van letterzetter in kroon bomen. Risico op takbreuk. Binnen 6 maanden bomen vellen.

Let op: Het venster is in BVC-modus gestart (startoptie vta=1). Dus geen overbodige velden bij de BVC-registratie buiten.

Melding op een boom van een afgestorven tak. Risico op takbreuk. Binnen 1 jaar grof dood hout verwijderen.

Let op het venster is niet in BVC-modus gestart (startoptie: vta=0). Dus extra velden voor type gebrek en registratie dat maatregel is uitgevoerd, zodat het defect uit de grafische weergave en selectie vensters verdwijnt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Masten

 

Een mast is een object met mast/meubilair informatie. De vensters zijn ingericht voor het beheer van openbare verlichting.  Op een object/mast kan men armaturen en borden registeren.

 

Wegbeheer

Weergave

Raadplegen

Toevoegen

Wijzigen

Verwijderen

Selecteren

Klik op deze knop, indien de blauwe knoppen hiernaast niet zichtbaar zijn.

Ook kan het nodig zijn de juiste knoppenbalk te activeren. Bijvoorbeeld via menuoptie: Raadplegen -> Knoppenbalk toevoegen.

Het “Weergave opties”, venster met tabblad: Masten, voor het instellen van de beeld-, thema- en tekstweergave  van masten:

 

Klik vervolgens op een object van het type mast. Een mast wordt weergeven met een vijfpunt-ster.  Hierna wordt het onderstaande venster gestart.

Het venster toont de objectgegevens. Door op de mast in de treeview te klikken verschijnt de mast informatie.

Het onderstaande venster wordt gestart, om een mast toe te voegen. Klik daarna in de tekening om de coordinaat van de mast aan te geven.

Klik vervolgens op een mast. Hierna wordt onderstaand venster gestart, om gegevens te wijzigen. Door de cursor in een X-Y coordinaat veld te plaatsen kan men met een klik in het venster de positie van de mast wijzigen.

Klik vervolgens op de mast, om deze te verwijderen.

Een venster wordt getoond met per eigenschap verschillende tabbladen. Zodat u masten op eigenschappen kan selecteren. Geselecteerde masten kleuren oranje en kunt u naar een nieuw venster kopiëren voor verdere bewerking.

Klik op deze knop nadat u eerst op object informatie heeft geselecteerd via de knop:

 

Een mast (vijfpunt-ster) met 1 armatuur. De ster heeft een vast e grote bij in en uitzoomen, zoals bij de bomen.

Objectinfo: Bevat de object informatie.

Mastinfo: Nadat op de mast regel in de treeview is geklikt.

Een object kan niet meer dan 1 masten bevatten.

Armatuurinfo: Nadat op de armatuur regel in de treeview is geklikt.

Een object kan 1 of meer armaturen geregistreerd hebben.

 

 

 

 


 

Armaturen

 

Voor de registratie van de openbare verlichting bevat een armatuur ook informatie over de toegepaste lampen. Normaliter registreert men een armatuur op een (lichtmast), maar het is ook mogelijk een armatuur op een ander type object te registeren. Men kan bijvoorbeeld een armatuur aan een boom bevestigen.

Wegbeheer

Raadplegen

Toevoegen

Wijzigen

Verwijderen

Selecteren

Klik op deze knop, indien de blauwe knoppen hiernaast niet zichtbaar zijn.

Ook kan het nodig zijn de juiste knoppenbalk te activeren. Bijvoorbeeld via menuoptie: Raadplegen -> Knoppenbalk toevoegen.

Klik vervolgens op een object met 1 of meer aramatuur symbolen. Meestal bij een mast (vijfpunt-ster).  Hierna wordt het onderstaande venster gestart.

Het venster toont de objectgegevens.

 Door op de armatuur in de treeview te klikken verschijnt de armatuur informatie.

Het onderstaande venster wordt gestart, om een armatuur toe te voegen.

Klik daarna in de tekening op het object waarop de armatuur moet worden geregistreerd.

Klik vervolgens op een object met armatuur symbool. Hierna wordt onderstaand venster gestart, om gegevens te wijzigen.

Klik vervolgens op het object, om de melding te verwijderen.

Als er meer armaturen zijn geregistreerd op het object gebruikt u de treeview.

U verwijdert dan de juiste armatuur door met de rechtermuisknop op de armatuur te klikken. Er verschijnt daarna een pop-up menu met een optie om de armatuur te verwijderen.

Een venster wordt getoond met per eigenschap verschillende tabbladen. Zodat u objecten/masten met armaturen op eigenschappen kan selecteren.

Geselecteerde objecten/masten kleuren oranje en kunt u naar een nieuw venster kopiëren voor verdere bewerking.

Klik op deze knop nadat u eerst op object informatie heeft geselecteerd via knop:

 

Geklikt is op een mast met een armatuur. In de treeview is op de armatuur geklikt, waarna de armatuur gegevens worden getoond.

Door te klikken met de rechtermuisknop op een armatuur verschijnt een pop-up met met de mogelijkheden de armatuur te kopiëren of te verwijderen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 



 

Borden

 

Borden registreert men volgens de zogenaamde RVV (Reglement verkeersregels en verkeerstekens).  Maar in principe mag men alle code toepassen volgens de bitmaps in de rvvmap. De rvvmap is de startoptie aanduiding van de map/directoriee waar de bitmaps van de borden staan.

Normaliter registreert men een bord op een paal, maar het is ook mogelijk een bord op een ander type object te registeren. Men kan een bord aan een muur bevestigen bijvoorbeeld.

 

Wegbeheer

Raadplegen

Toevoegen

Wijzigen

Verwijderen

Selecteren

Klik op deze knop, indien de blauwe knoppen hiernaast niet zichtbaar zijn.

Ook kan het nodig zijn de juiste knoppenbalk te activeren. Bijvoorbeeld via menuoptie: Raadplegen -> Knoppenbalk toevoegen.

Klik vervolgens op een object met 1 of meer bord symbolen.

Hierna wordt het onderstaande venster gestart.

Het venster toont de objectgegevens.

Klik op de regel met het 50-km bord in de treeview voor weergave van de bord informatie.

Het onderstaande venster wordt gestart, om een bord toe te voegen.

Klik daarna in de tekening op het object waarop het bord moet worden geregistreerd.

Klik vervolgens op een object met 50-km bord symbool. Hierna wordt onderstaand venster gestart, om gegevens te wijzigen.

Klik vervolgens op het object, om het bord te verwijderen.

Als er meer borden zijn geregistreerd op het object gebruikt u de treeview.

U verwijdert dan het juiste bord door met de rechtermuisknop op de bord regel te klikken. Er verschijnt daarna een pop-up menu met een optie om het bord te verwijderen.

Een venster wordt getoond met per eigenschap verschillende tabbladen. Zodat u objecten met borden op eigenschappen kan selecteren. Geselecteerde objecten kleuren oranje en kunt u naar een nieuw venster kopiëren voor verdere bewerking.

Klik op deze knop nadat u eerst op object informatie heeft geselecteerd via knop:

 

Geklikt is op een object met een bord. In de treeview is op de bord regel geklikt, waarna de bord gegevens worden getoond.

Door met de rechtermuisknop op een regel in de treeview te klikken, verschijnt een pop-up met opties voor het verwijderen of toevoegen van gegevens.

 

 

 

 

 

 

 


 

Wegvakken

 

Door wegen in lengterichting op te delen, worden wegvakken verkregen. Deze wegvakken moeten homogeen zijn wat betreft het wegtype, het dwarsprofiel en de verhardingsopbouw.

 

 

Wegvakonderdelen

 

De indeling in wegvakonderdelen (stroken) ontstaat door opsplitsing van wegvakken in dwarsrichting wat betreft het onderdeeltype en het verhardingstype. Ook volgens de catalogus van de BGT (Basisregistratie Grootschalige Topografie).

 

Wegbeheer

Weergave

Raadplegen

Toevoegen

Wijzigen

Verwijderen

Inspecteren volgens Wegbeheer 2011 methodiek

Selecteren

Klik op deze knop, indien de bruine knoppen hiernaast niet zichtbaar zijn.

 

Ook kan het nodig zijn de juiste knoppenbalk te activeren. Bijvoorbeeld via menuoptie: Raadplegen -> Knoppenbalk toevoegen.

Het “Weergave opties”, venster met tabblad: Wegvakonderdelen, voor het instellen van de beeld-, thema- en tekstweergave  van wegvakonderdelen:

 

Klik vervolgens op een wegvakonderdeel. Hierna wordt het onderstaande venster gestart

Het onderstaande venster wordt gestart, om een wegvakonderdeel toe te voegen. Klik daarna in de tekening om de coordinaat van het wegvakonderdeel aan te geven.

Klik vervolgens op een wegvakonderdeel. Hierna wordt onderstaand venster gestart, om gegevens te wijzigen. Met de tekenknoppen kan men de geometrie wijzigen.

Klik vervolgens op het wegvakonderdeel, om deze te verwijderen.

Een venster wordt getoond om het wegvakonderdeel volgens de Wegbeheer 2011 methodiek te inspecteren.

 

Op basis van deze inspectie  volgt een basisplanning, budgetplannin g en maatregelcyclus voor het wegvakonderdeel.

Een venster wordt getoond met per eigenschap verschillende tabbladen. Zodat u wegvakonderdelen op eigenschappen kan selecteren.

 

Geselecteerde wegvakonderdelen kleuren oranje en kunt u naar een nieuw venster kopiëren voor verdere bewerking.

 

U kunt ook eerst op object informatie selecteren via knop:

 

De grafische weergave van het wegvakonderdeel nadat deze de focus heeft gekregen via bovenstaande knoppen.

 

Let ook op de thematische “beslismodel” weergave, waarbij de wegvakonderdelen worden gekleurd op basis van de onderhoudstoestand uit inspectie.

Het tabblad met wegvakonderdeel informatie

Het tabblad met de algemene object informatie over het wegvakonderdeel.

Het tabblad met de resultaten uit de laatste inspectie.

Het tabblad met planningsgegevens waaronder de door het systeem voorgestelde maatregel uit de relatietabellen: schade-maatregelgroepen. (kruisjestabel)

 

 

Via de knop: [logboek], start men een venster met de tabbladen:

·         Logboek

·         Documenten

·         Beoordeling

·         Maatregel planning

·         Vlak Controle

Met extra informatie over het wegvakonderdeel:

 

Logboek: bevat historie inspectie resultaten

Documenten: om object documenten te openen.

Beoordeling: voor het toetsen van inspectieresultaten aan de richtlijnen, bepalen planjaar, maatregelen en kosten.

Maatregel planning:

Voor de registratie van herstel/investering maatregelen

Vlak controle: voor het verkrijgen van informatie over de geometrie van het object. Via knop [Verbeter weergave] kan men fout getekende vlakken automatisch verbeteren.

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Kunstwerken

 

Bouwkundige objecten:

·         Zoals: gemaal, hoogspanningsmast, perron, sluis, steiger, strekdam, stuw.  Die over het algemeen uit 1 onderdeel bestaan

·         Zoals: brug, aquaduct, viaduct, ecoduct, fly-over. Die uit meerdere verschillende onderdelen kunnen bestand zoals de onderdelen: dek, landhoofd, pijler, sloof, pyloon

 

Volgens de kwaliteitscatalogus openbare ruimte te onderscheiden in grote en kleine kunstwerken en “nuts en schakelkasten”.

 

Kunstwerkonderdelen

 

Het  betreffen kunstwerken en kunstwerkonderdelen.  Bij nuts en schakelkasten betreft het onderdeel ook gelijk het kunstwerk. Bruggen en  viaducten zijn op te delen in dek, leuningen, pijlers en landhoofden bijvoorbeeld. Het best is een indeling volgens de BGT. De onderdelen hebben een eigen geometrie.

 

Wegbeheer

Raadplegen

Toevoegen

Wijzigen

Verwijderen

Selecteren

Menuoptie: Toevoegen -> Plaats kunstwerk onderdeel.

Menuoptie: Wijzigen -> Wijzig kunstwerk onderdeel.

Menuoptie: Verwijderen -> Verwijder kunstwerk onderdeel.

Menuoptie: Selecteren -> Via filter -> Kunstwerk onderdelen.

Klik op deze knop, indien de menuopties hiernaast niet zichtbaar zijn.

 

Ook kan het nodig zijn de juiste knoppenbalk te activeren. Bijvoorbeeld via menuoptie: Raadplegen -> Knoppenbalk toevoegen.

Klik vervolgens op een kunstwerkonderdeel object.

Hierna wordt het onderstaande venster gestart.

Het venster toont de objectgegevens.

Klik op de kunstwerkonderdeel voor weergave van de kunstwerkonderdeel informatie.

Het onderstaande venster wordt gestart, om een kunstwerk toe te voegen.

Klik daarna in de tekening om de coordinaat van het kunstwerkonderdeel aan te geven.

Klik vervolgens op een kunstwerkonderdeel. Hierna wordt onderstaand venster gestart, om gegevens te wijzigen. Met de tekenknoppen kan men de geometrie wijzigen.

Klik vervolgens op het kunstwerkonderdeel, om deze te verwijderen.

Een venster wordt getoond met per eigenschap verschillende tabbladen. Zodat u kunstwerkonderdelenonderdelen op eigenschappen kan selecteren.

 

Geselecteerde kunstwerkonderdelen kleuren oranje en kunt u naar een nieuw venster kopiëren voor verdere bewerking.

U kunt ook eerst op object informatie selecteren via knop:


 

De grafische weergave van het kunstwerkonderdeel nadat deze de focus heeft gekregen via bovenstaande knoppen.

 

Het tabblad met kunstwerkonderdeel informatie

Het tabblad met de algemene object informatie over het kunstwerkonderdeel.

Het tabblad met de resultaten uit de laatste inspectie.

Het tabblad met planningsgegevens.


Onderdelen

De onderdelen van een object. Bijvoorbeeld: brugleuningen, harde en zachte kanten registratie rondom een gazon. Of een te maaien strook langs de weg.

 

Een kant is een lijn langs de kant van een vlak object. Bij het toevoegen of wijzigen van een kant kan men de lijn intekenen door drie coördinaten van het vlak aan te wijzen. Een begin-, midden- en eind-coördinaat. D lijn wordt dan vervolgens getekend over alle tussenliggende coördinaten. De lengte wordt berekent en het oppervlak door de lengte met de breedte te vermenigvuldigen. Het oppervlak is een berekende waarde en wordt niet in de tabellen opgeslagen.

 

Het symbool van een onderdeel, geregistreerd op een object (kunstwerk):

 

Raadplegen object

Raadplegen

Toevoegen

Wijzigen

Verwijderen

 

A close-up of a computer screen

Description automatically generated

A close-up of a computer screen

Description automatically generated

A close-up of a computer screen

Description automatically generated

A close-up of a computer screen

Description automatically generated

A close-up of a computer screen

Description automatically generated

 

Klik vervolgens op een object met 1 of meer onderdeel symbolen.

 

Meestal een kunstwerkonderdeel, die bestaat uit meer onderdelen.

 

Hierna wordt het onderstaande venster gestart.

Het venster toont de object gegevens. En daarboven in de treeview de geregistreerde onderdelen.

 

Door in de treeview op een onderdeelsymbool te klikken

Open het popupmenu, door in treeview met de rechtermuisknop op het objectnummer te klikken.

 

In het popupmenu kiest u voor: Plaats onderdeel.

 

Voer in het paspoort de gegevens in. En klik op [OK].

 

Klik in de treeview op het symbool van het onderdeel die u wil wijzigen.

 

Het paspoort wordt gevuld met de gegevens van het onderdeel

 

Wijzig vervolgens de gegevens.

 

En klik op [OK] om te bewaren.

 

Op het popupmenu door met de rechtermuisknop op het onderdeel symbool in de treeview. te klikken.

 

In het popupmenu zit een optie om het onderdeel te verwijderen.

 

 

 

Een kunstwerkonderdeel-object met twee onderdelen: leuning 1 en 2.

Onderdeel toevoegen

Onderdeel wijzigen

Onderdeel verwijderen

 


 

 

Water

 

De BGT deelt water op in de volgende types:

·         zee

·         waterloop, met de plustypes:

o   beek

o   bron

o   gracht

o   kanaal

o   rivier

o   sloot

·         watervlakte, met de plustypes:

o   haven

o   meer, plas, ven, vijver

·         greppel, droge sloot

 

 

Wateronderdelen

 

Volgens de kwaliteitscatalogus openbare ruimte kunnen bovenstaande BGT types, uit de volgende onderdelen bestaan:

·         oevers

·         kademuur

·         lichte beschoeiing

·         zware beschoeiing 

·         bagger/slik (niet in kwaliteitscatalogus)

 

 

Wegbeheer

Raadplegen

Toevoegen

Wijzigen

Verwijderen

Selecteren

Menuoptie: Toevoegen -> Plaats water onderdeel.

Menuoptie: Wijzigen -> Wijzig water onderdeel.

Menuoptie: Verwijderen -> Verwijder water onderdeel.

Menuoptie: Selecteren -> Via filter -> Water onderdelen.

Klik op deze knop, indien de menuopties hiernaast niet zichtbaar zijn.

Ook kan het nodig zijn de juiste knoppenbalk te activeren. Bijvoorbeeld via menuoptie: Raadplegen -> Knoppenbalk toevoegen.

Klik vervolgens op een wateronderdeel object.

Hierna wordt het onderstaande venster gestart.

Het venster toont de objectgegevens.

Klik op de wateronderdeel voor weergave van de wateronderdeel informatie.

Het onderstaande venster wordt gestart, om een water toe te voegen.

Klik daarna in de tekening om de coordinaat van het wateronderdeel aan te geven.

Klik vervolgens op een wateronderdeel. Hierna wordt onderstaand venster gestart, om gegevens te wijzigen. Met de tekenknoppen kan men de geometrie wijzigen.

Klik vervolgens op het wateronderdeel, om deze te verwijderen.

Een venster wordt getoond met per eigenschap verschillende tabbladen. Zodat u wateronderdelenonderdelen op eigenschappen kan selecteren.

 

Geselecteerde wateronderdelen kleuren oranje en kunt u naar een nieuw venster kopiëren voor verdere bewerking.

U kunt ook eerst op object informatie selecteren via knop:


 

De grafische weergave van het wateronderdeel nadat deze de focus heeft gekregen om te raadplegen.

 

Het tabblad met wateronderdeel informatie

Het tabblad met de algemene object informatie over het wateronderdeel.

Het tabblad met de resultaten uit de laatste inspectie.

Het tabblad met planningsgegevens.


Afstromingen

 

De afstroming van hemelwater is een essentieel onderdeel van de modellering van een stedelijk watersysteem, dat beschrijft hoe neerslag het systeem hydraulisch belast.

 

De BGT-inlooptabel is een uniforme methodiek voor het koppelen en typeren van de, pand, wegvakonderdeel en onbegroeid terreindeel, vlakken die zijn vastgelegd in de BGT met de bestemming van het water: Van welke oppervlakken infiltreert het water ter plaatse, stroomt het naar open water of stroomt het water het riool in?

 

BrutIS heeft een methodiek voor het geautomatiseerd typeren van de vlakken die zijn vastgelegd in de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) met de bestemming van het water: Van welke oppervlakken infiltreert het water ter plaatse, stroomt het naar open water of stroomt het water het riool in? De typering en de bestemming slaat BrutIS per object op in een paspoort volgens de BGT Inlooptabel. Per object zijn één of meer typeringen en bestemmingen mogelijk.

 

Het symbool van een afstroming geregistreerd op een vlak (pand, wegvakonderdeel onbegroeid terreindeel):  

 

Afstromingen zijn samen met stroomgebieden onderdeel van de afwateren oppervlak bepaling

 

Wegbeheer

Raadplegen

Raadplegen

Toevoegen

Wijzigen

Verwijderen

A brown square with white and black text

Description automatically generated

A green and grey square with a blue circle and a white letter

Description automatically generated

Klik op deze knop, indien de knoppen hiernaast niet zichtbaar zijn.

Ook kan het nodig zijn de juiste knoppenbalk te activeren. Bijvoorbeeld via menuoptie: Raadplegen -> Knoppenbalk toevoegen.

Klik vervolgens op een object met 1 of meer afstroming symbolen.

Hierna wordt het onderstaande venster gestart.

Het venster toont de objectgegevens.

Klik op de regel met de afstroming in de treeview voor weergave van de aftsroom informatie.

Klik vervolgens op een object met een afstroming symbool.

Hierna wordt direct het venster met de afstroming informatie van het object getoond.

Het onderstaande venster wordt gestart, om een afstroming toe te voegen.

Klik daarna in de tekening op het object waarop de afstroming moet worden geregistreerd.

Klik vervolgens op een afstroming symbool. Hierna wordt onderstaand venster gestart, om gegevens te wijzigen.

Klik vervolgens op het object, om de afstroming te verwijderen.

Als er meer afstromingen zijn geregistreerd op het object gebruikt u de treeview.

U verwijdert dan de afstroming door met de rechtermuisknop op afstroming regel te klikken. Er verschijnt daarna een pop-up menu met een optie om de afstroming te verwijderen.

 

Geklikt is op een object met een afstroming In de treeview is op de afstroming regel geklikt, waarna de afstroming gegevens worden getoond.

Door met de rechtermuisknop op een regel in de treeview te klikken, verschijnt een pop-up met opties voor het verwijderen of toevoegen van gegevens.

 

 

 

 

 

 

 

De invoer en mutatie van afstroming kan gebeuren, via:

·         Bovenstaande functies;

·         Importeren uit de topografie, via menufunctie: Mutatie -> Mutatie uit geselecteerde geometrie overnemen -> Aanvullende data -> Afstromen

·         Berekening op basis van de knoop stroomgebieden en de topografie, waarbij:

o   eerst de afstromend objecten uit geselecteerde geometrie worden toegevoegd, via menufunctie: Toepassingen -> Bepaal afstromend oppervlak -> Maak nieuw afstroom/inloop model -> Omzetten geselecteerde geometrie naar afwaterende objecten;

o    Daarna de afstrominggegevens toevoegen aan de objecten via menufunctie: Toepassingen -> Bepaal afstromend oppervlak -> Maak nieuw instroom/inloop model ->Registreer object afstroming.

 

De afstrominggegevens worden gebruikt:

·         Voor de rapportages en overzichten van de hoeveelheid afwaterend oppervlak per gebied

·         Bij het berekenen van het afwaterende oppervlak van knoop stroomgebieden, via menuoptie: Toepassingen -> Bepaal afstromend oppervlak -> Bepaal het afstromende oppervlak per knoop stroomgebied...

o   Als geen Knoopnr is aangegeven, wordt op basis van de knoop stroomgebieden het oppervlak volgens typering en stelseltype percentage geregistreerd op het betreffende knoop stroomgebied;

o   Als alleen Knoopnr aangegeven, wordt oppervlak volgens typering en stelseltype percentage geregistreerd op het betreffende knoop stroomgebied;

o   Als Knoopnr, “Naar knoopnr” en Leidingnr aangegeven, wordt oppervlak volgens typering en stelseltype percentage geregistreerd op het betreffende leiding afwaterend oppervlak. Alleen als een leiding is geregistreerd in de afstroming wordt afwaterend oppervlak aan een leiding worden toegekend;

o   Als stroomgebieden niet overlappen is alleen de geometrie van het stroomgebied en het object bepalend voor de berekening van de hoeveelheid oppervlak;

o   Als stroomgebieden overlappen omdat stroomgebieden per stelseltype zijn bepaald is ook het percentage per stelseltype een parameter bij de bepaling van de hoeveelheid oppervlak, naast de geometrie.

 

Kies voor overlappende stroomgebieden als de afstroming is geïmporteerd uit een inloopmodel, zoals bij Rioned gedefinieerd.

 


 

Strengen

 

Eén of meer kabels of leidingen tussen twee knopen. Een streng kan naast een drain, rioolbuis, persleiding ook bijvoorbeeld een drinkwaterleiding, laagspanning of ander thema zijn volgens het IMKL (Informatie Model Kabels en Leidingen).

 

Eerst de knopen toevoegen en daarna de strengen!

 

 

Kabels en leidingen

 

Kabels en leidingen zijn onderdeel van een streng. Of zijn een streng als er maar één is.

 

Het toepassingsgebied, in BrutIS, is met name het rioleringsbeheer en het beheren en maken van bestanden ten behoeve van hydraulische berekeningen.

 

Rioleringsbeheer

Weergave

Raadplegen

Toevoegen

Wijzigen

Verwijderen

Registratie inspectie riolering (volgens NEN-EN 13508-2):

Registratie reiniging riolering:

Registratie reiniging drainage:

Selecteren op eigenschappen:

Selecteren op toestandaspecten:

Selecteren op maatregelen:

Klik op deze knop, indien de grijze knoppen hiernaast niet zichtbaar zijn.

 

Ook kan het nodig zijn de juiste knoppenbalk te activeren. Bijvoorbeeld via menuoptie: Raadplegen -> Knoppenbalk toevoegen.

Het “Weergave opties”, venster met tabblad: Strengen, voor het instellen van de beeld-, thema- en tekstweergave  van kabels en leidingen:

 

 

Klik vervolgens op een kabel of leiding. Hierna wordt het onderstaande venster gestart

Het onderstaande venster wordt gestart, om een kabel of leiding toe te voegen.

Klik vervolgens op een kabel of leiding. Hierna wordt onderstaand venster gestart, om gegevens te wijzigen. Met de tekenknoppen kan men de geometrie wijzigen.

Klik vervolgens op de kabel of leiding, om deze te verwijderen.

Een venster wordt getoond om de leiding volgens de  NEN-EN 13508-2 te inspecteren.

 

Op basis van deze inspectie  volgt een basisplanning, budgetplannin g en maatregelcyclus voor de leiding.

Een venster wordt getoond om de reiniging van een leiding te registeren.

 

Ook kunt u enkele vaste eigenschappen wijzigen. 

Een venster wordt getoond om de reiniging van een drainage leiding te registeren.

 

Ook kunt u enkele vaste eigenschappen wijzigen. 

Een venster wordt getoond met per eigenschap verschillende tabbladen. Zodat u kabels en leidingen op eigenschappen kan selecteren.

 

Geselecteerde kabels en leidingen kleuren oranje en kunt u naar een nieuw venster kopiëren voor verdere bewerking.

Een venster wordt getoond met alle toesandaspecten uit inspectie.

Na selectie van toestandaspecten worden deze in beeld gebracht, waarna u deze bijvoorbeeld kan exporteren naar SHP-bestand of DXF-bestand.

 

Ook worden de leidingen met geselecteerde toestadnaspecten geselecteerd.

 

Geselecteerde kabels en leidingen kleuren oranje en kunt u naar een nieuw venster kopiëren voor verdere bewerking.

Een venster wordt getoond met alle geplande maatregelen.

Na selectie van maatregelen worden deze in beeld gebracht, waarna u deze bijvoorbeeld kan exporteren naar SHP-bestand of DXF-bestand.

 

Ook worden de leidingen met geselecteerde maatregelen geselecteerd.

 

Geselecteerde kabels en leidingen kleuren oranje en kunt u naar een nieuw venster kopiëren voor verdere bewerking.

 

 

 

 

De grafische weergave van een leiding nadat deze de focus heeft gekregen via bovenstaande knoppen.

 

Let ook op de thematische “beslismodel” weergave, waarbij de leidingen worden gekleurd op basis van de onderhoudstoestand uit inspectie.

Het tabblad met de leiding informatie

Het tabblad met de algemene leiding informatie.

Het tabblad met de resultaten uit de hydraulische gegevens van de leiding.

Het tabblad met planningsgegevens waaronder de door het systeem voorgestelde maatregel.

De registratie van de reiniging van een leiding, via:

Knop:

 

En daarna op de leiding klikken.

De registratie van de reiniging van een drain, via:

Knop:

 

En daarna op de drain klikken.

 

 

 

Via de knop: [logboek], start men een venster met de tabbladen:

·         Logboek

·         Inspectie

·         Documenten

·         Beoordeling

·         Onderhoud planning

·         Maatregel planning

·         RWA

·         Vlak Controle

Met extra informatie over de kabel of leiding:

Logboek: bevat historie inspectie resultaten

 

Documenten: om leiding of kabel documenten te openen.

Beoordeling: voor het toetsen van inspectieresultaten aan de richtlijnen, bepalen planjaar, maatregelen en kosten.

 

Tevens registratie van de tactische beoordeleing, door de leiding een kwaliteitscijfer te geven.

Onderhoud planning:

Voor de registratie van inspectie en reiniging maatregelen.

Maatregel planning:

Voor de registratie van herstel/investering maatregelen.

RWA: Voor de weergave van het afwaterende oppervlak naar de streng.

Vlak controle: voor het verkrijgen van informatie over de geometrie van de kabel of leiding. Via knop [Verbeter weergave] kan men fout getekende vlakken automatisch verbeteren.

 

De planning van onderhoudsmaatregelen is op de toestandaspecten in het Logboek tabblad:

 

Door met de rechtermuisknop op een toestandaspect te klikken wordt het venster hiermaast weergeven, voor de registratie van een onsderhoudsmaatregel naar aanleiding  van het geconstateerde aspect. (operationele beoordeling)

 

Met de linkermuisknop klikken op een toestandaspect geeft een venster met een foto van het toestandaspect.

 

Het venster voor registratie van de onderhoudsmaatregel.

Via de polygoon teken  knop:   ,kan men het symbool van de maatregel een positie geven.

 

Knop:  ,start het venster voor de registratie van inspecties volgens de NEN-EN 13508-2. Het scherm wordt gevuld met de resultaten van de laatst uitgevoerd inspectie.

 

 

 

 


 


 

Knopen

 

Een knoop is in principe onderdeel van een netwerk. De punten waarop strengen beginnen en eindigen. Een knoop hoeft niet op een streng/netwerk te zijn aangesloten. Het is dan een losliggende knoop ofwel een (mini-)netwerk op zichzelf, zoals bij een peilbuis of infiltratieput.

 

Het is zelfs zo dat bij het invoeren van de strengen eerst de knopen moeten worden ingevoerd. En zolang de streng niet is ingevoerd liggen de knopen los.  Bij toevoegen van een streng registreert men een: van-knoop, en een: naar-knoop.

 

Een knoop heeft twee verschillende verschijningsvormen. Fictief en niet fictief.

 

Niet fictief heeft de knoop de vorm van een put of een compartiment. (Vandaar het symbool van een putdeksel bij knopen). Fictief heeft de knoop geen vorm en wordt daarom alleen onder thema: Revisie, als punt afgebeeld in de grafische weergave.

 

Een “inspectie-/ rioolput”, is een object volgens definitie van de BGT. En kan men als object registreren in BrutIS.

 

In een object kunnen knopen zitten. Het is mogelijk bij een knoop het object te registeren waarvan het deel uitmaakt. Is niet verplicht.

 

Rioleringsbeheer

Weergave

Raadplegen

Toevoegen

Wijzigen

Verwijderen

Zoeken op knoopnummer

Inspecteren (volgens NEN-EN 13508-2):

Registratie reiniging knoop:

Selecteren

Klik op deze knop, indien de grijze knoppen hiernaast niet zichtbaar zijn.

 

Ook kan het nodig zijn de juiste knoppenbalk te activeren. Bijvoorbeeld via menuoptie: Raadplegen -> Knoppenbalk toevoegen.

Het “Weergave opties”, venster met tabblad: Knopen, voor het instellen van de beeld-, thema- en tekstweergave van knopen:

 

Door: “Speciale knopen”, aan te vinken wordt de weergave van objecten aangezet. Objecten waarin knopen zijn geregistreerd.

 

 

Klik vervolgens op een knoop. Hierna wordt het onderstaande venster gestart

Het onderstaande venster wordt gestart, om een knoop toe te voegen. Klik daarna in de tekening om de coordinaat van de knoop aan te geven.

Klik vervolgens op een knoop. Hierna wordt onderstaand venster gestart, om gegevens te wijzigen. Met de tekenknoppen kan men de geometrie wijzigen.

Klik vervolgens op het knoop, om deze te verwijderen.

Een venster wordt getoond waarin u een nummer van knoop kunt invoeren. Door op [OK] te klikken wordt op het o bject ingezoomt

.

Een venster wordt getoond om de leiding volgens de  NEN-EN 13508-2 te inspecteren.

Een venster wordt getoond om de reiniging van een knoop te registreren.

Een venster wordt getoond met per eigenschap verschillende tabbladen. Zodat u knopen op eigenschappen kan selecteren. Geselecteerde knopen kleuren oranje en kunt u naar een nieuw venster kopiëren voor verdere bewerking.

 

Om knopen op basis van leiding eigenschappen te selecteren gebruikt u eerst het selectie venster onder knop:

 

 

 

De grafische weergave van een knoop nadat deze de focus heeft gekregen via bovenstaande knoppen.

 

De betreffende knoop heeft een eigen geometrie.

Het tabblad met de knoop informatie

Het tabblad met de algemene knoop informatie.

Het tabblad met de resultaten uit de hydraulische gegevens van de knoop.

Het tabblad met planningsgegevens.

 

 

 

Via de knop: [logboek], start men een venster met de tabbladen:

·         Logboek

·         Documenten

·         DWA

·         Vlak Controle

·         Onderhoud planning

·         Maatregel planning

Met extra informatie over de knoop:

 

Logboek: bevat historie inspectie resultaten

Documenten: om knoop documenten te openen.

DWA: Gegevens over het aantal aansluitingen, inwoners en bedrijven die afvoeren door de knoop

Vlak controle: voor het verkrijgen van informatie over de geometrie van de knoop. Via knop [Verbeter weergave] kan men fout getekende vlakken automatisch verbeteren.

Onderhoud planning:

Voor de registratie van inspectie en reiniging maatregelen.

Maatregel planning:

Voor de registratie van herstel/investering maatregelen.

 

 

Start de registratie van de reiniging van knopen en globale inspectie van de put , via knop: , of knop  met startoptie slibgps=1

 

 

 

 

 

 

 

Via menuoptie: Beeld -> Weergave opties, of knop: , start u het venster waarin u via tabblad: “Knopen”, de speciale knopen aan en uit kan zetten.

 

De knoop is daarna ook als object te raadplegen, via knop:  , indien een objectnummer is geregistreerd in het “Knoop Info” tabblad van de knoop.

 

 

 


 

Kolk inspectie

 

Een knoop kan een kolk zijn. Kolken worden regelmatig bezocht om te reinigen. Tijdens deze bezoekmomenten wordt over het algemeen vastgelegd:

·         De toestand van de kolk en

·         Of de reiniging ja/nee is uitgevoerd.

 

Het betreft de registratie van deze bezoekmomenten.

 

Het toevoegen en verwijderen van kolken gebeurt via de knoop knopen. Vervolgens kunt u via de treeview kolk bezoekmomenten toevoegen en verwijderen. Waarna de knoop als een kolk wordt getoond.

 

Onderstaand venster wordt gestart (afhankelijk van startoptie: wijzig012). Klik op [Yes] indien alle kolken al getekend zijn.

Klik op [No] indien u veel kolken moet toevoegen.

 

 

[Yes] geeft onderstaand venster waarmee u de toestand van bestaande kolken registreert:

 

 

 


 

 

 

Rioleringsbeheer

Weergave

Raadplegen als knoop.

Raadplegen als kolk.

Toevoegen

Verplaatsen.

Verwijderen

Kolk inspectie eenvoudig

Kolk inspectie uitgebreid

Selecteren

Klik op deze knop, indien de grijze knoppen hiernaast niet zichtbaar zijn.

 

Ook kan het nodig zijn de juiste knoppenbalk te activeren. Bijvoorbeeld via menuoptie: Raadplegen -> Knoppenbalk toevoegen.

Het “Weergave opties”, venster met tabblad: Kolken, voor het instellen van de beeld-, thema- en tekstweergave van kolken:

 

Door: “Speciale knopen”, aan te vinken wordt de weergave van objecten aangezet. Objecten waarin knopen zijn geregistreerd.

 

 

Klik vervolgens op een knoop. Hierna wordt het onderstaande venster gestart.

 

Klik vervolgens op de bezoekmoment regel in de treeview om de informatie van het gewenste bezoekmoment te raadplegen, te wijzigen of te verwijderen.

Het onderstaande venster wordt gestart, om een bezoekmoment te raadplegen.

 

Standaard het laatste moment.

 

Klik op een bezoekmoment in de treeview om een ander moment te raadplegen of te wijzigen.

Om een knoop toe te voegen.

 

Klik vervolgens op knop: , om e treeview met de knoopinfo weer te geven. En klik met de rechtermuisknop in de treeview om een kolk bezoekmoment toe te voegen. De knoop wordt daarna als kolk getoond.

 

 

Klik vervolgens op een kolk.

 

De te verplaatsen kolk kleurt rood.

 

Klik vervolgens in het venster voor de nieuwe locatie.

Klik vervolgens op de knoop of kolk, om deze te verwijderen.

Onderstaand venster wordt gestart (afhankelijk van startoptie: wijzig012). Klik op [Yes] indien alle kolken al getekend zijn.

Klik op [No] indien u veel kolken moet toevoegen.

 

 

[Yes] geeft onderstaand venster waarmee u de toestand van bestaande kolken registreert:

 

Onderstaand venster wordt gestart (afhankelijk van startoptie: wijzig012). Klik op [Yes] indien alle kolken al getekend zijn.

Klik op [No] indien u veel kolken moet toevoegen.

 

 

[Yes] geeft onderstaand venster waarmee u de toestand van bestaande kolken registreert:

 

 

 

Een venster wordt getoond met per eigenschap verschillende tabbladen. Zodat u kolk knopen  op eigenschappen kan selecteren. Geselecteerde knopen kleuren oranje en kunt u naar een nieuw venster kopiëren voor verdere bewerking.

 

 

 

 

De grafische weergave van een kolk nadat deze de focus heeft gekregen via bovenstaande knoppen.

 

De betreffende kolk is een knoop en kan een eigen geometrie hebben.

Het tabblad met de kolk/knoop informatie

Het tabblad met de algemene kolk/knoop informatie.

Het tabblad met de gegevens van het bezoekmoment.

Het tabblad met de resultaten uit de hydraulische gegevens van de knoop.

Het tabblad met planningsgegevens.


Stroomgebied

 

Een stroomgebied bevat de hoeveelheid afwateren oppervlak per type oppervlak aangesloten op een knoop, volgens:

·         Leidraad c2100

·         SWMM specificatie

 

Ook bevat de data een polygoon van het stroomgebied en een afvoertype code.

Het symbool van een stroomgebied:

 

Een stroomgebied kan handmatig ingevoerd of automatisch bepaald worden met behulp van menufunctie: Toepassingen -> Bepaal afstromend oppervlak -> Maak nieuw afstroom/inloop model -> Toewijzen van stroomgebieden aan knopen mbv Thyssen polygoon.

 

Meestal worden eerst automatisch de stroomgebieden bepaald, met behulp van de afstroming informatie van objecten, en volgt dan een handmatige correctie op basis van kennis van het gebied.

 

Rioleringsbeheer

Raadplegen

Toevoegen

Wijzigen

Verwijderen

A close-up of a logo

Description automatically generated

A grey square with a blue and white circle and a black circle with a white letter

Description automatically generated

A grey square with a blue and white circle and a black circle with a white letter

Description automatically generated

A grey square with a blue and white circle and a black circle with a white letter

Description automatically generated

A grey square with a blue and white circle and a black circle with a white letter

Description automatically generated

Klik op deze knop, indien de grijze knoppen hiernaast niet zichtbaar zijn.

 

Ook kan het nodig zijn de juiste knoppenbalk te activeren. Bijvoorbeeld via menuoptie: Raadplegen -> Knoppenbalk toevoegen.

Klik vervolgens op een knoop

Hierna wordt het onderstaande venster gestart.

Het venster toont de knoop gegevens.

Door op het stroomgebied in de treeview te klikken verschijnt de stroomgebied informatie.

Open het popupmenu, door in treeview met de rechtermuisknop op het knoopnummer te klikken.

 

In het popupmenu kiest u voor: Stroomgebied.

Het paspoort om de gegevens van het stroomgebied in te voeren wordt geopend.

Klik op de “maak Polygoon”, knop: , klik achter een volgens in het venster op de gewenste coördinaat punten en sluit de polygoon netjes met dubbelklik of met de knop: .

 

Voer vervolgens in het paspoort de gegevens in.

En klik op [OK]..

Klik vervolgens op de knoop waarvan u het stroomgebied wil wijzigen.

 

Hierna wordt onderstaand venster gestart.

 

Klik op het stroomgebied om gegevens te wijzigen.

 

Gebruik de knopen links om de polygoon opnieuw in te tekenen of de tekenfuncties om de polygoon te wijzigen.

 

Klik vervolgens op het knoop waarvan u het stroomgebied wil verwijderen.

Hierna wordt onderstaand venster gestart.

Klik met de rechtermuisknop op het stroomgebied.

Er verschijnt daarna een pop-up menu met een optie om het stroomgebied te verwijderen.

 

 

Een knoop met de stroomgebied informatie volgens de leidraad C2100:

Volgens SWMM specificatie

Stroomgebied registeren:

Stroomgebied wijzigen

Stroomgebied verwijderen

 

Naast bovenstaande handmatige procedure is het ook mogelijk stroomgebieden automatisch toe te kennen. Dit gebeurt via menuoptie: Toepassingen -> Bepaal afstromend oppervlak -> Maak nieuw afstroom/inloop model -> Toewijzen van stroomgebieden aan knopen mbv Thyssen polygoon.

 

Via het onderstaande venster kan dan worden aangegeven:

·         Voor welke knoopfuncties de stroomgebieden worden toegekend;

·         Per stelseltype welke maximale afmetingen de stroomgebieden mogen hebben. Invoer van 0 m betekent dat het betreffende stelseltype niet mee doet bij de toekenning van de stroomgebieden ;

·         Aanvinken of reeds geregistreerde oppervlakken verwijderd mogen worden

·         En tenslotte aanvinken of de stroomgebieden per stelseltype toegekend moeten worden. Per stelseltype betekent dat stroomgebieden elkaar gaan overlappen. Want per stelseltype worden dan de stroomgebieden via Thiessen toegekend. Vink deze optie:

o   aan als de afstroomgegevens van de objecten uit een Rioned BGT Inloopmodel zijn geïmporteerd;

o   uit , in alle overige gevallen;

 

A screenshot of a computer

Description automatically generated

 

 

 


 

Pompen

 

Een pomp is een voorziening in een knoop. Een knoop kan 1 of meer pompen hebben.

 

Een pomp pompt het water uit de knoop op basis van inslag- en uitstagpeilen en een capaciteit. Indien een eindknoop is aangegeven wordt het water naar de eindknoop gepompt.

 

Rioleringsbeheer

Raadplegen

Toevoegen

Wijzigen

Verwijderen

Selecteren

Klik op deze knop, indien de grijze knoppen hiernaast niet zichtbaar zijn.

 

Ook kan het nodig zijn de juiste knoppenbalk te activeren. Bijvoorbeeld via menuoptie: Raadplegen -> Knoppenbalk toevoegen.

Klik vervolgens op een knoop met 1 of meer pomp symbolen. Hierna wordt het onderstaande venster gestart.

Het venster toont de knoop gegevens.

Door op de pomp in de treeview te klikken verschijnt de pomp informatie.

Het onderstaande venster wordt gestart, om een pomp toe te voegen.

Klik daarna in de tekening op de knoop waarop de pomp moet worden geregistreerd.

Klik vervolgens op een knoop met pomp symbool. Hierna wordt onderstaand venster gestart, om gegevens te wijzigen.

Klik vervolgens op het knoop, om de pomp te verwijderen.

Als er meer pompen zijn geregistreerd op de knoop gebruikt u de treeview.

U verwijdert dan de juiste pomp door met de rechtermuisknop op de pomp te klikken. Er verschijnt daarna een pop-up menu met een optie om de pomp te verwijderen.

Een venster wordt getoond met per eigenschap verschillende tabbladen. Zodat u knopen met pompen op eigenschappen kan selecteren.

Geselecteerde knopen kleuren oranje en kunt u naar een nieuw venster kopiëren voor verdere bewerking.

Klik op deze knop nadat u eerst op knoop informatie heeft geselecteerd via knop:

 

 

De grafische weergave van een pomp in een knoop kleurt rood, nadat deze de focus heeft gekregen via bovenstaande knoppen.

 

Het tabblad met de pomp informatie

Het tabblad met de elektromechanische informatie.

Het tabblad met de pompcurve en geplande capaciteiten.

Klik met de rechtermuisknop op de pomp, om te verwijderen of te kopiëren naar het clipboard. (Wel eerst revisie starten)

 

 


 

Afsluiters

 

Een afsluiter is een voorziening in een knoop. Een knoop kan 1 of meer afsluiters hebben.

 

Een afsluiter opent en sluit op basis van inslag- en uitstagpeilen en een capaciteit. Indien een eindknoop is aangegeven wordt het water naar de eindknoop afgevoerd.

 

Rioleringsbeheer

Raadplegen

Toevoegen

Wijzigen

Verwijderen

Selecteren

Klik op deze knop, indien de grijze knoppen hiernaast niet zichtbaar zijn.

 

Ook kan het nodig zijn de juiste knoppenbalk te activeren. Bijvoorbeeld via menuoptie: Raadplegen -> Knoppenbalk toevoegen.

Klik vervolgens op een knoop met 1 of meer afsluiter symbolen. Hierna wordt het onderstaande venster gestart.

Het venster toont de knoop gegevens.

Door op de afsluiter in de treeview te klikken verschijnt de afsluiter informatie.

Het onderstaande venster wordt gestart, om een afsluiter toe te voegen.

Klik daarna in de tekening op de knoop waarop de afsluiter moet worden geregistreerd.

Klik vervolgens op een knoop met afsluiter symbool. Hierna wordt onderstaand venster gestart, om gegevens te wijzigen.

Klik vervolgens op het knoop, om de afsluiter te verwijderen.

Als er meer afsluiters zijn geregistreerd op de knoop gebruikt u de treeview.

U verwijdert dan de juiste afsluiter door met de rechtermuisknop op de afsluiter te klikken. Er verschijnt daarna een pop-up menu met een optie om de afsluiter te verwijderen.

Een venster wordt getoond met per eigenschap verschillende tabbladen. Zodat u knopen met afsluiters op eigenschappen kan selecteren.

Geselecteerde knopen kleuren oranje en kunt u naar een nieuw venster kopiëren voor verdere bewerking.

Klik op deze knop nadat u eerst op knoop informatie heeft geselecteerd via knop:

 

 

De grafische weergave van een afsluiter in een knoop kleurt rood, nadat deze de focus heeft gekregen via bovenstaande knoppen.

 

Het tabblad met de afsluiter informatie

Het tabblad met de elektromechanische informatie.

Klik met de rechtermuisknop op de afsluiter, om te verwijderen of te kopiëren naar het clipboard.

(Wel eerst revisie starten)

 

 


 

Sensoren

 

Een sensor is een voorziening in een knoop. Een knoop kan 1 of meer sensoren hebben.

 

Een sensor meet bijvoorbeeld het waterpeil in een knoop. Indien een eindknoop is aangegeven hangt de sensor in de streng naar de eindknoop.

 

Rioleringsbeheer

Raadplegen

Toevoegen

Wijzigen

Verwijderen

Selecteren

Klik op deze knop, indien de grijze knoppen hiernaast niet zichtbaar zijn.

 

Ook kan het nodig zijn de juiste knoppenbalk te activeren. Bijvoorbeeld via menuoptie: Raadplegen -> Knoppenbalk toevoegen.

Klik vervolgens op een knoop met 1 of meer sensor symbolen. Hierna wordt het onderstaande venster gestart.

Het venster toont de knoop gegevens.

Door op de sensor in de treeview te klikken verschijnt de sensor informatie.

Het onderstaande venster wordt gestart, om een sensor toe te voegen.

Klik daarna in de tekening op de knoop waarop de sensor moet worden geregistreerd.

Klik vervolgens op een knoop met sensor symbool. Hierna wordt onderstaand venster gestart, om gegevens te wijzigen.

Klik vervolgens op het knoop, om de sensor te verwijderen.

Als er meer sensoren zijn geregistreerd op de knoop gebruikt u de treeview.

U verwijdert dan de juiste sensor door met de rechtermuisknop op de sensor te klikken. Er verschijnt daarna een pop-up menu met een optie om de sensor te verwijderen.

Een venster wordt getoond met per eigenschap verschillende tabbladen. Zodat u knopen met sensoren op eigenschappen kan selecteren.

Geselecteerde knopen kleuren oranje en kunt u naar een nieuw venster kopiëren voor verdere bewerking.

Klik op deze knop nadat u eerst op knoop informatie heeft geselecteerd via knop:

 

 

De grafische weergave van een sensor in een knoop kleurt rood, nadat deze de focus heeft gekregen via bovenstaande knoppen.

 

Het tabblad met de sensor informatie

Het tabblad met de elektromechanische informatie.

Klik met de rechtermuisknop op de sensor, om te verwijderen of te kopiëren naar het clipboard.

(Wel eerst revisie starten)


 

Overlaten

 

Een overlaat is een voorziening in een knoop. Een knoop kan 1 of meer overlaten hebben.

 

Een overlaat voert water af via een overstortdrempel. Indien een eindknoop is aangegeven wordt het water naar de eindknoop afgevoerd.

 

Rioleringsbeheer

Raadplegen

Toevoegen

Wijzigen

Verwijderen

Selecteren

Klik op deze knop, indien de grijze knoppen hiernaast niet zichtbaar zijn.

 

Ook kan het nodig zijn de juiste knoppenbalk te activeren. Bijvoorbeeld via menuoptie: Raadplegen -> Knoppenbalk toevoegen.

Klik vervolgens op een knoop met 1 of meer overlaat symbolen. Hierna wordt het onderstaande venster gestart.

Het venster toont de knoop gegevens.

Door op de overlaat in de treeview te klikken verschijnt de overlaat informatie.

Het onderstaande venster wordt gestart, om een overlaat toe te voegen.

Klik daarna in de tekening op de knoop waarop de overlaat moet worden geregistreerd.

Klik vervolgens op een knoop met overlaat symbool. Hierna wordt onderstaand venster gestart, om gegevens te wijzigen.

Klik vervolgens op het knoop, om de overlaat te verwijderen.

Als er meer overlatenen zijn geregistreerd op de knoop gebruikt u de treeview.

U verwijdert dan de juiste overlaat door met de rechtermuisknop op de overlaat te klikken. Er verschijnt daarna een pop-up menu met een optie om de overlaat te verwijderen.

Een venster wordt getoond met per eigenschap verschillende tabbladen. Zodat u knopen met overlaten op eigenschappen kan selecteren.

Geselecteerde knopen kleuren oranje en kunt u naar een nieuw venster kopiëren voor verdere bewerking.

Klik op deze knop nadat u eerst op knoop informatie heeft geselecteerd via knop:

 

 

De grafische weergave van een overlaat in een knoop, via bovenstaande knoppen.

Het tabblad met de overlaat informatie

Klik met de rechtermuisknop op de overlaat, om te verwijderen of te kopiëren naar het clipboard.

(Wel eerst revisie starten)


 

Doorlaten

 

Een doorlaat is een voorziening in een knoop. Een knoop kan 1 of meer doorlaten hebben.

 

Een doorlaat voert water af via een opening in een muur of drempel. Indien een eindknoop is aangegeven wordt het water naar de eindknoop afgevoerd.

 

Rioleringsbeheer

Raadplegen

Toevoegen

Wijzigen

Verwijderen

Selecteren

Klik op deze knop, indien de grijze knoppen hiernaast niet zichtbaar zijn.

 

Ook kan het nodig zijn de juiste knoppenbalk te activeren. Bijvoorbeeld via menuoptie: Raadplegen -> Knoppenbalk toevoegen.

Klik vervolgens op een knoop met 1 of meer doorlaat symbolen. Hierna wordt het onderstaande venster gestart.

Het venster toont de knoop gegevens.

Door op de doorlaat in de treeview te klikken verschijnt de doorlaat informatie.

Het onderstaande venster wordt gestart, om een doorlaat toe te voegen.

Klik daarna in de tekening op de knoop waarop de doorlaat moet worden geregistreerd.

Klik vervolgens op een knoop met doorlaat symbool. Hierna wordt onderstaand venster gestart, om gegevens te wijzigen.

Klik vervolgens op het knoop, om de doorlaat te verwijderen.

Als er meer doorlaten zijn geregistreerd op de knoop gebruikt u de treeview.

U verwijdert dan de juiste doorlaat door met de rechtermuisknop op de doorlaat te klikken. Er verschijnt daarna een pop-up menu met een optie om de doorlaat te verwijderen.

Een venster wordt getoond met per eigenschap verschillende tabbladen. Zodat u knopen met doorlaten op eigenschappen kan selecteren.

Geselecteerde knopen kleuren oranje en kunt u naar een nieuw venster kopiëren voor verdere bewerking.

Klik op deze knop nadat u eerst op knoop informatie heeft geselecteerd via knop:

 

 

De grafische weergave van een doorlaat in een knoop, nadat deze de focus heeft gekregen via bovenstaande knoppen.

 

Het tabblad met de doorlaat informatie

Klik met de rechtermuisknop op de doorlaat, om te verwijderen of te kopiëren naar het clipboard.

(Wel eerst revisie starten)

 

 


 

Installaties

 

Een installatie is een voorziening in een object. Een object kan 1 installatie hebben.

 

Voor registratie van een installatie op een knoop dus eerst een object, met functie riolering, aanmaken en daarna het objectnummer in de knoopinformatie registeren.

 

Rioleringsbeheer/Wegbeheer

Raadplegen

Toevoegen

Wijzigen

Verwijderen

Selecteren

Klik op 1 van deze knoppen, indien de grijze knoppen hiernaast niet zichtbaar zijn.

 

Ook kan het nodig zijn de juiste knoppenbalk te activeren. Bijvoorbeeld via menuoptie: Raadplegen -> Knoppenbalk toevoegen.

Klik vervolgens op een object/knoop met een installatie symbool. Hierna wordt het onderstaande venster gestart.

Het venster toont de knoop gegevens.

Door op de installatie in de treeview te klikken verschijnt de installatie informatie.

Het onderstaande venster wordt gestart, om een installatie toe te voegen.

Klik daarna in de tekening op het object waarop de installatie moet worden geregistreerd.

Klik vervolgens op een object met installatie symbool. Hierna wordt onderstaand venster gestart, om gegevens te wijzigen.

Klik vervolgens op het object, om de installatie te verwijderen.

U verwijdert dan de installatie door met de rechtermuisknop op de installatie te klikken. Er verschijnt daarna een pop-up menu met een optie om de installatie te verwijderen.

Een venster wordt getoond met per eigenschap verschillende tabbladen. Zodat u objecten met installaties op eigenschappen kan selecteren.

Geselecteerde objecten kleuren oranje en kunt u naar een nieuw venster kopiëren voor verdere bewerking.


 

De grafische weergave van een installatie in een object, of via een object gekoppeld aan een knoop, nadat deze de focus heeft gekregen via bovenstaande knoppen.

 

Het tabblad met de installatie informatie.

Het tabblad met de groepen registratie.

Het tabblad met de storingen registratie.

Klik met de rechtermuisknop op de installatie, om te verwijderen.

(Wel eerst revisie starten)

 


 

Teken functies

 

In BrutIS zijn op de volgende locaties teken functies beschikbaar om een vlak (polygoon) of lijn (polylijn) in te tekenen, te verplaatsen, verschalen en te roteren:

·         In de knoppenbalk

·         Onder menuoptie: tekenen

Knoppenbalk knoppen

Om een nieuwe polygoon of polylijn in te tekenen:

Start met intekenen van een nieuwe polygoon of polylijn.

Klik in het venster om de lijn in te tekenen. Dubbelklik op het op een na laatste punt on de polygoon netjes te sluiten. Of klik op de knop hiernaast

Om de polygoon netjes te sluiten op het start punt.

Om het intekenen van de polylijn te stoppen

Neem een polygoon over van een vlak in de topografie.

Klik vervolgens in het vlak van de topografie.

Neem een polygoon over van een object.

Klik vervolgens in het object vlak.

Neem een polygoon over van een knoop of streng.

Klik vervolgens in het knoop of streng vlak.

Voeg de getekende polygoon toe aan de getekende polygoon van object, knoop of streng.

Verwijder de geselecteerde polygoon van een object, knoop of streng.

 

Om een bestaande polygoon of polylijn te wijzigen:

Om een nieuwe losse coördinaat aan de polygoon toe te voegen. Deze wordt pas bewaard als je deze met een lijn koppelt aan de polygoon.

Om een coördinaat te verplaatsen. Klik hierbij op coördinaat en daarna op nieuwe positie.

Om een coördinaat te verwijderen. Klik hierbij op de betreffende coördinaat.

Om een coördinaat tussen te voegen in een lijnstuk. Klik op het lijnstuk ter plaatse van nieuw locatie coördinaat.

Om een lijnstuk toe te voegen aan de polygoon. Klik op 1e coördinaat en daarna op 2e coördinaat

Om een lijnstuk van de polygoon te verwijderen. Klik op het te verwijderen lijnstuk.

 

Onder menuoptie Tekenen:

 

A screenshot of a computer

Description automatically generated

 


 

Abonnement

 

De prijs voor een BrutIS-jaarabonnement is 2.500, - exclusief BTW (prijs voor 2021)

 

Het abonnement is in 2 vormen te verkrijgen:

·         Voor het beheren van data in eigendom van de abonnee. Abonnees mogen het programma dan onbeperkt gebruiken voor het beheren van eigendommen. Dit abonnement is bedoeld voor beheerders;

·         Voor het doen van inventarisatie, inspectie, onderzoek, beoordeling en advies werkzaamheden bij klanten.  Dit abonnement is bedoeld voor advies- en uitvoeringsbedrijven. Niet voor beheren van data.

 

Naast het gebruikersrecht geeft een abonnement het recht op:

·         Helpdesk;

·         Updates, waarbij de updates via het programma zijn te downloaden, via menuoptie: Info -> Download update.

 

Een abonnement en nadere informatie is aan te vragen door een Email te sturen naar:  hkingma@kikker.biz

 

Wij sturen u daarna een vrijblijvende offerte. Na opdracht zenden of brengen wij u het programma afhankelijk van nader afgesproken ondersteuning bij de installatie.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Handleidingen

 

Stappenplan koppelen met BGT

Overname objecten uit topografie van PDOK

Werkbestanden uit diverse bronnen

Werken met bestekposten bij inspectie, reiniging en beoordeling

Beoordelen en plannen met BrutIS (Engels)

Gebruikershandleiding (Engels)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Versies

 

Versie:

Verbeteringen:

6.3p

Onder bewerking

6.3a

Zie: Verbeteringen in versie 6.3a

6.2kn

Functie: Omnummeren van knoopnummers en objectnummers verbeterd.  De oude functie kan ook nummers omnummeren die lijken op het om te nummeren nummer. Bijvoorbeeld bij om nummeren: P1234 naar H50001 wordt niet alleen P1234 omgenummerd maar ook 1234.